In verhipt sprookje zijn hiphoppers en balletdansers uitstekend aan elkaar gewaagd

Dans - Grimm

Grimm door ISH Dance Collective en de Junior Company van Het Nationale Ballet. 14/4, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 27/5.

De dwergen uit Grimm zorgen voor kolder in de keuken. Foto Michel Schnater

Er was eens, nog niet zo lang geleden, een brutaal collectief van breakdancers, hiphoppers, skaters en freerunners, dat de straatcultuur naar het schouwburgpodium bracht. Het werd een dappere weg van ups en downs, gelijkend op het stalen decor van halfpipes, voorheen alleen op trapveldjes en skatebanen te vinden. Daarop lanceerde ISH zich met wieltjes en sneakers de theaters in.

Dit energieke joch kreeg er vijf jaar geleden in de hoofdstad een jonger zusje bij, de Junior Company van Het Nationale Ballet. Totaal anders van karakter − lief, mooi, ingetogen en elegant. Iemand die graag wervelde in tutu’s, pirouettes en wijdbeense sprongen. Maar die er ook van droomde het podium te delen met haar hiphoppende broer.

En zie, dat gebeurde. Drie jaar geleden stonden de spitzen van de Junior Company van Het Nationale Ballet naast de sneakers van ISH in Narnia  De leeuw, de heks en de kleerkast (2015). Deze bewerking van het klassieke boek van C.S. Lewis (en de verfilming ervan) werd een mooie versmelting van hiphop en ballet. Met een geprojecteerde kleerkast op een elastisch videoscherm, bestaande uit lycra banen, waardoorheen de dansers konden verdwijnen en verschijnen. Dat smaakte naar meer.

En zo geschiedde. Broer en zus trokken intensiever met elkaar op en nu staat daar Grimm, een verhipt sprookje met gekke twist, waarin bekende fabels in de blender zijn gegooid. Wederom dient de elastische videowand als projectiescherm voor animaties van bossen, paleizen en visioenen (ontwerp: Aitor Biedma) met een paar geestverruimende paddobeelden ertussendoor.

Grimm van ISH en de Junior Company van Het Nationale Ballet. Foto Michel Schnater

Twee jongens, breaker Thomas Krikken en balletdanser Nicholas Landon, verdwijnen in de openingsscène door de achterspleten, nadat moeders hun computergame heeft stilgelegd. Ze verruilt hun controllers voor een gezond appeltje. Dan belanden ze, een beetje zoals Alice in Wonderland, door het beeldscherm van hun videospel, in een sprookjesbos waar een heks (die op hun moeder lijkt) snode plannen beraamt. Sarada Sarita Keilman (ISH) verschaft deze toverkol zwart-magische allure met haar poserende dansstijl van voguing & waacking, en geeft haar iets grilligs door haar armen, boven haar gigantische spinnenwebrok, bijna uit de kom te draaien (het zogenoemde ‘bone breaking & flexing’).

Haar assistent Wolf, gedanst door Gil Gomes Leal, is al even sinister, met zijn geëlektrificeerde staccato motoriek uit popping & locking. Hilarisch zijn de zeven dwergen (vier balletdansers, drie hiphoppers) die met bontbaardjes, houthakkershemden en pofbroeken rare fratsen uithalen, stampend op een grappige ingeblikte beat (soundscape: Robin Rimbaud alias Scanner). In het tweede deel zorgen ze als gevangengenomen heksenhulpjes voor kolder in de keuken, door op ketelmuziek potjes en pannen te breken.

Daartegenover zijn de meisjesfiguren erg bevallig vormgegeven, met rokjes en roesjes. Sneeuwwitje, Doornroosje, Rapunzel, Assepoester en Roodkapje kunnen wel een vleug travestie of genderfluïde transformatie gebruiken. Niettemin maken de dames er aardige personages van. Vooral Raquel Tijsterman (ISH) weet de zaal goed te bespelen met sexy salsa op zilveren gymschoen-muiltjes. En Madison Ayton (Junior Company) heeft een sterke expressie als Sneeuwwitje. De drie prinsen vormen een toptrio, met balletdanser Conor Walmsley in krachtige sprongen en breaker Dietrich Pott (met dreadlocks) als tollende wervelwind.

Breakdancer Dietrich Pott in Grimm van de Junior Company & ISH. Foto Michel Schnater

Eenvoudige loopjes verraden altijd wie breakdancer is (grote stoere stappen) en wie balletdanser (kleine huppelpasjes met uitdraaiende heupen). Maar dat maakt Grimm juist zo leuk. Het is de choreografen Marco Gerris (ISH) en Ernst Meisner (Junior Company) uitzonderlijk goed gelukt de diametraal verschillende techniek en lichaamsmotoriek van ballet en hiphop met elkaar te mengen zonder dat deze hun eigen karakter verliezen. Wervelsprongen van balletdansers (jetés en manège) cirkelen naadloos rond spinnende solo’s van breakdancers. En een lift in een pas de deux krijgt een passend antwoord in een salto. Wel mogen Gerris en Meisner in een volgende samenwerking – en die komt er, belooft Het Nationale Ballet – ook een laag voor volwassenen erin stoppen. Nu richt het verhaal zich vooral op kinderen tussen de 6 en 12 jaar.

De semifinale voor de pauze is net als het slot een bont feestje van de bende van ‘de broer’ en het ballet van ‘de zus’. Niemand doet voor een ander onder. Zelfs de heks komt in de keuken weer heelhuids terug uit de vlammenzee. En zo dansten broer en zus nog lang en gelukkig.

Plan voor dansbewerking van Oscar Wildes Het portret van Dorian Gray

Marco Gerris van ISH en Ernst Meisner van de Junior Company stomen in 2020 door naar een samenwerking voor het grote ensemble van Het Nationale Ballet, met Het Balletorkest in de orkestbak. De jonge componist Joey Roukens − niet wars van ‘stelen’ uit heden en verleden  schrijft een nieuw muziekstuk, waarop Gerris en Meisner samen een choreografie maken. Ze willen Het portret van Dorian Gray (1890) bewerken voor dans. In deze roman van Oscar Wilde vervalt een beeldschone jongen in moreel verwerpelijk gedrag, terwijl zijn huid de eeuwige jeugd behoudt. Wie de makers op het oog hebben voor de hoofdrol van Dorian Gray, willen ze nog niet definitief zeggen. ‘Marijn Rademaker is de gedroomde Dorian’, verklapt Meisner. ‘Maar of hij nog danst tegen die tijd, vanwege zijn leeftijd, is de vraag. De jonge Timothy van Poucke ontwikkelt zich ook razendsnel. We zullen zien. Eerst Grimm, dan Gray.’

Meer over