Recensie Beeldende Kunst

In Object Love wordt de ‘intieme relatie’ tussen mens en spullen aangekaart, maar inhoudelijk is het erg algemeen (drie sterren)

De gemiddelde Europeaan bezit naar schatting wel tienduizend dingen. Bij Object Love staat daarom de ‘intieme relatie’ van de mens met zijn spullen centraal. Die is soms zo intiem dat mensen in hun liefste bezit begraven willen worden.

Pet’s Marktplaats, Pet van de Luijtgaarden. Beeld Ronald van Wieren

Vijfentwintig jaar geleden trouwde kunstenaar Yvonne Dröge met een meubelstuk van het merk Wendel. Sindsdien gaat ze door het leven als Yvonne Dröge-Wendel. Een van die legendarische performances uit de Nederlandse kunst waar bijna niemand bij was – alleen al daarom is het leuk om op de tentoonstelling Object Love in Sittard de VHS-trouwvideo tegen te komen. Daar staat de bruid, in haar ietwat rommelige trouwjurk, op een podiumpje ergens op de Gerrit Rietveld Academie en geeft serieus haar jawoord aan een fraai gewelfde kaptafel-met-spiegel.

Het huwelijk tussen vrouw en meubel bleek diepgaander dan een melige studentenperformance. Dröge voegde Wendel toe aan haar achternaam en bouwde voort aan een oeuvre dat helemaal gaat over de relatie van de mens tot de dingen. In 2016 won ze de Heinekenprijs voor haar oeuvre vanwege de ‘speelse, filosofische manier waarop Dröge-Wendel onderzoekt hoe objecten het gedrag van mensen beïnvloeden’, aldus de jury.

Daarover gaat Object Love: over de verhouding tussen de mens en zijn spullen. Zijn dingen, objecten, bezit, stuff, zooi soms zelfs, want de gemiddelde Europeaan bezit wel tienduizend dingen, zo wordt geschat. En daar hebben we een ‘intieme relatie’ mee, is de stelling. Het herkenningsgehalte is hoog in de zalen van De Domijnen, iedereen herkent wel iets van zijn eigen spullen terug. Bijvoorbeeld in een kapelletje, opgetrokken uit drie getransformeerde Fiat 500’s (Temple of Doom, Olaf Mooij). Bas de Wit maakte een sculptuur (van Bas de Wit) van drie Ghanezen die een doodskist in de vorm van een reusachtige gettoblaster op hun schouders meetorsen; in Ghana kun je begraven worden in je liefste bezit. Die ene, zinnelijke foto van Erwin Olaf van een schitterende naakte vrouw die, Chanel-tas op haar hoofd, opgaat in precies dezelfde kleur chesterfield: voorwerp, status, krakend leer, seks. Even verderop staat een ode van Vika Mitrichenko aan het eclectische serviesgoed van haar Russische grootmoeder, dat een leven lang aangroeide en gekoesterd werd. Tentoonstellingsmaker Anne Berk weet hoe ze een fijne expositie in elkaar moet zetten, zoals ze al eerder liet zien met tentoonstellingen (in o.a. Museum Beelden aan Zee en in De Fundatie in Zwolle) en haar succesvolle missie om, vanaf de eeuwwisseling, de figuratieve beeldhouwkunst terug op de kaart te krijgen.

Foto van Erwin Olaf. Beeld Ronald van Wieren
Temple of Doom, Olaf Mooij. Beeld Ronald van Wieren
Sculptuur van Bas de Wit. Beeld Ronald van Wieren

Inhoudelijk leidt Object Love wel een beetje aan algemeneritus en open deuren. ‘Onze relatie met de dingen is veranderd’, stelt Berk in wand- en catalogusteksten. ‘Door de ontwikkeling van de technologie en de consumptiemaatschappij is het aantal dingen geëxplodeerd. En dingen zijn oneindig complex geworden.’ Aha: hier wordt met weidse gebaren gedacht. In de uitgesponnen catalogus zijn alle begrippen groot, is het ‘we’ voor en ‘ons’ na, onze afhankelijkheid van technologie neemt toe, de virtuele wereld, de toekomst van de planeet… Genoeg voer voor tien afleveringen van VPRO’s Tegenlicht. Daarmee verwatert Object Love ook een beetje. De complexe verhouding tussen mens en object was interessant genoeg zonder uitgespelde wereldproblematiek en raakt vooral in de teksten regelmatig uit het zicht.

Als je dat toch wilt, de wereldproblematiek te lijf gaan, dan is de methode-Melanie Bonajo effectiever dan tekst. In haar film Progress vs Regress, die gaat over de omgang met technologie door verschillende generaties, is een hoogbejaarde mevrouw in haar bejaardenfauteuil in een glooiend landschap van plastic afval gechromakeyd. Ze zegt met een geschrokken gezicht: ‘Ik heb gelezen dat er een eiland van plastic in de oceaan drijft.’ Dat legt de verandering die in één leven plaatsvond, van mens tot object, in één beeld bloot.

Objecten van Vika Mitrichenko. Beeld Ronald van Wieren
Objecten van Vika Mitrichenko. Beeld Ronald van Wieren

Zooi, het onderwerp

De menselijke drang zich met spullen te omringen – steeds vaker hoarding genoemd, waarmee het met wat overdrijving tot de zo genoemde psychiatrische aandoening wordt gepromoveerd – is een geliefd onderwerp in de kunst. Net afgesloten is Finders Keepers in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, waar de makers van het designtijdschrift MacGuffin een overstelpende hoeveelheid verzamelingen uitstalde. Hun huidige nummer ‘The Cabinet’ (met als ondertitel ‘The Secret Life of Things’) is helemaal aan de betekenis van ‘de kast’ gewijd, van Billy tot notenhouten kabinet.

De Kunsthal was eerder: in 2011 vulde kunstenaar Pet van de Luijtgaarden (ook in Object Love te zien) het auditorium met verzamelingen die hij in zijn geheel opkoopt op Marktplaats. Puzzels, videobanden, keramieken kikkers, aanstekers met reclameopdruk. Dat jaar maakte filmmaakster Judith de Leeuw een uitstalling van alle spullen van haar gezin (15.734 voorwerpen) en maakte er de documentaire Overal spullen over.

De benadering verandert in de tijd. Al in de jaren vijftig werden er foto’s gemaakt van gezinnen, trots te midden van hun uitgestalde bezit. Met de popart komt ook het cynisme over de consumptiecultuur. In de jaren negentig wordt de benadering nog kritischer en heden ten dage wordt er zelfs alarm geslagen: bezit staat linea recta in verband met de ecologische voetafdruk. Verspilling, plasticsoep, stikken in onze spullen – daar helpt geen moedertjelief (noch Marie Kondo de opruimgoeroe) aan.

Toch hebben al die uitstallingen zelden meer charme dan een goed geordende kringloophal. Interessanter wordt het als een kunstenaar daadwerkelijk iets doet met zijn/haar zooi. Neem de Rietveld examenpresentatie van kunstenaar Lonnie van Brummelen, die tussen 1991-1993 alle (álle) voorwerpen in haar appartement schilderde. Op ware grootte op 188 kartons van 100 bij 70 cm. Elke vork, elk cassettebandje, elk paar schoenen stond erop. ‘Ik dacht na over het stilleven als schildersgenre’ vertelt ze 25 jaar later aan de telefoon ‘maar ik wilde geen voorwerpen kiezen’. Dan maar allemaal, met als laatste haar fiets. ‘Die stond buiten, een grensgeval’. Uiteindelijk doneerde ze de schilderingen, opgeslagen in een kist op wielen die ‘ballast’ werd in haar huis, in 2014 aan het Centraal Museum. Inmiddels nam haar werk een andere afslag, maar ze hoopt dat ‘Bezittingen’ nog eens getoond wordt. ‘Het is ook een tijdsdocument geworden. Al die brieven die ik toen schreef en ontving bijvoorbeeld, dat is echt voorbij’.

De meest rigoureuze was Michael Landy, een kunstenaar die deel uitmaakte van de opruiende Young British Artists-stroming die in de jaren negentig opkwam. In 2001 maakte hij in een oud C&A filiaal in winkelstraat Oxford Street een fabriekje waar al zijn bezittingen (7.006 objecten, inclusief een auto, zijn paspoort en een dierbare schapenwollen jas van zijn vader) werden vershredderd. Deze installatie/voorstelling Breakdown duurde twee weken en trok 45.000 bezoekers. De resten mochten niet als kunst verkocht worden maar dienden als landfill, aanaarding. Na afloop had Landy alleen nog schulden over. In het betreffende pand zit tegenwoordig een Primark.

Object Love. De Domijnen, Sittard, t/m 2 september.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden