Column

In Parijs liepen we achter Sylvia Kristel aan

 

Screenshot uit Emmanuelle. Beeld ANP Kippa
Screenshot uit Emmanuelle.Beeld ANP Kippa

Van het jaar is april de hoopgevendste maand. De zon laat zich meer zien, de winterjas kan uit. In de tuin ontbotten bomen en struiken, bloemen vertonen zich eerst schuchter, allengs met meer zelfvertrouwen. De tuin wordt een schilderij waarin de kleur groen overheerst met rood, geel en fluweelpaars als kleine accenten. De magnolia bij de buren bloeit uitbundig. De grond geurt vers, vruchtbaar en ontvankelijk. Mijn goede moed, die me in de winter weleens in de schoenen wilde zakken, keert terug. Ik krijg zelfs reislust, verlang naar Parijs, zou daar nog een keer door de straten willen lopen, een croque-madame eten bij Le Select op de Boulevard Montparnasse met vrienden en degene die ik liefheb.

In de Verzamelde Gedichten van Hugo Claus (Uitg. De Bezige Bij, 1994) staat het gedicht April in Paris. Hij schreef het in de vijftiger jaren, in de lente van onze leeftijd, toen we allen aan het ontbotten waren. Een fragment:

'en wij in dit wit en dagelijks parijs

wij worden water en vloeien open

en zijn ineens verhuisd

en vinden de morgen niet meer en denken Chinees

en duiken onder bruggen en zijn de Seine

(...)

de trefzieke vingers van de dag

strelen het gelaat der straten open.'

Door die straten hebben Hugo en ik gelopen. We liepen op een bescheiden afstand op de Place St. André des Arts achter zijn toenmalige geliefde Sylvia Kristel aan, die, beroemd geworden door haar rol in Emmanuelle, op haar beurt werd achtervolgd door cameraploegen en fotografen. Dat waren nog eens dagen.

'Aprilleke zoet, draagt een witte hoed', luidt een kinderversje. Niet tot mijn genoegen. Een dikke vacht sneeuw kan ik hebben, maar het dunne snel dooiende laagje dat april oplevert voldoet niet. In Paul Claes' vertaling van T.S. Eliots The Waste Land (Uitg. De Bezige Bij, 2007) lees ik:

'April is de grimmigste maand, hij wekt

Seringen uit het dode land, vermengt

Herinnering en verlangen, port

Lome wortels op met lenteregen.

De winter hield ons warm, hulde

De aarde in vergetele sneeuw, voedde

Een restje leven met verdorde knollen.'

Jim Dine, bevriend Amerikaans beeldend kunstenaar en dichter zond ons gisteren zijn gedichten toe: Poems to work on (Cuneiform Press, 2015). Een paar regels uit April Weekends: 'Plots is het zware donker vol/van vochtige lucht, en is de vaas zozeer van brandend geel/dat bloemen nu (eens door winter gebogen)/een kleurig paneel van daglicht vormen.'

Fleurig ga ik mei tegemoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden