Recensie Documentaire

In Time Trial zit de kijker de renner dicht op het lycra (drie sterren)

Hijgen, vloeken en vruchteloos ploeteren achterin het peloton. Daarover gaat Time Trial, over een profrenner die het niet redt.

Foto Still uit Time Trial

Het zijn beelden die voor wielerliefhebbers zo’n beetje dezelfde waarde bezitten als de registratie van een verschroeiende sprint of een beslissende demarrage op de flanken van de Alpen of Pyreneeën. Wat in de achterste rijen van het peloton gebeurt, bevat ook drama te over – klein en groot.

Op een kaarsrechte weg in een oneindig ogende vlakte probeert de Schotse renner David Millar in de kou en de gutsende regen met gevoelloze vingers handschoenen aan te trekken. Ze passen niet. In de ploegleidersauto naast de worstelende fietser staren zijn begeleiders wat schuldbewust voor zich uit. Ze hebben zijn eigen exemplaren niet kunnen vinden. Zijn die soms gejat? Millar: ‘Sommige cunts nemen ze mee.’ Het lukt hem niet eens meer al rijdend zijn klapperende regenjack dicht te ritsen.

Dergelijke beproevingen in de marge van de wedstrijd kunnen ook veelzeggend zijn. De scène uit de documentaire Time Trial – vorig jaar al te zien op het IDFA  met het getob in de drijfnatte klassieker Milaan-San Remo van 2014 illustreert een moeizame missie van Millar. Regisseur Finlay Pretsell, landgenoot en zelf fietser op amateurniveau, volgt diens poging zich in de selectie van zijn ploeg Garmin te rijden voor de Tour de France dat jaar. Het is het laatste seizoen van de dan 37-jarige Millar. Hij is ooit renner geworden om de ronde aller ronden te kunnen rijden. Eén zou al geweldig zijn geweest, het zijn er twaalf geworden, maar er wijst nog maar weinig op dat de dertiende kan worden bijgeschreven. Het zit hem gewoon niet mee, de ultieme overgave ontbreekt. Millar stelt het zelf vast. ‘Ik ben niet goed genoeg. Fuck.’

David Millar. Foto Still uit Time Trial

Even, aan het begin van zijn loopbaan, was hij de nieuwe hoop van het Britse wielrennen. In zijn eerste deelname aan de Tour, in 2000, won hij de proloog en kon hij de gele trui aantrekken. In 2004 volgde een schorsing wegens het gebruik van epo sinds 2001. Hij keerde in 2006 terug, betuigde spijt en etaleerde sindsdien zijn aversie tegen doping. Hij schreef er in 2011 een boek over, Racing Through the Dark. De kwestie komt in de film maar zijdelings aan bod. Als regisseur Pretsell ernaar vraagt, is Millar afhoudend. Hij heeft er al ‘duizenden’ interviews over gegeven. ‘Laat het rusten.’

In etappekoersen als Tirreno-Adriatico en Milaan-San Remo zit de kijker de renner dicht op het lycra. Je ervaart bijna zelf hoe de regendruppels je nagenoeg alle zicht ontnemen. Je hoort het gehijg en gevloek van Millar, het ritselen van ketting en derailleur, het suizen van de wind, het gemor in het peloton als iemand de euvele moed heeft te ontsnappen – geluid is belangrijk in Time Trial.

In die nabijheid is de documentaire overigens niet uniek. In meer producties over de wielrennerij zijn tegenwoordig camera’s en microfoons op fietsframes, in ploegleidersauto’s en teambussen bevestigd en worden de deuren van hotelkamers opengezet om de mores in de microkosmos van het fietsen vast te leggen – althans, kun je sceptisch denken, voor zover de mores het daglicht kunnen verdragen.

Thomas Dekker in Time Trial. Foto Still uit Time Trial

De waarde zit vooral in de waarneming van het onvermijdelijke. Er valt maar weinig op te tekenen van een heilig geloof in een dertiende Tour. De Schot plaatst  vooral vraagtekens. Hij hield vooral van ontsnappingen, hij haalde voldoening uit de pijniging van zichzelf en van anderen. Maar nu? ‘Ik kan het nog wel, maar het is niet meer met dezelfde toewijding en hetzelfde plezier.’ Of: ‘Waarom ben ik zo zwak en zijn de anderen zo sterk?’ Thomas Dekker, destijds ploeggenoot bij Garmin, kamergenoot en bezig met een weinig overtuigende comeback na zijn schorsing wegens dopinggebruik, pepert het hem in de documentaire nog even in. ‘Je hebt geen tijd meer.’ ‘Yeah’, reageert Millar.

Time Trial draait dan ook niet om het secondenspel van een race tegen de klok maar is het verslag van een wedstrijd waarvan de uitslag zich makkelijk laat voorspellen: het zinloze verzet tegen de voortschrijdende jaren. Millar gaat onderuit in die doorweekte editie van Milaan-San Remo, de camera op het stuur tuimelt mee. Niet lang daarna klinkt de stem van de teammanager. ‘David, we moeten praten.’

Meer over