Reportage Heropening Moma New York

In New York heeft Picasso gezelschap gekregen van een zestig jaar jongere vrouw

De zaal in het verniewde Moma waar Picasso naast Faith Ringgold hangt. Beeld DPA

Het gerenoveerde Museum of Modern Art in New York, dat maandag zijn deuren opent, heeft ook zijn sterk verouderde presentatiebeleid veranderd.

In de zaal gewijd aan Pablo Picasso sta je toch even met je ogen te knipperen. Daar hangt, natuurlijk, Les demoiselles d’Avignon (1907), het gefragmenteerd geschilderde doek waarmee Picasso de schilderkunst bruusk van koers veranderde. Daar zijn, ook logisch, werken van Georges Braque te zien, met wie hij het kubisme ontketende. Maar daar hangt ook een schilderij dat nóg groter en bijkans nog dominanter is dan de Demoiselles.

Het is niet van Picasso, maar van een vrouw: Faith Ringgold. Het stamt niet uit 1907, maar is van zestig jaar later. De Afro-Amerikaanse Ringgold beeldt er de rassenrellen op uit die plaatshadden in haar wijk Harlem in New York; met mensen wier gezichten net zo verwrongen zijn als op Picasso’s meesterwerk.

Oud naast nieuw tonen: voor wie weleens een museum is binnengestapt, is dat niks nieuws. Maar binnen het Museum of Modern Art (Moma) in New York is het een kleine revolutie.

Het oudste museum voor moderne kunst, opgericht in 1929, met misschien wel de beste collectie westerse moderne kunst ter wereld, toonde zijn topstukken altijd in strikt chronologische volgorde, om zo de vooruitgang van de kunst te tonen; met stijlen (impressionisme, kubisme, expressionisme) die logisch uit elkaar voort lijken te vloeien om te culmineren in abstracte kunst. Deze modernistische canon beperkte zich goeddeels tot Europese en Amerikaanse kunst, en werd vrijwel exclusief bevolkt door witte mannen.

Aan die opstelling veranderde zelden iets. Wie ooit verliefd werd op de appeltjes van Cézanne kon ze vijftien jaar later op exact dezelfde plek weer opzoeken.

Maar dat Moma bestaat niet meer. Vandaag opent ‘a new Moma’, zoals het museum de overgang naar een nieuw tijdperk zelf graag markeert. Na een sluiting van vier maanden, een grote verbouwing en uitbreiding (400 miljoen euro), heeft het museum er zo’n 4.300 vierkante meter bij. Die zal het Moma besteden om zijn collectie nog meer tot het hart van het museum te maken, zegt directeur Glenn D. Lowry. Tijdelijke tentoonstellingen worden in de toekomst van iets minder groot belang.

Die collectie heeft een ‘rehang’ gekregen; ze wordt op een nieuwe manier getoond. Het codewoord: inclusiever. In de vaste opstelling is nu niet alleen schilder- en beeldhouwkunst te zien, maar daarnaast en daartussen ook fotografie, film, vormgeving en architectuur. Niet alleen uit Europa en Amerika, maar ook andere gebieden. Niet alleen witte kunstenaars, maar ook ‘artists of color’. Niet alleen mannen, maar ook vrouwen.

Ander groot verschil: de ‘rehang’ is niet heilig. Veertig procent van de getoonde kunstwerken zal elke zes maanden worden vervangen.

Het gerenoveerde Museum of Modern Art in New York. Beeld Iwan Baan

Het verschil met het oude Moma openbaart zich meteen in de eerste paar zalen op de vijfde verdieping (waar de periode 1870-1940 begint; andere verdiepingen tonen de kunst van 1940-1970 en van 1970 tot nu). De eerste zaal doet nog vertrouwd contemplatief aan, met publiekslievelingen uit de 19de eeuw als Van Gogh, Munch en Klimt. Maar al in de tweede zaal dendert het leven in volle vaart op je af, in de vorm van een vroege film over de eerste metro in New York, en vroege experimenten met fotografie.

Daarmee is de toon gezet. Deed het Moma vroeger voorkomen of de kunst zich autonoom ontwikkelde – kunstenaars die op kunstenaars reageren – zonder invloed van buitenaf, nu wordt er verder gekeken. Zalen worden niet meer louter ingedeeld in kunststromingen (surrealisme, minimalisme), maar dragen nu thema’s als nieuwe technieken of de invloed van een oorlog.

In dat nieuwe verhaal is ook meer ruimte voor film, fotografie, vormgeving en architectuur, kunstdisciplines die al sinds de oprichting door het Moma serieus werden genomen, maar die vanaf de jaren zestig apart van de rest werden getoond. Nu worden experimentele films weer tussen abstracte schilderijen geprojecteerd, en worden stoelen omringd door sculpturen.

In de nieuwe collectie-opstelling is ook meer aandacht voor kunstenaars uit Azië, Zuid-Amerika en Afrika, al is dat nog wat mondjesmaat. Er is fotografie uit Japan en er is mooi minimalistisch werk van Lygia Pape uit Brazilië. Maar het is wel vaak kunst die naadloos binnen de westerse modernistische canon past, weinig werk dat alternatieven biedt.

Opvallender is het aandeel vrouwen in de vaste opstelling. Met 29 procent van de getoonde werken is dat weliswaar niet groot, maar omdat in elke zaal minstens een werk en in de meeste zalen veel meer werk van vrouwen is te zien, voelen ze eindelijk als een door het Moma serieus genomen deel van de kunstgeschiedenis.

Gratis

Een van de grote pluspunten van de verbouwing en uitbreiding van het Moma, is dat architectenbureau Diller Scofidio + Renfro de grote welkomsthal heeft leeg geveegd. De balies voor kaartverkoop (plus de rijen en rijen wachtenden mensen) zijn verplaatst naar een aangrenzende ruimte. Daardoor zijn de welkomsthal en de rest van de begane grond vrijgekomen voor kunst, op dit moment onder meer voor een bewegende geluidsinstallatie van Philippe Parreno. Het leuke is: de kunst op de hele begane grond plus de beroemde beeldentuin in het atrium van zijn voortaan gratis toegankelijk.

Met al die aanpassingen lijkt het museum dat beroemd is om zijn kunst uit de 20ste eeuw nu klaar voor de 21ste eeuw. De vraag is of dat niet wat laat is. Het debat over meer inclusievere musea wordt immers al jaren gevoerd. Musea als het Tate Modern in Londen en het Stedelijk Museum in Amsterdam hebben hun beleid al eerder aangepast.

Maar het Moma is nu eenmaal een mammoettanker, die langzaam van koers verandert. De omvang en het prestige van de collectie maken het minder wendbaar, net als de afhankelijkheid van particuliere geldschieters. Het Moma had ook tijd nodig om nieuw werk aan te schaffen dat bij het nieuwe beleid past – Ringgolds Die (over de rellen in Harlem) kocht het museum pas in 2016. En het museum is nog steeds voorzichtig. Terwijl het Stedelijk in Amsterdam kunstenaar Tino Sehgal performances liet opvoeren in de zalen van de vaste collectie, bouwde het nieuwe Moma een aparte zaal speciaal voor performance- en geluidskunst. Die voelt nu al een beetje achterhaald.

Toch voelt het nieuwe Moma als een belofte. Vooral in die ene zaal van Picasso, de kunstenaar die in het oude Moma vooral als de grote vormvernieuwer werd gepresenteerd. Maar die hier in gezelschap van Ringgolds aanklacht, toch vooral de Picasso van de Guernica wordt: een geëngageerd kunstenaar. Een tamelijk onbekende kunstenaar op die manier naast zo’n grootheid zetten, daar is lef voor nodig. Wie dat durft, heeft toekomst.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden