In opgefokte 'Oliver!' gaan de emoties per kilo

Weeskindjes in het grauwe Londen uit de vorige eeuw die niet genoeg te eten krijgen. Straatboefjes onder leiding van een ongewassen man....

Ruim 35 jaar geleden werd de eerste muzikale Oliver-poging gedaan in Nederland. Fagin, de smoezelige man die de kinderen de straat opstuurt, werd toen gespeeld door Johnny Kraaykamp. Binnen een paar maanden was de zaak failliet. Nu moeten Arjan Ederveen en Willem Nijholt ervoor zorgen dat het geld bij Van den Ende wel binnenkomt. Ederveen krijgt tot eind december de gelegenheid om te laten zien dat zijn aanwezigheid geen misverstand is. Daarna moet hij het podium delen met Willem Nijholt, die nog een keertje voluit wil gaan.

Ondanks de titel van de musical, naar een verhaal van Charles Dickens, gaat de meeste belangstelling niet uit naar Oliver. Dat jochie komt via het weeshuis en een baantje bij een onsmakelijke doodgraver terecht in Londen, waar hij wordt opgenomen in de bende van Fagin. Fagin is de werkelijke spil van het verhaal.

Ederveen heeft zich bewezen in het duo Theo en Thea, en vooral in 30 Minuten, de magnifieke tv-serie over ongewone karakters. Maar musical-allure heeft hij niet. Als hij opkomt heeft hij maar een halve minuut nodig om te laten zien dat hij zich heeft voorgenomen vooral niet te overdrijven. Dat valt te waarderen, want veel van zijn medespelers denken nog steeds dat schreeuwen en overacting noodzakelijke musicalkwaliteiten zijn.

Maar Arjan Ederveen speelt vooral Arjan Ederveen, die het van de kleine grapjes moet hebben. Fagin is een oude, egocentrische man, maar blijkt ook heel breekbaar, en houdt toch wel van die kinderen die hij erop uit stuurt. Ederveen krijgt het niet voor elkaar om het complexe karakter van Fagin te ontrafelen. Daarbij is hij ook nog een matige zanger. In het cabareteske Ik kijk kritisch naar alle plannen stoort dat niet, maar andere nummers blijven tamelijk blanco in de lucht hangen. Het wachten is dus op Willem Nijholt.

Het kan regisseur Ken Caswell worden aangerekend dat deze Oliver! zo'n opgefokt volkstoneelstukje is geworden. De emoties worden per kilo aangeleverd. Er zitten geen nuances in het stemgebruik van de spelers, en de achtervolgingen zijn op Jan Klaassen en Katrijn-niveau.

Ook op de tekst is wel wat aan te merken. Natuurlijk moesten de gedateerde zinnen van Seth Gaaikema uit de jaren zestig worden aangepast. Maar niemand zit te wachten op nep-leuke tussenvoegsels als 'Hij zei meneer tegen me'. Ook is het erg onwaarschijnlijk dat ongeletterde weesjes over 'indigestie' spreken.

De werkelijke klasse in deze voorstelling komt van Mariska van Kolck als de kroegzangeres Nancy, en Bart Oomen als de meedogenloze schurk Bill Sikes, die met een linke hond over het podium loopt. Zij hebben een gevaarlijke liefdesrelatie met trieste afloop. Zij zingen goed, doseren hun spel en geven de kinderen de kans om hun kwaliteiten te etaleren. Als Nancy haar moederlijke gevoelens voor Oliver toont is het eindelijk echt mooi.

Oliver! kent een paar sterke liedjes, maar die zitten verstopt tussen onopvallende grijze melodieën, die de jaren niet hebben overleefd. Het verhaal van Dickens had ook wel een facelift kunnen gebruiken. Nu betekent het happy end vooral...gelukkig dat het afgelopen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden