tv-recensieArno Haijtema

In ‘Nog eentje dan’ zit de kijker ongelofelijk dicht op de huid van Jochem Myjer, en toch voelt het naturel

Als cabaretier Jochem Myjer voorafgaand aan een show dineert, moet de maaltijd om zes uur op tafel staan, vertelt zijn kok. Niet vijf minuten eerder of later. De soundcheck begint om zeven uur. Niet vijf minuten eerder of vijf minuten later. Zeven uur precies. Alles heeft zijn tijd en plaats in de wereld van Myjer, die zichzelf in de maandag uitgezonden NTR-documentaire Nog eentje dan zonder overdrijven ‘iemand met autistische trekjes’ noemt.

Zonder regelmaat kan hij niet presteren, en presteren wordt van hem verwacht. Geen cabaretier die zulke uiteenlopende groepen mensen aanspreekt, vertelt zijn regisseur Jos Thie: de zeldzame gave van iemand als Toon Hermans. Nog eentje dan volgt Myjer tijdens zijn laatste vijftien theatershows in het Amsterdamse Carré, het sluitstuk van een drie jaar durende tournee met de voorstelling Adem in, adem uit.

Zijn naasten – zijn vrouw Marloes, zijn vader en moeder – en zijn professionele entourage vertellen over zijn artistieke gaven en de onmogelijke eisen (honderden berichten van fans beantwoorden, selfies met ze maken, hulpbehoevenden en trouwlustigen per mobiel moed inspreken) die hij aan zichzelf stelt. En over de beperkingen die hij onder ogen ziet maar waaraan hij, aard van het beestje, weigert zijn gedrag aan te passen: door de tumor in zijn ruggenmerg die hem in 2011 trof en waarvan hij genas, heeft hij niet meer de tomeloze energie van voorheen.

Jochem Myjer in het Amstel Hotel, Amsterdam. Uit de documentaire Nog eentje danBeeld NTR

Die ziekte hangt als een slagschaduw over de documentaire en plaatst Myjers succes (zijn laatste show trok 400 duizend bezoekers) in een melancholiek licht. We zien hem afgezonderd in de weelde van het Amstel Hotel, waar hij zich voorbereidt op Carré. Als een eenzaam cherubijntje met badmuts dobbert hij er in het zwembad. In de kleedkamer, op een stretcher voor een dutje. Eén brok concentratie. Maar ook alleen, omdat hij de drukte van zijn gezin er nu niet bij kan hebben.

Wacht even, alléén was hij natuurlijk niet: de cameraploeg die hem voortdurend op de hielen zat, week ongeveer alleen bij het sluiten van de toiletdeur van zijn zijde. Het is meteen een van de grote kwaliteiten van Suzanne Raes’ film: dat de opnamen zo naturel lijken dat Myjer er vrijwel geen moment door wordt gehinderd. Een verdienste bij de man die al van slag kan raken van een onaangekondigd kleedkamerbezoekje of het ‘geluid van plastic in de coulissen’. ‘Dat kwam toch niet door jullie camera hè?’

IJzeren discipline en regelmaat, streven naar perfectie, nooit tevreden zijn: alle kenmerken van een onuitstaanbare, narcistische theaterster zijn aanwezig. Maar dat is Myjer, wisten we allang, geenszins. Hier zien we hem vooral als de man die, zoals velen, moet leren leven tussen het prikkeldraad dat zijn ziekte heeft gespannen. ‘De mensen vlak bij me zien dat het eigenlijk niet meer kan’, verzucht hij. ‘Maar ik heb het mooiste vak van de wereld.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden