In vier dagen door het ganse land

Deze week is Olympia's Tour weer gehouden, de oudste meerdaagse wielerkoers op de weg in Nederland. De rit van 1927 was een enerverende vertoning met veel ruzie en een Duitse winnaar....

ZO indrukwekkend had men het nog niet vaak gezien. Zo vroeg trouwens ook niet. Het was in de ochtend van donderdag 17 augustus 1927, half zeven pas, maar toch was het Rembrandtplein in Amsterdam al volgestroomd met nieuwsgierigen die kwamen kijken naar de start van de 'Tour door Nederland', georganiserd door de Amsterdamse wielervereniging Olympia. In vier dagen tijd zouden 56 wielrenners om het hardst Nederland doorkruisen. Van Amsterdam ging men naar Maastricht, vandaar de volgende dag naar Deventer, dan Groningen, om na 840 kilometer op zondag 20 augustus in Laren te eindigen.

Het was gezellig bij hotel Van Stralen in Amsterdam waar de meeste renners voor de start hadden overnacht. De tien volgauto's en de motoren werden in orde gemaakt en beladen met reservemateriaal. De renners gingen op de foto en stonden er ontspannen bij, zoals merkwaardigerwijs wielrenners voor de start van een lange wedstrijd meestal ontspannen zijn.

Het was weliswaar niet Olympia's eerste Tour door Nederland, maar wat er in 1909 en 1910 onder die naam was verreden, kon niet in de schaduw staan van wat er nu op het punt stond te gebeuren. Had de jury in 1909 bijvoorbeeld de aankomst van de tweede etappe naar Groningen moeten missen wegens invallende duisternis en panne aan de volgauto, nu waren er zoveel volgwagens beschikbaar dat niemand bij autopech in paniek hoefde te raken.

Het jaar daarop, 1910, was de jury gedwongen geweest de etappe naar Groningen wegens noodweer bij Nijmegen af te breken. In de verwarring was men 'vergeten' Groningen en de doorkomstplaatsen van dat besluit op de hoogte te brengen. Ook dat was in 1927 ondenkbaar geworden. De wegen, de verzorging en de communicatiemiddelen waren inmiddels geweldig verbeterd.

Vooral de Opel-ploeg uit het Duitse Rüsselsheim maakte veel indruk. De renners hadden weliswaar nogal van kapsones blijk gegeven door hotel Van Stralen op het Thorbeckeplein beneden hun stand te achten, de drie knalgele, met reclame beschilderde auto's en bijbehorende motoren waren beslist indrukwekkend. De tien Opel-renners hadden maar liefst negen verzorgers tot hun beschikking.

Daarmee vergeleken was het met de veertig Nederlandse deelnemers vrij pover gesteld. Zij reden individueel en hadden met z'n allen slechts twee soigneurs en drie mecaniciens tot hun beschikking.

Maar alles bij elkaar zag het er flink uit. Eindelijk gebeurde in Nederland wat in het buitenland al tientallen jaren gebeurde: een meerdaagse wielerkoers op de weg. Men had er lang op moeten wachten. Dat kwam doordat de Motor- en Rijwielwet van 1905 simpelweg verbood wielerwedstrijden op de openbare weg te organiseren. Dat mocht alleen als de minister van Verkeer en Waterstaat daartoe ontheffing had verleend. Iets wat hij zelden deed, want de macht van de lokale bestuurders was sterk. In de dorpen waar de bestrate rijkswegen doorheen liepen, hadden de notabelen een enorme weerzin tegen de ordinaire, goddeloze en volkse wielrenners, die met hun blote benen op zondag brutaal tussen het kerkvolk door fietsten.

Wielrennen was na de eeuwwisseling, net als het voetballen, geen exclusieve sport voor de elite meer. Wielrennen was als gevolg van het snel goedkoper worden van de fiets een volkssport geworden.

De wielerclubs hadden zich overigens niet helemaal bij het wettelijke verbod neergelegd. Hun oplossing was de koersen vanaf 1905 'betrouwbaarheidsritten' te noemen. In feite waren het gewone wielerwedstrijden, met dien verstande dat de verkeersregels werden gerespecteerd.

Hoe slim ook bedacht, tijdens een betrouwbaarheidsrit bleef de mogelijkheid bestaan dat er plotseling een veldwachter opdook om de renners te bekeuren als hun fiets niet in orde was of als ze met meer dan twee naast elkaar reden.

Dit alles had tot gevolg gehad dat de Nederlandse wielersport op de weg een kommervol bestaan leidde. Namen Nederlandse renners in België of Duitsland aan wielerkoersen deel, dan waren zij volstrekt kansloos.

Dat zou nog een tijd zo blijven, maar wellicht zou deze Tour door Nederland het imago van het wielrennen op de weg wat kunnen veranderen. De vooruitzichten waren goed. Met het oog op de Olympische Spelen van het jaar daarop in Amsterdam had de minister van Verkeer en Waterstaat dispensatie verleend. Talrijke bedrijven hadden hun steun toegezegd.

