beschouwing they shall not grow old

In Peter Jacksons meesterwerk komen soldaten uit WOI tot leven

Alles moest kloppen. Voor de stemmen gebruikte hij liplezers, die ontcijferden wat de soldaten tegen elkaar zeiden. De tekst liet hij inspreken door acteurs uit de regio waar de soldaten vandaan kwamen. Het resultaat is een waar kunststuk. 

They Shall Not Grow Old Beeld AP

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Ze kijken vrolijk de lens in. ‘Hallo mam!’, roept er een. Grote kans dat deze Britse soldaten voor het eerst in hun leven een filmcamera zien. Sommigen blijven staan, alsof ze denken dat ze op de foto moeten. Anderen lopen door en kijken nog eens om, nieuwsgierig naar het apparaat dat met hen de loopgraven is ingegaan.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was de eerste oorlog die werd gefilmd. Draagbare camera’s waren het nieuwste van het nieuwste. Het medium was nog piepjong: 1914 was ook het jaar waarin Charlie Chaplin zijn eerste korte komedies maakte. Denk aan die tijd, en je ziet de wereld in zwart-wit. Geluid ontbreekt, het beeld is wazig en beschadigd, bewegingen zijn schokkerig en overhaast.

Zo ziet film uit die periode er nu eenmaal uit – het gevolg van de beperkte techniek van toen en de kwetsbaarheid van het materiaal. En zo begint ook in They Shall Not Grow Old, Peter Jacksons documentaire over de Eerste Wereldoorlog. Verweerde beelden in vertrouwd zwart-wit, afkomstig uit de archieven van het Imperial War Museum, tonen Groot-Brittannië in de begindagen van de oorlog. Drommen jonge mannen melden zich vrijwillig aan bij het leger.

Zij gaan het klusje wel even klaren, klinkt het monter op de geluidsband. Britse veteranen vertellen daarop over hun beleving van de oorlog, te beginnen met hun aanmelding en training. Hoe oud ze waren (vaak jonger dan officieel was toegestaan), wat ze droegen (één uniform voor de hele oorlog), wat ze aten (altijd weer pruimen-appeljam), hoe ze gedrild werden. Hoe ze vervolgens op de boot gezet werden naar het Europese vasteland, waar ze dagen moesten marcheren, richting het slagveld.

They Shall Not Grow Old Beeld AP

Kleur, diepte en geluid

Dan, na ruim twintig minuten, gebeurt het. Het vierkante kader wordt opgerekt en de meer dan honderd jaar oude beelden krijgen plotseling kleur, diepte en geluid. Het is een magisch, kippenvel veroorzakend moment. Al die grijze schimmen uit het verleden zijn ineens springlevend, met kleur op hun jonge kaken. Ze lachen opmerkelijk veel, zelfs in drassige loopgraven waar ze elk moment kunnen worden neergeschoten. Scherper dan ooit oogt het: de modder, de wonden, het prikkeldraad. Een uur lang blijft de film zo levensecht, bijna tot het einde, wanneer uit een groot deel van de gezichten alle kleur verdwenen is.

Pure tovenarij is het, wat Jackson met het oude beeldmateriaal gedaan heeft. Om de wapenstilstand van 1918 te gedenken, kreeg de Nieuw-Zeelandse regisseur van The Lord of the Rings en The Hobbit de beschikking over zo’n honderd uur aan filmmateriaal uit de Eerste Wereldoorlog. Of hij daar iets origineels mee kon doen? Jackson hoefde er niet lang over na te denken. Hij was zijn leven lang al gefascineerd door de Grote Oorlog, waarin zijn grootvader had meegevochten.

Dat Jackson besloot de beelden te restaureren, is op zich niet bijzonder. Overal ter wereld wordt gewerkt aan het opfrissen van oud filmmateriaal. Ook het inkleuren van zwart-witbeelden is vaker gedaan, zij het tot nu toe met veel minder precisie – het kostte Jacksons team drie jaar. Wat They Shall Not Grow Old uniek maakt, is de radicale aanpak met de krachtigste, nieuwste digitale technieken, gecombineerd met Jacksons talent om een verhaal te vertellen. Kleur, geluid, 3D, een minutieuze restauratie én een uitgekiende montage: alles bij elkaar maakt het de documentaire tot de meest opzienbarende oorlogsfilm van de laatste jaren.

Jacksons doel: van de naamloze soldaten weer mensen van vlees en bloed maken. Zijn film gaat niet over veldslagen of tactieken – achtergrondinformatie over de oorlog ontbreekt volledig. Daarnaast beperkt hij zich tot de Britse infanterie aan het westfront. Het filmmateriaal werd gerestaureerd door Jacksons eigen bedrijf Weta Digital, dat ook de baanbrekende visuele effecten voor zijn Tolkien-verfilmingen produceerde. (Opmerkelijk detail: J.R.R. Tolkien, schrijver van The Lord of the Rings en The Hobbit, diende als vrijwillig aangemelde soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog in een regiment dat in They Shall Not Grow Old te zien is).

Voor het geluid, misschien wel het meest grensverleggende onderdeel van de restauratie, huurde Jackson liplezers in, die ontcijferden wat de soldaten zeggen. De teksten werden vervolgens ingesproken door acteurs uit de regio waar de soldaten vandaan kwamen. Ook met de artilleriegeluiden, opgenomen bij oefeningen van het Nieuw-Zeelandse leger, nam Jackson geen halve maatregelen. Alles moest kloppen, tot aan het gulpende geluid van in het moeras vallende kogels toe. Samen met de stemmen van de veteranen, die op laconieke toon over de angstaanjagendste ervaringen vertellen, maakt dit de geluidsband van They Shall Not Grow Old tot een waar kunststuk.

