Lezen en schrijven Rinske Hillen

In Oorlog en vrede van Tolstoj kwam alles samen

Lezen is goed voor de mens, dus is het jammer dat jongeren zo weinig lezen. Wij vragen jonge schrijvers welk boek hen aan het lezen kreeg. Misschien dat dat helpt. Rinske Hillen over Oorlog en vrede van Tolstoj. 

Foto Amaury Miller

Als God zou bestaan en een pen had, dan zou hij zoiets schrijven. Ik was 16, denk ik. Het boek in mijn handen was oud en telde meer dan duizend bladzijden. Ik viel al voor de cassette waar de roman in zat: een rode, met pentekeningen van drie personages, Natasja, Pierre en graaf Andrej. Het was Oorlog en vrede van Tolstoj.

Natuurlijk was dit niet het eerste boek dat ik las. Ik sla Pinkeltje en de boeken van Thea Beckman en Evert Hartman even over. Het was ook niet de eerste aanzet tot lezen. Ik las altijd al. Ik had de donkerste kamer in het ouderlijk huis en las hele dagen weg; hoe dikker het boek, hoe beter. Ik werd door dit meesterwerk ook niet plots een zorgvuldige lezer. Als ik een stuk langdradig vond, sloeg ik het over. Volgens mij heb ik van Oorlog en vrede hele delen oorlog laten zitten. Dat scheelde zo een slordige vierhonderd pagina’s.

Overigens denk ik niet dat Tolstoj dit bezwaarlijk zou vinden. Toen ik bij de voorbereiding van dit artikel de roman weer eens lukraak opensloeg, las ik: ‘Over de oorlog dacht Freule Marja zoals vrouwen over oorlogen plegen te denken... ze voelde afschuw en was verbaasd over de vreemde wreedheid die mannen ertoe brengt elkander te doden... omdat deze oorlog in haar ogen net eender was als alle voorgaande.’

Dit maakte het boek zo bijzonder voor mij: op elke pagina een herkenbaar inzicht. Is dat niet het mooie aan lezen? Dat je je met een zin realiseert dat je iets altijd al wist, maar nu pas, omdat het er zo goed staat omschreven, weet dat je het weet? Zo is het! En dan op willen springen en de schrijver omhelzen. Dit weten wij. Jij en ik. Wij doorzien de boel. Ha!

Achteraf vind ik het maf dat ik zo van lezen hield, maar dat de titels op de verplichte boekenlijst me niet raakten. Misschien koos ik de verkeerde, maar voor mij als ontluikende lezer waren de verhalen niet levendig genoeg, te veel van het gehalte: mens met midlifecrisis verveelt zich op een zaterdag. We moesten dan het motief zoeken in de kleur geel van zijn sippe biertje (het thema was meestal vergankelijkheid). Grootser en meeslepender wilde ik het, daar op mijn donkere kamer. Ik vond mijn heil bij de filosofie. Socrates die de gifbeker drinkt en een rede houdt over de onaantastbaarheid van zijn ziel. Nietzsche met zijn ‘amor fati’ (omarm het lot), de moed om te worden wie je bent.

Toch werd Tolstoj mijn eerste schrijver en dit mijn eerste boek, omdat hier alles waarvan ik hield in samenkwam. Niet abstract, niet rationeel, niet drooggekookt zoals later tijdens mijn studie filosofie, nee, doorleefd. Grote vragen (bestaat de vrije wil? welke kracht drijft de geschiedenis?), sappige verwikkelingen (Natasja die zich laat inpalmen door Anatole en zo haar aanstaande huwelijk verpest) en onverbloemde menselijkheid (je leert Pierre in zijn zelfvertwijfeling beter kennen dan je beste vriend). Dit kon dus allemaal in één roman, zoveel kon één mens blijkbaar weten, voelen, schrijven. Amor fati in actie. In zo’n machtig landschap  word je nederig, zoals je dat wordt als je tussen hoge bergen wandelt. En tegelijk voelde ik me deel van deze grootsheid, al was het maar voor die paar bladzijden.

Van Rinske Hillen verscheen in 2017 haar debuutroman Houtrot. Het werd bekroond met de ANV Debutantenprijs 2018. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.