Zo kreeg de winnaar van iedere etappe een fraaie sierprijs en een racefiets van het merk De Dion Bouton. De Nederlandsche Ultraphoon Maatschappij, die onderweg demonstraties zou geven met deze voorloper van de stereo-installatie, was zo bereidwillig geweest in haar automobiel enige journalisten te laten meerijden. Daarnaast kreeg de beste Nederlandse deelnemer aan het eind van de ronde zo'n ultraphoon.

Zolang de karavaan nog niet vertrokken was, ging alles goed. Na het officiële startsein bij Duivendrecht veranderde de Tour echter in een bittere ervaring, die nog lang gevolgen zou hebben. De ploegleider en de verzorgers van de zo glanzende Opel-ploeg bleken een stelletje egoïsten te zijn, die voor niemand oog hadden dan voor hun eigen renners.

Kort na de start raakte bij Abcoude Opel-renner Heini Kessmeier betrokken bij een valpartij. Het peloton reed langzaam door, want de race werd geneutraliserd. Kessmeijers mede-slachtoffers krabbelden overeind en zetten de achtervolging in. Zo niet Kessmeier. Hij kroop in een van de gele volgauto's, om er bij Utrecht, waar de neutralisatie ophield, weer uit te stappen. Later die middag won Kessmeier de eerste etappe in Maastricht.

Daarmee was de toon gezet en kreeg de ronde talloze incidenten te verduren. De meeste betroffen achterblijvers die zich aan een auto vastklampten om weer bij het peloton te worden gebracht, anderen kropen erin. Een van de dieptepunten was de opzettelijke aanrijding tussen de auto van jurylid Douwes en die van de leider van de Opel-ploeg.

Joris van den Bergh schreef over dat incident in Sport Echo: 'Het werd op een gegeven moment zo erg dat jurylid Douwes hem mores leerde. Toen de Duitse ploegleider in zijn haast om zich weer ergens mee te bemoeien met zijn gele wagen door de stoet kwam opdringen, coupeerde Douwes, die aan het stuurrad zat, hem en pikte met het achterste gedeelte van de auto het spatbord van de gele Opel-wagen. De Opel-generaal vloog uit zijn auto, stormde op Douwes los, zette een mond op als een hooischuur en dreigde ten leste Douwes met een knuppel de hersens in te slaan. Er kwam een bediende van hem bij, die verklaarde bij die onvriendelijke behandeling te zullen assisteren.

'Dit ter schildering van het type.

'Is het nu wonder, dat de Opel-ploeg geen sympathie wist te verwerven? De renners hadden de manieren en de toon van de leider overgenomen.'

Tegen het einde van de ronde waren de irritaties zo hoog opgelopen dat de Nederlandse deelnemers in Groningen een korte staking hielden, terwijl de Opel-ploeg doorreed.

Vele uren later op die zondagmiddag was tot opluchting van velen de Tour afgelopen. Het was bepaald ongezellig geweest. Schrale troost was dat de Opel-ploeg niet had gewonnen. De winnaar was weliswaar een Duitser, Rudolf Wolke, maar Wolke reed voor de als veel sympathieker ervaren Diamant-ploeg uit Chemnitz. Tweede werd de Brabander Janus Braspennincx ('den Bras'), die later koppelgenoot zou worden van de beroemde zesdaagserenner Jan ('Kanonbal') Peijnenburg. Als zevende eindigde de jonge postbeambte Evert Lammers, die later bekend zou worden als wielerjournalist Evert van Mokum.

Met Wolke kreeg Olympia overigens een uitstekende renner als winnaar. In de jaren dertig deed hij, net als zijn oudere broer Bruno, die zesde werd, enkele malen aan de Tour de France mee. Een prestatie waar Nederlanders in die tijd alleen maar van konden dromen.

De schrik zat er bij de in 1898 opgerichte sportclub Olympia goed in. Zo goed, dat het bijna dertig jaar duurde voordat de club in 1955 een nieuwe poging ondernam.

Een voorzichtige poging. De pretenties pasten dit keer goed bij de zuinige jaren vijftig. De renners werden niet meer in hotels ondergebracht, maar bij pleeggezinnen, en zij kregen het uitdrukkelijke verzoek zich daar niet te laten masseren en geen commentaar op het eten te hebben.

Dit keer slaagde de Tour wel. De Nederlandse profwielersport, die met Wim van Est en Wout Wagtmans in het begin van de jaren vijftig een korte opleving had meegemaakt, was alweer aan het inzakken. De daarop volgende golf amateurs was echter in opkomst. Daardoor is Olympia's Tour jarenlang veruit de belangrijkste wielerwedstrijd van Nederland geweest. Een verslag van de etappe was toen steevast de opening van het sportkatern.

De hausse duurde tot ruim in de jaren zestig, toen de Amstel Gold Race voor beroepsrenners op de kalender werd gezet. Na enkele jaren verdreef de Amstel Gold Race de wedstrijd van de voorgrond en kreeg de inmiddels tot Olympia's Tour omgedoopte ronde zijn huidige status: die van wedstrijd voor grote amateurs en kleine profs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden