Boekrecensie Ongeneeslijk Religieus

In Ongeneeslijk Religieus geeft Tempelman zijn voortdurende worsteling met geloof weer (drie sterren)

Theoloog Gerko Tempelman viel van zijn geloof, maar het geloof liet hem niet los. Zijn persoonlijke zoektocht zal vooral jonge zinzoekers boeien.

Beeld Claudie de Cleen

Hij was gewaarschuwd. Een hoogleraar én een mevrouw in de kerk hadden het hem nog gezegd: Als je naar Amsterdam gaat, zul je je geloof verliezen. Een vrijgemaakt gereformeerde jongen die theologie wil studeren, gaat natuurlijk naar Kampen. Maar Gerko Tempelman koos toch voor Amsterdam. En verdomd, prompt verloor hij zijn geloof.

Nou ja, niet helemaal natuurlijk, en precies daar gaat zijn persoonlijke boek Ongeneeslijk religieus over. De God waarmee hij opgroeide verdween, en daarmee ook alle ideeën omtrent schepping, zondeval, kruisdood en opstanding van Jezus en de hel die dreigt voor ongelovigen. In volle vaart donderde Tempelman van het hellende vlak waarvoor hij was gewaarschuwd. Maar werd hij atheïst?

‘Hoe minder ik ben gaan geloven, hoe minder ik het kan loslaten’, schrijft Tempelman. Dat vat zijn boek in een notedop samen. Want ook al heeft hij de religieuze bagage van zijn kindertijd achter zich gelaten, het christelijk geloof blijft aan hem trekken. Zijn boek is de neerslag van een worsteling met geloof die nog altijd voortduurt. Het is geen terugblik op een worsteling die is afgelopen, maar beschrijft de stand van zaken tijdens rust.

Tempelman ziet zichzelf niet als atheïst. Dat etiket suggereert namelijk dat hij een eindstation bereikt heeft, en daarvoor is zijn rusteloosheid te sterk. Niets stelt hem tevreden. Denkers als Slavoj Žižek en John Caputo inspireren hem enerzijds in hun christelijk-nihilistische visie, maar bij beiden stelt hij ook eerlijk de vraag of wat ze aan het doen zijn werkelijk substantie heeft of slechts gegoochel met woorden is. Een definitief antwoord blijft uit.

De enige zekerheid waarvan Tempelman overtuigd is, is dat God – de traditionele God van het christelijk geloof – dood is en dat geloof in die God voor hedendaagse zinzoekers achterhaald is. Volgens Tempelman, die zich in dezen op Susan Neiman beroept, is dat vooral te wijten aan het kwaad in de wereld dat een onoverkomelijk obstakel is geworden voor godsgeloof.

Vroeger kon Tempelman nog geruststellend terugvallen op wat hij noemt de voorstelling van het borduurwerkje: ‘Als je de achterkant van het borduurwerkje bekijkt, zie je een wirwar van chaotische draden. Maar als je ’m omdraait blijkt die wirwar van draden uit te lopen op een prachtige creatie.’ Wij zien slechts één kant, dus alle ellende en rampspoed. Maar God ziet het totaalplaatje. Hij heeft de touwtjes in handen. Maar wat doe je dan met al die slachtoffers van Lissabon of Auschwitz?

Nee, concludeert Tempelman, het idee dat God achter de schermen bezig is de draden tot één briljant kunstwerk te verknopen is niet langer geloofwaardig. Een geloofwaardig godsbeeld zal zich eerlijk moeten verhouden tot het idee dat lijden zinloos is en dat het kwaad in de wereld geen reden heeft. Nihilisme dus. Dat is beangstigend. Maar is het ook onchristelijk en onbijbels?

Tempelman verwijst naar het bijbelboek Job. Daarin geven Jobs vrienden weliswaar allerlei redenen voor alle ellende die Job overkomt. Maar God onthoudt zich van een verklaring. Is God zelf misschien een nihilist? Was Jezus een atheïst toen hij aan het kruis zijn godverlatenheid uitschreeuwde? Is God misschien zelf een atheïst?

Het zijn spannende vragen die Tempelman vooral in het tweede deel aan de hand van Žižek en Caputo bespreekt. Dit zijn denkers die ertoe doen, die Nietzsche, nihilisme en christendom weten te verknopen tot een spannend geheel dat de kloof tussen geloof en ongeloof volledig opblaast. Maar hoe interessant ook, het boek blijft als geheel toch wat teleurstellend oppervlakkig. De hoofdstukken over Žižek en Caputo zijn wel erg schematisch en doen weinig recht aan de eruditie en ideeënrijkdom die hun denkwereld zo inspirerend maakt.

Toch besef ik dat ik als academisch opgeleide intellectueel zoiets makkelijk kan zeggen, maar dat ik daarmee het boek geen recht doe. Want dit boek is niet bedoeld voor vakfilosofen of theologen. Tempelman is een van die talloze dertigers die met zingevingsvragen worstelen, en gezien de toon en de taal – jofel, jolig, informeel – is dit boek vooral bedoeld voor de zinzoekers onder zijn generatiegenoten.

Wat hij hen te zeggen heeft? Het klinkt als een preek: dat ze lef moeten hebben om te kiezen voor wat ze willen geloven, een keuze die niet rationeel te beargumenteren is. Dat ze moeten vertrouwen op zichzelf, op anderen. Hoop moeten houden op een goede afloop, op een onverwachte toekomst. Maar of dit troost of houvast biedt als de grond onder je voeten wordt weggeslagen?

Hoe dan ook, de zekerheid die veel jongeren vandaag zoeken, de een in rabiaat atheïsme, de ander in fundamentalistisch geloof, die is voor Tempelman een gesloten deur. Zijn voornaamste advies aan hedendaagse zinzoekers is dat ze vooral en allereerst moeten stoppen met geloven en beginnen met loslaten: ‘Laat het bouwwerk in elkaar storten. Het is misschien het meest spirituele dat je ooit zult doen’.

Gerko Tempelman: Ongeneeslijk religieus – Hoe God verdween uit mijn leven en waarom steeds meer filosofen zeggen dat-ie terug is 

 Kok; 208 pagina’s; € 17,99.

Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.