They Shall Not Grow Old Beeld AP

Verplichte kost

Jackson brengt de oorlog onwerkelijk dichtbij, waarbij het nauwelijks opvalt dat tekeningen en foto’s soms de plaats innemen van bewegend beeld. Echte gevechten werden nooit gefilmd, want daarvoor waren de camera’s veel te zwaar. Wanneer de soldaten vanuit de loopgraven ‘over de rand’ gaan, gebruikt Jackson beelden van oefeningen en illustraties uit de oorlogstijd. Minder gruwelijk wordt de film daar overigens niet van. They Shall Not Grow Old is verplichte kost voor iedereen die iets over oorlog wil weten, maar een sterke maag is wel vereist. Afgestorven loopgraafvoeten, volgevreten ratten, gifgas, bloed en lijkvocht dat overal doorheen sijpelt; de dood is overal in deze film. Hoe kan het ook anders, in een oorlog die negen miljoen soldaten het leven kostte.

Behalve een huiveringwekkende, spectaculaire geschiedenisles is de film ook voer voor discussies over conservatie en restauratie. Hoe ver mag je gaan in het eigentijds maken van oud filmmateriaal? Is kleur al een stap te ver, omdat zwart-wit vroeger nu eenmaal de norm was? In het tijdschrift The New Yorker zette redacteur Adam Gopnik vraagtekens bij de rigoureuze aanpak van Jackson. Die zou geen recht doen aan de geschiedenis. Alsof je het tapijt van Bayeux – een middeleeuws wandkleed over de slag bij Hastings – van een soundtrack voorziet en 3D probeert te maken, stelde Gopnik.

Een overdreven vergelijking, maar Gopnik staat niet alleen. Veel filmpuristen vinden dat restauratie alleen gericht mag zijn op het terugbrengen tot de originele staat. Toch is het logisch – en terecht – dat Jackson zich daar niks van aantrok. Hij wilde niet zomaar oude beelden opkalefateren, maar hij wilde een nieuwe film maken uit bestaand materiaal; een wezenlijk ander proces. Met They Shall Not Grow Old bracht hij het begin en het eind van een eeuw aan filmgeschiedenis samen. De modernste technieken maken het oude materiaal weer als nieuw, zodat het verleden aanvoelt als het heden. Aan de inhoud werd verder niets gemoderniseerd. Jackson wilde de oorlog laten zien zoals de soldaten die beleefden, niet meer en niet minder. Alles draait om de gezichten van de jongens aan het front. Dat is geen restauratie meer, maar een proces van vermenselijking.

They Shall Not Grow Old wordt op IFFR vertoond in 3D op 29 en 30 januari en 2 februari.

Van oud naar nieuw, een monsterklus

De restauratie van de oorlogsbeelden in They Shall Not Grow Old was een monsterklus. De oude filmfragmenten telden tussen de 10 en 18 beelden (frames) per seconde, terwijl de standaard 24 is. Om de slapstick-achtige versnelling te voorkomen die veel oude films kenmerkt, werden per seconde 6 tot 14 frames toegevoegd, digitaal gecreëerd op basis van de omringende beelden. Daarnaast moest de schokkerigheid – door het krimpen van de perforatiegaatjes van de filmstrook – worden rechtgetrokken. Krassen, vlekken en ontbrekende overgangen werden weggepoetst. Ook het inkleuren was een tijdrovend, veelal handmatig proces. Alleen de omzetting naar 3D was relatief eenvoudig: dat vergt vooral veel computerkracht.

Creatief filmmaken met oud materiaal

Peter Jacksons oorlogsdocumentaire They Shall Not Grow Old maakt op het IFFR deel uit van het themaprogramma ‘Laboratory of Unseen Beauty’. Daarin zijn oude en nieuwe films te zien die bestaand filmmateriaal opnieuw gebruiken.

Zoals Jackson aan de haal ging met het filmarchief van het Imperial War Museum, zo maakte regisseur Gregory La Cava in 1921 voor de komedie His Nibs gebruik van een eerder opgenomen, maar nooit uitgebrachte film van komediepionier Al Christie. Variété-artiest Chic Sale speelt verschillende rollen in deze vroege satire, die zich afspeelt rond een bioscoop. Een ander curiosum uit de beginperiode van de cinema is de korte film Mixed Nuts, waarin Stan Laurel te zien is als verliefde stuntel die denkt dat hij Napoleon is. De film werd gemaakt met materiaal uit twee andere films – wat verklaart waarom de komedie, hoewel geestig, nogal een rommeltje is.

Een fraai voorbeeld van creatief filmmaken is de Letse klassieker Apple In the River (1974). De vorig jaar overleden regisseur Aivars Freimanis bouwde in deze romantische speelfilm voort op een eerder gemaakte documentaire, die hij moest staken. De documentaire beelden van de Letse hoofdstad Riga combineerde hij met geacteerde scènes. Het resultaat is, als je de gedateerde voice-over even wegdenkt, opmerkelijk fris. Op elk moment, zo leert dit filmprogramma, kan iets ouds weer nieuw worden. Een film is nooit helemaal af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.