In Nico, 1988 is de zangeres eindelijk een mens van vlees en bloed

De Deense actrice Trine Dyrholm weet Nico knap te treffen: haar robotachtige bewegingen, het verwoede trekken aan haar sigaret.

Drama

Nico 1988 Beeld RV

Nico, 1988

Regie Susanna Nicchiarelli.

Met Trine Dyrholm, John Gordon Sinclair, Sandor Funtek.

93 min., in 19 zalen.

‘Een leeg vat’, zo werd de zangeres Nico genoemd in de documentaire Nico Icon (1995). De beschrijving kwam uit de mond van actrice Viva, net als Nico ooit een van de muzen van Andy Warhol. ‘Ze had geen interesses, je kon nergens met haar over praten’, aldus VIva.

Niet iedereen liet zich zo onvriendelijk over haar uit, maar de overheersende indruk uit de documentaire was toch wel dat de Duitse Nico (1938-1988) zo gesloten was als een oester. Niemand kende haar werkelijk. Niet toen ze in de jaren zestig zangeres was bij The Velvet Underground, niet toen ze als soloartiest verderging.

Met het biografische drama Nico, 1988 wil de Italiaanse regisseur en scenarist Susanna Nicchiarelli dat beeld bijstellen. Goed, ook in haar film blijft Nico (echte naam: Christa Päffgen) enigszins ongenaakbaar. Maar ze is wel een mens van vlees en bloed, met uitgesproken meningen. Zo heeft ze een grondige hekel aan journalisten die maar blijven vragen naar haar tijd bij The Velvet Underground. ‘Mijn leven begon daarna pas’, zegt ze afgemeten.

Nico, 1988 speelt zich af in het laatste levensjaar van de zangeres, wanneer ze met een bij elkaar geraapte band op tournee gaat door Europa. ‘Verslaafde amateurs’, noemt ze haar bandleden, maar zelf is Nico na jarenlang heroïnegebruik ook niet altijd bij stem. Toch hebben ze het vaak gezellig in het krappe busje waarmee ze van stad naar stad rijden. Alleen bij grensovergangen is er paniek – dan moet de drugsvoorraad verstopt worden.

De Deense actrice Trine Dyrholm heeft goed gekeken naar het beeldmateriaal van Nico’s latere optredens. Ze weet het knap te treffen: haar robotachtige bewegingen op het podium, de opengesperde ogen, het verwoede trekken aan haar sigaret. Ook de aankleding van de film is overtuigend. Nico, 1988 heeft geen gezellige retrosfeer, maar toont de jaren tachtig in al hun lelijkheid en troosteloosheid.

Het is dapper dat Nicchiarelli en Dyrholm geen opgepoetste versie van Nico voorschotelen. In Nico, 1988 is ze een harde, soms angstaanjagende artiest die regelmatig faalt. Haar eigenzinnigheid, muzikale talent en hang naar eenzaamheid komen goed uit de verf. Dat geldt minder voor de dynamiek tussen de bandleden en de verhouding met haar zoon. We hoeven nu ook weer niet alles van Nico te begrijpen, lijkt Nicchiarelli te willen zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.