Interview Comedian Marlon Kicken

‘In plaats van op zoek te gaan naar of ik bij Curaçao hoor of bij Brabant, heb ik het losgelaten’

Comedian Marlon Kicken (45) veranderde van mening over hokjesdenken.

Cabaretier Marlon Kicken Beeld Ivo van der Bent

Oude opvatting

‘Je identiteit ligt vast en je kunt maar in één hokje passen. Ik ben geboren op Curaçao en als jongetje van een paar dagen oud geadopteerd door een Limburgse vader en een Antilliaanse moeder. Ik ben opgegroeid in een klein Brabants dorp, Aarle-Rixtel. Ik deed er alles aan om erbij te horen en een echte Brabander te zijn. Ik zat bij de harmonie, ik werkte bij de boer, net als het hele dorp gaf ik af op de stad Helmond en ik droomde ervan om ooit Prins Carnaval te worden.

‘Nederland zag ik als mijn thuisland en ik deed enorm mijn best om Brabander te zijn. Met meer identiteiten dan één wordt het te ingewikkeld en accepteren mensen je niet.’

Het kantelpunt

‘Hoe normaal ik me ook voelde in mijn eigen dorp, zodra ik daarbuiten kwam, gingen mensen vragen stellen: ‘Hé, wat gek, jij praat niet met een Antilliaans accent, maar plat Brabants?’ Terwijl het voor mij heel gewoon was, iedereen in het dorp praatte immers zo. Ik wist niet goed wat ik met die constatering aan moest. Ik voelde me er ineens anders door.

‘Het definitieve keerpunt kwam toen ik op mijn 18de naar Curaçao op vakantie ging. Het was niet de eerste keer, we gingen er om de vier jaar naartoe. Maar deze keer was anders, tijdens deze vakantie voelde ik me voor het eerst echt thuis op Curaçao. Ik snap nog steeds niet helemaal waarom. Dat was een grote schok, ik kon het niet rijmen. Ik spreek nauwelijks Papiaments, ik heb er nooit gewoond, hoe kan ik me hier nou zo thuis voelen? Van de weeromstuit ben ik 18 jaar niet meer naar Curaçao gegaan, ik wilde er niets mee te maken hebben. Niet nog een hokje erbij, dacht ik. Maar het zette me wel aan het denken.’

Nieuwe opvatting

‘Ik ben een individu dat is gevormd door zijn roots, opvoeding, familie, cultuur, hobby’s, interesses en omgeving. Aan de andere kant ben ik ook gevormd door de dingen die ik mee heb gekregen bij mijn geboorte. Een identiteit ligt niet vast voor het leven maar verschuift met de tijd en dat vind ik juist mooi.

‘Iedereen zou het hokjesdenken moeten loslaten. Hokjes hebben muren, afscheidingen, beperkingen en grenzen. Zodra er geen muren zijn, wordt je wereld groter en word je verrast, leer en ontdek je meer.

‘Kijk, hokjesdenken of categoriseren kan heel handig zijn. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het begrip ‘stoel’: op grond van de kenmerken kun je dit categoriseren en je brein weet meteen dat je erop kunt zitten, super handig. Maar mensen categoriseren is een heel ander verhaal, identiteiten zijn veranderlijk, mensen zijn niet homogeen. Als je mensen in hokjes gaat plaatsen ga je verschillen over het hoofd zien, mis je allerlei positieve interactie en geef je de ander niet de kans zichzelf te zijn, zonde toch?’

Het effect

‘In plaats van op zoek te gaan naar waar ik bij hoor, tussen wie ik moet kiezen, ben ik het gaan loslaten. Ik hou van Brabant en van Curaçao. Het is niet Jandino of Guus Meeuwis. Ik probeer mezelf maar ook andere mensen nu ook niet meer in een hokje te plaatsen. Je leven wordt erdoor verrijkt.

‘Nadat ik het idee had laten varen dat je in één bepaald hokje moet passen, werd ik gevraagd als Prins Carnaval, een grote eer. Je vertegenwoordigt tijdens het belangrijkste feest van het jaar je gemeenschap, je gaat de geschiedenis in en de mensen vergeten je nooit meer. Toen ze mij vroegen was ik zo blij, ontroerd en vereerd. Maar ik werd wel teruggeslingerd naar de realiteit toen het naar buitenkwam en het landelijk nieuws werd: ‘Ganzegat heeft de eerste zwarte Prins Carnaval ooit’. Ik besefte: hokjesdenken is niet dorps of stads maar werelds, het gebeurt overal. Aan de andere kant was het voor mij ook weer een kans om te laten zien: als je je hokjes loslaat, ga je niet alleen zelf vooruit maar neem je de mensen om je heen ook mee.

‘Nog steeds vragen mensen met carnaval aan me: ‘Snap je hoe het werkt?’ Vroeger werd ik dan boos maar nu probeer ik er grappen over te maken op het podium als stand-upcomedian. Bijvoorbeeld door schaamteloos te vertellen dat ik als tiener in Rotterdam oprecht bang was om uitgelachen te worden door m’n accent.

‘Het is zelfs een missie geworden om het hebben van een eigen, unieke identiteit te promoten: hallo medemens, ik ben lang niet de enige zwarte jongen die met dialect spreekt, die dreadlocks draagt, die houdt van stamppot met een kuiltje jus, die losgaat als er salsa op staat, die met veel plezier Koningsdag viert, die fan is van Gianni Romme, lacht om Eddy Murphy en droomt van een carrière zoals die van Herman Finkers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden