In tijden van crisis is mode een sprookje

Tot zondagmiddag leek de modeweek van Parijs een tamelijk kleurloze.

De feestelijke jubileumshows van Sonia Rykiel, die woensdag het 40-jarig bestaan van haar modehuis vierde met een uitbundige show en een groot feest zat alweer achter in het geheugen, net als het twintigjarige jubileum van Maison Martin Margiela, maandagavond, waarin nieuwe interpretaties van oude ideeën werden gepresenteerd. Wat overbleef was een beeld van een wat moeizame, weinig vernieuwende week, waarin ieder modehuis leek te zoeken naar een passend antwoord op de vraag: wat te doen, in deze onzekere tijden? Hoe krijgen we vrouwen zover dat ze ondanks de financiële crisis toch dure kleren en schoenen kopen?

Het antwoord werd vooral gezocht in een al bekend mode-idioom. De meeste huizen borduurden voort op thema’s die al vorig seizoen werden ingezet: jasjes en jurken met brede schouders, broeken met verlaagde kruizen, torenhoge gladiatorsandalen, korte broeken, jurkjes met strakke lijfjes en korte, wijde rokjes.

En: kant, doorzichtige stoffen, lingerie. Prada’s bijna geheel kanten collectie voor dit najaar is een enorme hit – opmerkelijk veel van de vrouwelijke bezoekers van de shows hadden een kanten outfit aan, ook overdag. En dus schenen ook op de catwalks grote hoeveelheden lingerie door transparante en kanten kleren heen.

Soms was dat mooi, zoals bij Yves Saint Laurent, waar Stefano Pilati met doorkijkblouses met een bh in dezelfde kleur eronder een ode leek te brengen aan de dit jaar overleden naamgever van het huis. Soms ging het over het randje, zoals bij Jean Paul Gaultier, die een paar felgekleurde, transparante onderjurken had.

Daarnaast waren er veel Afrikaanse en westerninvloeden, dingen die je elke paar jaar weer voorbij ziet komen. Hermès was helemaal cowboy en franje. Als de materialen niet zo intens chic waren geweest, was het allemaal erg gewoontjes geweest.

Er werd harder geklapt voor veteraan-supermodellen Stephanie Seymour en Naomi Campbell, dan voor de kleren.

Riccardo Tisci kwam voor Givenchy, een favoriet van jonge vrouwen, met cowboylaarzen tot ver over de knie en spijkerbroeken met ingebouwde leren kappen.

Afrika werd bij Dior een serie sexy jurken met tribal details en korte, transparante rokjes, die erg deden denken aan het oude werk van Azzedine Alaïa en Gianni Versace. Alleen Junya Watanabe wist van een uitgekauwd thema iets persoonlijks te maken. Zijn gesmokte tops van West-Afrikaanse batikstoffen, tijgerstrings die uit lange spijkerrokken piepten en platte sandalen vormden een lieflijke ode aan de stijl van de Afrikaanse vrouw.

Er waren meer geslaagde shows. Die van Yves Saint Laurent dus, al was het niet zo’n overdonderende verassing als de vorige keer. De op kimonovormen gebaseerde jasjes deden bovendien soms een beetje hard en geforceerd aan.

Dries van Noten had een ingetogen, sportieve zeer draagbare en elegante collectie die draaide om ruitdessins. Yohji Yamamoto’s zwarte pakken en witte jurken waren even stijlvol als sereen.

Karl Lagerfeld leek in de vrolijke Chanelshow vol stijlvolle, klassieke Chanelpakjes de draak te steken met de crisis: op het podium was een levensgrote kopie van de beroemde Chanelwinkel aan de Rue Cambon opgetrokken, de modellen stapten de deur uit met leren versies van de papieren winkeltasjes van Chanel.

Ook om vrolijk van te worden was de show van Comme des Garçons. Het eigenzinnige Japanse merk dat dit najaar de feestcollectie van H & M verzorgt, kwam met bolle jurken die gemaakt leken te zijn van kapotgesneden voetballen.

Maar zondagmiddag gebeurde het pas echt, bij de show van Louis Vuitton. Brede schouders, korte wijde rokjes, warme, winterse kleuren, een beetje Afrika, wat oude Yves Saint Laurent, verwijzingen naar het boudoir: er zaten genoeg dingen in die je ook bij andere ontwerpers zag.

Maar Marc Jacobs had er een unieke collectie van gemaakt. Korte, scherpe jasjes waarin verschillende stoffen waren verwerkt, feestelijke rokjes die dankzij een baan transparante stof een blik op het ondergoed boden, een rijk kleurgebruik.

Iedere outfit weer was met de grootst mogelijke aandacht gemaakt. Er was glimmend leer, er waren pailletten, veren, uitbundige kapsels, opvallend zware make-up, enorme oorbellen.

Behalve heel korte broekjes en rokjes waren er ook draagvriendelijke lange broeken met wijde pijpen, maar eigenlijk deed dat er helemaal niet toe. De voorjaarscollectie van Louis Vuitton ging niet over draagbaarheid of verkoopbaarheid, maar over mode als sprookje, als droom.

Ironisch genoeg is dat juist wat de industrie draaiende houdt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden