Profiel Christoph Marthaler

In Tiefer Schweb van Christoph Marthaler staat de mensheid aan de rand van totale vernietiging

Mensen die met de moed der wanhoop proberen er nog wat van te maken, dat kenmerkt het werk van de Zwitserse theaterregisseur Christoph Marthaler. Voor het Holland Festival maakte hij Tiefer Schweb, waarin muziek de enige redding blijkt.

Christoph Marthaler. Beeld Hollandse Hoogte

Twee jaar geleden logeerde ik op doortocht naar Italië in Romantik Hotel Schloss Rettershof, diep verscholen in het Duitse Taunus-gebergte. Die avond trad daar in de tuin het plaatselijke symfonieorkest op. Op het repertoire stonden beroemde filmmelodieën, licht-klassieke evergreens, en een enkele opera-aria. Het orkest bleek niet van topkwaliteit en dat gold tevens voor de kleding van muzikanten en solisten. Zwarte sleetse pakken, galajurken waarvan de glitters al wat dof waren geworden.

Vanuit de eetzaal had ik zicht op de gang waar de muzikanten heen en weer beenden om zich om te kleden. In de pauze trokken ze in ganzenpas met hun instrumenten onder de arm van buiten naar binnen, en weer terug – af en toe een snaar beroerend of een flauw grapje makend. Door hun trage tred leken ze op marionetten, die het alledaagse getob pareerden door muziek te maken.

Dit is Marthaler dacht ik, dit is precies wat de Zwitserse theaterregisseur Christoph Marthaler altijd laat zien: mensen die met de moed der wanhoop proberen er nog wat van te maken. Mensen die dag in dag uit dezelfde route afleggen, heen en weer, van tafel naar bed, van gang naar tuin, in eindeloze regelmaat.

Na afloop van het concert in de tuin van Rettershof kreeg het orkest een gul applaus, dronken de mensen nog een glaasje sekt en sjokten de muzikanten het hotel weer in om zich in hun dagelijkse kleding te hijsen. De muziek was opgehouden, de voorstelling afgelopen.

Muziek brengt redding

In Tiefer Schweb, de productie die Marthaler (66) vorig jaar bij de Münchner Kammerspiele maakte en die vanaf vandaag drie keer bij het Holland Festival is te zien, zit opnieuw een groepje mensen met elkaar opgesloten. Wat ze dit keer bindt, is niet een orkest maar een of andere geheimzinnige commissie waar ze onverwacht deel van uitmaken. De setting is als altijd bij Marthaler licht absurd: Tiefer Schweb speelt zich af in de nabije toekomst, ergens in een afgesloten ruimte op de bodem van het Bodenmeer, precies op de grens van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Die plek symboliseert min of meer het door overbevolking, vluchtelingen en bacteriële infecties bedreigde Europa. Kortom: de mensheid staat aan de rand van de totale vernietiging en aan dit gezelschap de taak daar zinnig op te reageren. Het klinkt allemaal nogal zwaar op de hand en voor Marthalers doen is het dat ook, maar eigenlijk brengt ook hier muziek de redding. Ondanks alle onzekerheid en onderling wantrouwen, worden samen liedjes gezongen en vergetelheid gezocht in klanken die woorden overbodig maken.

Tiefer Schweb - Profiel van de wonderlijke Marthaler die van muzikaliteit en melancholie zijn handelsmerk heeft gemaakt. Hein heeft zo'n beetje alles gezien en schrijft een profiel naar aanleiding van eerdere voorstellingen. In het absurdistische ondergangssprookje Tiefer Schweb klinken dit keer Procul Harum, Simon & Garfunkel, Bach en Zwitserse volksliedjes.

Het muziektheater van Christoph Marthaler is al meer dan dertig jaar toonaangevend in Europa. Hij was artistiek leider en huisregisseur van de stadstheaters in Zürich en Bazel en werkte bij een aantal grote Duitse gezelschappen. Talloze prijzen vielen hem ten deel, onlangs nog de Gouden Beer van de Biënnale van Venetië; Europese festivals als Festival d’Avignon, Wiener Festwochen, RuhrTriënnale en Holland Festival programmeren maar al te graag zijn voorstellingen. Twee jaar geleden was in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn regie van John Osborne’s toneelstuk The Entertainer te zien. Dat bleek een Marthaler in optima forma. Het toneelstuk over de teloorgang van een tweederangs variétéartiest en zijn armzalige gezin speelde zich af in een decor dat zowel een vervallen theater, als een huiskamer en een spookkasteel verbeeldde. In de vergane glorie van gelambriseerde wanden en het vaal geworden roodfluweel domineerden drankzucht en grootheidswaan. Met aan het eind een eindeloos durende optocht, trap op trap af, van terneergeslagen personages.

In Der Entertainer kwamen Marthalers thema’s en motieven fraai samen. Want bijna altijd gaat het bij hem over mensen die tot elkaar zijn veroordeeld, of dat nu in gezins-, club- of collegiaal verband is. En omdat zoiets nu eenmaal altijd leidt tot irritatie en verveling, zoeken ze een uitweg – bij Marthaler dus in rituelen, gewoonten, troostliedjes. In zijn voorstellingen kijkt hij niet neer op die tobbende mensen maar hij beschouwt ze met compassie, alsof hij hun gelijke is. Misschien is hij dat ook wel – iemand die al dertig jaar eigenlijk een en dezelfde voorstelling maakt en toch telkens weer een variatie daarop weet te bedenken, doet ook zijn best om los te komen van afstomping.

Profiel van de wonderlijke Marthaler die van muzikaliteit en melancholie zijn handelsmerk heeft gemaakt.

Marthaler heeft een waanzinnig werktempo, hij maakt al ruim dertig jaar gemiddeld zo’n drie producties per seizoen en regisseert ook regelmatig bij de grote Europese operahuizen. Twee keer werkte hij bij een Nederlands gezelschap: in 2004 regisseerde hij Seemannslieder (losjes gebaseerd op Herman Heijermans’ Op hoop van zegen) bij ZT Hollandia en in 2007 Maeterlinck, een coproductie van Toneelgroep Amsterdam en NTGent. Die laatste voorstelling speelde zich af in een grauw naaiatelier waar een aantal vrouwen achter de naaimachine zat terwijl de bazen van bovenaf toekeken. Een dagdagelijkse sleur, die werd onderbroken door kleine rituelen en mooie muziek van Debussy en Satie. Tergend traag uitgesponnen, en weemoed alom, maar toch ook grappig.

De kern van het drama

In Seemannslieder nam hij een brutaal loopje met het vissersdrama van Heijermans. Op hoop van zegen is een bijna iconisch sociaal drama over uitbuiting van arme vissers door hardvochtige reders, met vissersweduwe Kniertje als treurig boegbeeld. Maar Marthaler had geen enkele last van de heiligheid van dat stuk, hij gooide het verhaal overboord, schrapte nagenoeg alle tekst en liet zijn spelers liedjes zingen - van De Zangeres Zonder Naam (‘Mijn liefste is al heel lang over zee’) tot Schubert, met van teksten van Slauerhoff tot Pessoa. Toch kwam hij tot de kern van het drama, sterker nog: hij weekte het stuk los van het particuliere drama van die ene vissersvrouw en liet ons Nederlanders kijken naar onszelf. Naar een afwachtend en in bepaalde opzichten calvinistisch volk, samengepakt op een klein stukje land en verbonden door de strijd tegen het water.

Marthaler heeft een hekel aan interviews (‘ze komen maar naar mijn voorstellingen, dat is wat ik te zeggen heb’) maar destijds bij Seemannslieder lukte het toch tot hem door te dringen, met dank aan zijn kompaan Johan Simons die daar toen intendant was. Slurpend aan oesters en goede witte wijn, vertelde hij dat hij van Heijermans nog nooit had gehoord maar dat hij gefascineerd was door zeemansliederen en hield van de geur van de zee en van havencafeetjes. ‘Een geur, een lied – ze roepen allerlei herinneringen op. Ik hoef maar een bepaald parfum te ruiken of een etenslucht en ik zit weer thuis bij mijn moeder of ik herbeleef mijn eerste kus. Muziek heeft die kracht ook. Daarom vind ik liedjes in het theater zo belangrijk.’

Bij het maken van Seemannslieder vroeg Marthaler de acteurs zelf plaatjes (voor de jongere lezers: dat zijn liedjes op een vinyl schijfje) mee te nemen naar de repetitie. Zelf ging hij in platenwinkels op zoek naar oude zeemansliederen. Hij ontdekte daar ook André Hazes en Corrie & De Rekels als Nederlands cultuurgoed en bezocht de kust bij Scheveningen en Katwijk. Zo werkt hij dus, associatief, gevoelsmatig, denkend vanuit muziek en met inzet van al zijn acteurs. Zijn werk is schatplichtig aan de dadaïsten met hun absurde performancekunst, de films van Fellini met hun kleurrijke, clowneske figuren en de schilderijen van James Ensor, waarop carnavals in desolate omstandigheden zijn afgebeeld. Zijn personages zijn niet gek, maar wel een beetje in de war. Er zit vaak een klein steekje aan ze los, ze hebben bepaalde tics en ingeslepen gewoontes, en om hun onzekerheid te verbergen beroepen ze zich vaak op hun status, hoe onaanzienlijk die ook is.

Glaube Liebe Hoffnung door de Volksbühne Berlin in 2012, regie Christoph Marthaler. Beeld Walter Mair

‘O, mein Heimatland’, zingen de personages die in Tiefer Schweb tot elkaar zijn veroordeeld. De voorstelling begint stug met een lang uitgesponnen vergaderscène vol raadselachtigheden en ambtelijke rituelen. Wie zijn die mensen, wat doen ze hier, welke taak hebben ze op de bodem van dat meer? En vooral: wat gebeurt er boven hen? In een van zijn meest vervreemdende voorstellingen van de laatste jaren laat Marthaler zijn zwoegende, zoekende mensen en daarmee zijn publiek lang in het onwisse. Totdat alles langzaam uitmondt in weer zo’n weergaloos ongrijpbare Marthaler-klucht in slow motion.

Volksliedjes, klassieke popsongs als A Whiter Shade of Pale en The Sound of Silence, accordeons en hammondorgeltjes – de hele muzikale trukendoos komt weer tevoorschijn. Er is een dadaïstische scène van vier mannen met een urinoir op hun hoofd en een filosofische dialoog tijdens het plassen. Tegen het eind komen voor Marthaler wezensvreemde attributen op: een cirkelzaag en prikkeldraad. Alsof het zelfs in die benauwde veste nodig is je te verschansen.

In Tiefer Schweb zit ook weer een scène waarin een steeds langere rij onbestemde types in een nutteloze beweging van links naar rechts gaan. Zoals destijds in dat hotel in het Taunus-gebergte, Schloss Rettershof. Dat zou trouwens ook een mooie titel voor een Marthaler-voorstelling zijn: Schloss Rettershof.

Tiefer Schweb van Christoph Marthaler door Münchner Kammerspiele is te zien op 28, 29 en 30 juni in Stadsschouwburg Amsterdam.

Vrijdag wordt na afloop van de voorstelling Tiefer Schweb in de Stadsschouwburg Amsterdam afscheid genomen van Ruth Mackenzie, artistiek leider van het Holland Festival. Zij is een groot liefhebber van het werk van Christoph Marthaler en koos juist daarom voor dit moment. Mogelijk is Marthalter daar zelf ook bij aanwezig. De Zwitserse theatermaker is vanaf deze zomer ook mede-intendant van de RuhrTriënnale, als opvolger van Johan Simons die dat festival drie jaar heeft geleid. Twee nieuwe producties van hem zullen komende zomer daar in première gaan: Bekannte Gefühle, Gemischte Geschichter en Universe, Incomplete.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.