BoekrecensieHet grote wereldtoneel en Houd afstand, raak me aan

In twee inspirerende essays proberen Philipp Blom en Paul Verhaeghe onze tijd te duiden ★★★★☆

null Beeld Max Kisman
Beeld Max Kisman

Verwarrende tijden leiden tot verwarrende commentaren. In twee uitstekende essays proberen Philipp Blom en Paul Verhaeghe de chaos te bezweren. Erudiet, genuanceerd en bescheiden.

Een paar maanden geleden schreef David Brooks in The New York Times: ‘Alleen de grote boeken blijven gedurende decennia in de geest van mensen en dienen als pakhuizen van wijsheid voor wanneer de zware tijden komen.’ Hij schreef dat als een oproep aan de geesteswetenschappen en de kunsten positie in te nemen en klaar te staan om ‘zorg, weerbaarheid en samenwerking’ te brengen in een chaotische wereld, zonder werkend leiderschap. In zijn woorden klinkt een echo van Jorge Luis Borges’ inzicht dat klassieke werken de bijzondere eigenschap bezitten voor elke tijd en elke generatie opnieuw betekenisvol te zijn. En vooral ook een heilig geloof in de rol en werking van de kunsten, en het belang van het verhaal als wegbereider. Al betreurt Brooks dat de humaniora juist nu in crisis verkeren.

Zonder verhaal dat ons leidt naar een nieuwe tijd, voorziet Brooks (politieke en economische) rampen. Nostalgisch verwijst hij naar de tijden waarin ‘karakterontwikkeling’ in het centrum van het curriculum stond, naar de cultuur die jonge mensen wilde voortbrengen die zich ‘behoorlijk gedragen bij een bal, en van onnoemelijke waarde zijn bij een schipbreuk’.

Dat zijn wellicht oude beelden en ogenschijnlijk ouderwetse, wat patriottisch aandoende verhalen, Amerikaans vanuit ons perspectief. Het gevoel schipbreuk te leiden, als mensheid en als planeet, is echter hoogst actueel, net als het gevoel dat we nauwelijks weten met welke instrumenten, met welk idee de reddingswerkzaamheden te beginnen. En wie daarvoor verantwoordelijk is. Wie moet beginnen? Er zijn talloze verhalen over (de crisis van) onze tijd in omloop die met steeds minder afstand en bezonkenheid worden geschapen, en met steeds groter aplomb verteld. Rooskleurige verhalen van eeuwige vooruitgang en afgrondelijk pessimistische verhalen van een naderende ondergang buitelen over elkaar en creëren samen een gevoel van verlamming. Naar welke verhalen moeten we luisteren? Welk verhaal omspant en doorschouwt onze tijd en biedt tegelijk een glimp van een nieuwe wereld?

Is dat verhaal misschien al eens eerder geschreven, in een andere tijd, in andere omstandigheden? Een tijd waarin eenzelfde gevoel van onzekerheid heerste en kortetermijndenken en meedogenloze machtsstrijd de onzekerheid alleen maar versterkten, zoals nu?

Verwarrende tijden

Verwarrende tijden leiden vaak tot verwarrende commentaren, alsof er nooit eerder verwarrende tijden zijn geweest. In die zin herhaalt zich beslist dat de mensheid zelden van de geschiedenis leert, en telkens weer ervan overtuigd is in een unieke tijd te leven. Wat inderdaad uniek is aan onze tijd, is een tomeloos en rampzalig geloof in de vooruitgang – bijna onuitroeibaar –, naast de omstandigheid dat de huidige crisis niet geografisch te bepalen is. Zij is niet lokaal zoals voorheen altijd het geval was, maar mondiaal en daarmee existentieel.

Recentelijk verschenen twee boeken die vanuit verschillende perspectieven onze tijd trachten te duiden, en een aanzet geven tot denken over noodzakelijke verandering van onze (denk)patronen, gewoonten, levenswijzen: Het grote wereldtoneel van Philipp Blom en Houd afstand, raak me aan van Paul Verhaeghe. Bij alle eruditie en kennis blinken beide boeken uit door bescheidenheid en nuance. Geen hoge toon, geen grote woorden en gebaren vertroebelen het denken. Ze onderscheiden zich door wat ik de menselijke maat zou willen noemen: ze vertellen een verhaal van mensen en geven het verhaal ook in handen van mensen. Want alleen mensen kunnen de woorden vinden voor een volgend verhaal, als wij dat willen vertellen en beluisteren. In die zin zijn het bemoedigende, stimulerende boeken: er wordt niemand verketterd, de actualiteit van het politieke gebeuren wordt vermeden. Ook klinkt er geen doemdenken in door, eerder een meedenken met de geschiedenis en met onze (menselijke) mogelijkheden. Ze spreken ons aan en geven een richting aan. Onze verbeelding, ons voorstellingsvermogen (Blom) en ons vermogen elkaar aan te raken met onze handen, onze taal, ons denken (Verhaeghe) kunnen ons, als we die willen zien, de weg wijzen. Idealistisch, zeker, maar vooral inspirerend.

In zijn meesterlijke essay Het grote wereldtoneel stelt Philipp Blom niet alleen een scherpe diagnose van onze tijd, hij plaatst die ook in een historisch verband. Hij geeft ons ogen om naar onze tijd te kijken en zoekt naar taal om die in woorden te vangen. Hij gebruikt daarvoor mede de (beelden)taal van denkers en schrijvers die net als wij op kantelpunten in de geschiedenis leefden, en die met eigen ogen aanschouwden. Hij grijpt onder meer terug naar de Egyptenaar Chacherperreseneb, die rond 1800 voor Christus, in een tijd van rampen, met ontroerende precisie en helderheid naar woorden zocht om zich de weg naar een nieuwe (betere) toekomst voor te stellen.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Had ik maar
Onbekende uitdrukkingen
Vreemde uitspraken
Nieuwe woorden
O, wist ik maar
Wat anderen niet weten
Wat nog niet is gezegd

Dit verlangen naar een nieuwe verbeelding is zo oud als de wereld. Net zo oud als ons vermogen juist de ogen te sluiten voor wat er gebeurt en terug te deinzen. Van schrik terug te grijpen naar wat wij kennen en denken te beheersen, en wat ons leven juist verwoest.

Nieuw verhaal

Een andere leidende figuur in Bloms verhaal is de 17de-eeuwse Spaanse schrijver, jurist en militair Pedro Caldéron, die in zijn werk de uitvloeiselen van de (toen actuele) kleine ijstijd in versvorm wrong, de heftige klimatologische veranderingen en de soms gruwelijke menselijke reactie daarop. Moeilijke tijden leiden vaak tot overspannen reacties, waarbij de neiging bestaat heersende gezagsverhoudingen en patronen eerder te versterken dan ze aan te passen. Op het wereldtoneel liggen rollen vaak min of meer vast, zoals in een 17de-eeuws theaterstuk. Blom stelt dat we daarvan moeten loskomen en een nieuw toneel, een nieuw podium met een nieuw verhaal zullen moeten ontwerpen en inrichten. Kennis van de geschiedenis is dan de eerste vereiste.

Blom verwijst niet alleen naar onder het stof geraakte, obscure denkers. Met evenveel plezier herinnert hij zich zijn lectuur van Karl May, René Goscinny en Albert Uderzo (Asterix en Obelix), die zijn mensbeeld en historische beleving mede hebben gevormd.

Uitgangspunt van Bloms reis door de geschiedenis is dat wij van verhalen zijn gemaakt, meer en sterker dan wij denken. Zowel ons familieleven als ons maatschappelijk leven wordt gedragen door collectieve verhalen, die wij elkaar vertellen en die de sleutels tot onze ‘groep’ bevatten. Waar wij goed in zijn. Wat wij vrezen. Wat wij ontvluchten. Wat wij liefhebben. Wat wij verzwijgen. In een tijd van crisis komen we in onbekend gebied en bezitten we nog niet de woorden om de nieuwe realiteit te beschrijven of ons de weg naar oplossingen, veranderingen, verbeteringen voor te stellen. Dat zorgt voor een gevoel van onzekerheid en leidt tot twisten, menselijk gemodder.

Binnen het systeem, binnen de orde die we met elkaar hebben ingericht, zal het nieuwe verhaal niet worden geboren, denkt Blom. Er is artistieke moed voor nodig om het te scheppen, buiten het systeem te denken, ver van de politieke partizanenstrijd die de toon van het hedendaags debat bepaalt. Blom gebruikt het begrip ‘poëtische resonantie’ om het effect van het nieuwe verhaal te duiden: het moet als een openbaring zijn, ons diep van binnen aanspreken en voeden. Op een gegeven moment zal het er zijn.

Vooruit in plaats van achteruit

Waar Blom vanuit historisch en literair perspectief naar onze tijd kijkt en sleutels tot analyse aanreikt, is de blik van Verhaeghe eerder psychologisch en filosofisch. Samen geven ze overtuigend gevolg aan de oproep van Brooks, waarbij ze (economische) analyses over de exploitatie van onze aarde niet schuwen. Een visie op de toekomst van de mensheid is onvermijdelijk verbonden met de plaats van de natuur en de planeet in ons denken en handelen. Verhaeghe richt zich op de menselijke eigenschappen die ons vooruit kunnen helpen in plaats van achteruit, zoals veel conservatieve denkers doen. Daartoe neemt hij drie kernvragen van de filosoof Immanuel Kant als leidraad: wat kunnen we weten, wat mogen we hopen, wat kunnen we doen? Zelf voegt hij daaraan toe: wat moeten we vrezen?

Willen wij iets aan onze manier van leven veranderen, dan is het belangrijk te overdenken wat wij werkelijk waardevol achten en wat ons belemmert daarnaar te streven. Onze verslaving aan de zogenaamde vrije markt, aan het consumentisme, en de roekeloze exploitatie van de aarde helpen ons niet, zo analyseren Blom en Verhaeghe.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Het belangrijkste wat wij moeten vrezen is dat er niets zal veranderen en dat wij volharden in onze destructieve patronen. Volgens Verhaeghe heeft de periode van covid-19 des te duidelijker aan het licht gebracht hoever de mensheid verwijderd is geraakt van de natuur. Hij noemt de pandemie een gevolg van onze levenswijze, waarvan consumentisme een ander vernietigend aspect is. Met verbazing beluistert hij de oorlogsretoriek waarmee wij het virus te lijf gaan, alsof ons lijf niet nauw samenleeft met virussen, schimmels, bacteriën. Wij zijn in zijn ogen onze plaats vergeten en hebben ons met een beroep op God en de Bijbel het recht toegeëigend ons boven de natuur te stellen, en alles wat onder ons staat te gebruiken.

Door de natuur te elimineren – waarvan wij slechts een schakel zijn, een bliksemflits tussen twee eeuwigheden – schakelen wij onszelf uit. Niet de natuur, die in enigerlei vorm blijft bestaan. Daarbij laat de mensheid zich steeds sterker leiden door desinformatie en propaganda. Eerder dan te vertrouwen op de wetenschap koesteren grote groepen een gevoel van wantrouwen tegenover degelijk onderzoek. Kritische analyse en waarheidsvinding worden ondermijnd. Daarmee ondermijnen wij ook de vrijheid onze planeet straks beter in te richten. Ooit was de markt een plaats van ideeën en waren, nu is die een plaats waar schulden een ‘product’ zijn en kortstondige bewegingen en clicks de dynamiek bepalen, ver van menselijk contact, zonder verhouding tot de denkbare of tastbare realiteit – behalve dat de ongelijkheid in de wereld er dramatisch door wordt versterkt, met op den duur desastreuze gevolgen. Kortetermijndenken is een kwaal met langdurige effecten, zo vat ik zijn lichtvoetige en vlammende betoog samen.

Leren van deze tijd

Net als Blom tracht Verhaeghe vooruit te denken. Ook hij spreekt niet zozeer de politiek aan, alsof die nauwelijks een factor is – te zeer bepaald door scoren op de korte termijn, verstrikt in de strijd om de macht. Nadrukkelijk spreekt hij het publiek aan. Hij roept ons als burgers op te leren van deze tijd, te leren van de crisis die wij samen meemaken en al ons talent in te zetten voor verandering. Wat zagen wij in de periode van covid-19? Dat er tijd was om ons met onze kinderen te bemoeien, met ze te praten, dat de zorg voor anderen gewoner werd, een plezier kon zijn, dat thuiswerken buitengewoon productief was, onze concentratie sterker. Er was minder vervuiling. Op sommige plaatsen werden bergen zichtbaar die decennialang aan het zicht onttrokken waren geweest. Welke conclusies trekken wij uit dit alles?

Verhaeghe noemt ons ‘sociale knuffeldieren’: aanraking, contact van huid op huid is een levensvoorwaarde. Wij willen ook worden geraakt door muziek, door verhalen. Uitgevers meldden dat de boekverkoop de laatste maanden sterk toenam. Politici declameerden fraaie woorden over de troostende kracht van de kunsten. Zij zeiden dat verhalen ons konden verzoenen met ons lot. Het verhaal dat ons verder gaat helpen, en dat wij zoeken, doet heel iets anders: het spreekt de creativiteit in ons aan en toont de contouren van een nieuwe, alleszins mogelijke wereld.

Philipp Blom: Het grote wereldtoneel – Over de kracht van verbeelding in crisistijd. Uit het Duits vertaald door Wil Hansen. De Bezige Bij; 144 pagina’s; € 17,99.

Paul Verhaeghe: Houd afstand, raak me aan. De Bezige Bij; 134 pagina’s; € 14,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden