Interview Guy Delisle

‘In Nederland vinden ze strips misschien kinderachtig, maar bij ons is het een volwaardige kunstvorm’

Zijn ‘travelogues’, getekende reisdagboeken, zijn fameus in graphic–novelkringen. Guy Delisle toont een buitenland dat de toerist nooit ziet. In gesprek met de tekenaar, een van de groten uit de Franse stripwereld. 

Striptekenaar Guy Delisle werkend aan het album Pyongyang in zijn studio in Montpellier, in 2014.

Hij ging naar China, Israël en Birma, maar in Pyongyang maakte hij zijn aantekeningen liefst stilletjes op een hotelkamer. Eerst buiten observeren, registreren, alles als een fly on the wall. In Noord-Korea houden ze niet zo van pottenkijkers, per slot. Die geheime notities vormden de basis voor een nieuwe episode uit wat de Franstalige Canadees Guy Deslisle (52, geboren te Quebec City) zijn autobiografische travelogues noemt, zijn reisdagboeken. Maar dan in stripvorm, welteverstaan. Zo vervaardigde hij de afgelopen twintig jaar een fraai oeuvre dat het midden houdt tussen journalistiek en reisverslag. Mooie vorm, en omdat de boeken zo toegankelijk zijn, maken wij als lezers op die exotische plekken heel wat mee. Een internationaal publiek van lezers, want de boeken zijn inmiddels in meer dan twintig landen vertaald.

‘Nou… journalistiek?’, begint Guy Delisle op een Haarlems terras, waar hij vanuit zijn huidige woonplaats Montpellier even over is. ‘Ik zie mijzelf niet zo als journalist hoor. Voor zover dat mogelijk is, kijk ik rond, praat met mensen, kinderen, en schrijf vervolgens mijn indrukken op. Eigenlijk heb ik bij mijn reisdagboeken altijd het gevoel dat ik een lange ansichtkaart aan mijn vrienden schrijf.’

Joe Sacco, zijn Amerikaanse collega, die pakt het nét iets journalistieker aan, weet Delisle. Voor titels als Safe Area Goražde (2000) reisde die bijvoorbeeld naar de oorlogsgebieden in Bosnië, om in stripvorm te berichten over de harde werkelijkheid. Getekende non-fictie. ‘Als een échte reporter. Dat ben ik niet. Mij overkomen de dingen doorgaans. Er is geen vooropgezet plan. Het verhaal komt eerder naar mij toe en als het niet interessant is, volgt er geen boek.’

Dat zit zo.

Animator

Hij begon zijn loopbaan als animator voor de CinéGroupe in Montreal, een studio gespecialiseerd in tekenfilms. Later belandde hij bij soortgelijke studio’s in Frankrijk en Duitsland. Omdat alles zo goedkoop mogelijk moest, werd het arbeidsintensieve werk uitbesteed aan lagelonenlanden als China en Noord-Korea. Delisle werd daar begin deze eeuw naartoe gestuurd om als eindredacteur die processen te begeleiden. ‘Je spreekt de taal niet. Je kent de weg niet. Jij krijgt een tolk mee die tegelijkertijd dient als waakhond van het regime. Je bent de absolute outsider, maar de verwondering over die plekken maakt veel goed.’

En daar schrijft hij dan over, vaak met milde ironie. Binnen die verhalen is hijzelf de (licht cartoonesk getekende) hoofdpersoon en ook de lotgevallen zijn de zijne. Dus maken we in het reisdagboek Pyongyang mee hoe alle buitenlanders in een afgeschermd hotel op een eiland worden gestopt, waar de culinaire keuze zich beperkt tot ‘Restaurant Nummer 1’ en ‘Restaurant Nummer II’ – wel hebben ze allebei dezelfde kaart, met bijna niets erop.

Hij ziet er hoe de ‘vrijwillige’ straatvegers altijd achteruitlopen, een uit China geïmporteerde vorm van lichaamsbeweging. Hij hoort de strijdliederen aan, analyseert de propagandaposters en kijkt naar de staatstelevisie. Tijdens de verplichte excursies naar de metro van Pyongyang, het Museum Over De Imperialistische Bezetting, het enige warenhuis Winkel Nummer 1 of Het Vriendschapspaleis, verwondert hij zich over de alom aanwezige Kim Il-sung, de vader des vaderlands. Hij is dan wel in 1994 overleden, ook na zijn dood zal De Grote Leider voor altijd, want bij grondwet bepaald, De Eeuwige President van het land blijven.

‘Ik was daar een paar maanden en omdat wij dan wel westerlingen, maar geen journalisten waren, werd het na verloop van tijd iets losser, allemaal. Voor het regime brachten wij welkome Franse deviezen mee, dus hadden we een streepje voor. Zo zijn ze in Noord-Korea dan ook wel weer. Heel voorzichtig konden we contact maken met de angstige bevolking.’

Hoewel de oorspronkelijke Franse editie van Pyongyang reeds in 2003 verscheen, is de Nederlandse vertaling uit 2017 nog hoogst actueel, zo met die toenadering tussen Trump en Kim Jong-un. Delisle: ‘Ik was er toen Kim Jong-il nog de dictator was, de vader van de huidige ‘grote leider’ Kim Jong-un. Veel is er sindsdien niet veranderd. De bevolking heeft nog steeds geen vrijheid, ze hebben geen idee wat er speelt in de wereld. Kim Jong-un moet nu uit economische noodzaak meer handel gaan drijven met het westen. Op zich is dat voor de mensen daar goed nieuws. Een stapje richting openheid. Het zal ook niet te snel moeten gaan, dat zou een chaos  worden – maar stapje voor stapje moet kunnen, hopelijk.’

Album Pyongyang

Voorafgaand aan zijn trip probeerde hij alles te vinden wat over Noord-Korea bekend is, dat bleek niet veel te zijn. Journalisten komen er niet in. Dus besloot hij tijdens zijn verblijf George Orwells 1984 nog maar eens te lezen. ‘Dat had ik al in mijn jeugd gedaan, maar ik dacht: dit is de perfecte plek om dat nog eens te doen. Ook was ik nieuwsgierig wat het boek teweeg zou brengen bij de douane als ze deze daar verboden titel in mijn reisbagage zouden aantreffen. Er gebeurde helemaal niets. Ook heb ik het aan mijn tolk uitgeleend. Maar die gaf het een paar dagen later al bibberend terug. Teveel sciencefiction… luidde zijn eindoordeel.’

Met een vertaling in circa twintig landen werd Pyongyang tot zijn verbazing een grote hit. Nadat Guy Delisle zijn latere echtgenote Nadège had leren kennen, had hij de animatiewereld definitief verruild voor het schrijversvak. Zij werd als accountant voor Artsen Zonder Grenzen regelmatig voor langere tijd naar verre oorden uitgezonden en hij ging dan in haar voetspoor mee. Zo vertrokken ze in 2005 richting Rangoon, waaruit het reisverslag Berichten uit Birma voortvloeide (Nederlandse vertaling: 2018).

Oost-Jeruzalem

De volgende standplaats werd Jeruzalem: ook daar werd het dagelijks leven vervat in een graphic novel, eenvoudig Jeruzalem getiteld (Nederlandse editie: 2012). Daarin doet hij verslag van de cultuur, de religieuze en politieke verschillen, de spanningen ook. Andermaal een dagboek over een wereld die een normale toerist nooit ziet.

‘Ook in Jeruzalem ben ik een jaartje geweest. Meer precies: Oost-Jeruzalem, dat doet bijna niemand. Ik dacht nog: eindelijk eens geen derdewereldland, maar dat viel vies tegen. Ontbrekende trottoirs, slechte wegen, in het wilde weg geparkeerde barrels en drukkende hitte. En in Gaza is het helemaal een janboel. Deplorabele omstandigheden. Mijn boek is niet politiek bedoeld, maar het minste dat je kunt zeggen is: wat een ellende voor die Palestijnse bevolking. Daar kan ik mijn ogen niet voor sluiten.’

Omdat er twee kinderen kwamen uit het huwelijk met Nadègem, was Jeruzalem voorlopig de laatste buitenlandse exercitie. Het gaf Delisle de tijd om een omvangrijk project af te ronden, thuis in Montpellier. Dat werd: Gegijzeld (Nederlandse vertaling: 2017; door recensent Joost Pollmann in de Volkskrant bekroond met 5 sterren). Non-fictie, het hele relaas is precies zo gebeurd.

Album Gegijzeld

In de pil van 432 pagina’s volgen we de onfortuinlijke Artsen Zonder Grenzen-boekhouder Christophe André als hij in 1997 in het holst van de nacht door Tjetsjeense rebellen wordt ontvoerd in Ingoesjetië en over de grens wordt gebracht. Het losgeld bedraagt een miljoen dollar, blijkt al snel. Maar de in volstrekt isolement gehouden André weet dat niet en de lezer leeft minutieus mee met zijn angst, walging en wanhoop.

Wat je kunt zeggen, is dit: opnieuw een boek over een buitenstaander die in een hem volstrekt vreemde wereld terechtkomt. Het gaat in Gegijzeld weliswaar niet over Guy Delisle, de thematiek uit zijn eerdere werk is tot op zekere hoogte vergelijkbaar.

‘Ik heb Christophe nadien leren kennen via mijn vrouw, ze werken per slot voor dezelfde ngo. Ik had over zijn gijzeling gelezen in de krant en mij destijds verplaatst in zijn situatie: hoe zou ik ermee omgaan? Je kunt niets. Dan moet je heel stabiel zijn in je hoofd, hoor. En dan nog: ik heb ook eens gelezen over een gijzelaar voor wie de horreur na zijn vrijlating gewoon doorging. Na zes maanden verliet zijn vrouw hem, hij ging failliet en raakte in een depressie. Met terugwerkende kracht had die ontvoering alles kapotgemaakt.’

Uiteindelijk wist Christophe André door een nalatigheid van zijn bewakers na maanden te ontsnappen. De details schetste hij een paar jaar later aan Delisle tijdens een lunch. ‘Ik dacht: dit is toch vrij uniek. Vooral die ontsnapping maakt het bijzonder. Daar zit een boek in. En hij zei: oké, waarom ook niet?’

Uitgebreide interviews volgden, de tapes werden goed bewaard, en na  vijftien jaar stagnatie door alle bezigheden buitenshuis, rondde de schrijver/tekenaar Delisle Gegijzeld alsnog af – door de buitenlandse pers werd het prompt tot zijn meesterwerk uitgeroepen.

Uit: Gegijzeld

Klus

‘Het was een klus, het boek werd dikker en dikker: maar ik wilde dat de lezer het fysieke ongemak en de geestelijke strijd van de hoofdpersoon bijna aan den lijve kon ervaren. Omdat het verhaal zich lange tijd in dezelfde kamer afspeelt, maakte ik vaak dezelfde tekeningen, met kleine variaties. Zo traag trok ook de tijd aan Christophe voorbij. Voor het juiste perspectief van de tekeningen moest ik mijzelf regelmatig met een handboei aan de verwarming ketenen, en dan maar snapshots maken.’

Het werkt. Een beeldroman als Gegijzeld  duwt het genre definitief richting literatuur, zo met die innerlijke monologen van de hoofdpersoon. Nederland kent maar een kleine groep liefhebbers van graphic novels, in Frankrijk is de markt enorm. ‘Bij ons in Frankrijk verschijnen zo’n 5.000 titels per jaar. Een derde ervan is Japanse manga, maar dan hou je nog altijd ruim 3.000 albums en beeldromans over. Voornamelijk Frans werk, en vertalingen uit het Engels. Dat is al vijftig jaar zo. Wij lazen al strips toen wij jong waren, het genre ontwikkelde zich richting volwassenheid en wij groeiden met het genre mee. Vooral verhalen met een vleugje wetenschap erin verwerkt, zijn bij ons populair. Als ze in Nederland strips kinderachtig vinden, heb ik nieuws: bij ons is het een volwaardige kunstvorm.’

Van de Frans-Canadese stripschrijver Guy Delisle zijn meerdere titels in het Nederlands vertaald.

Van zijn autobiografische reisdagboeken zijn dat:

Shenzhen (2011) – uitgegeven door Oog & Blik / De Bezige Bij
Jeruzalem (2011) – Oog & Blik / De Bezige Bij
Pyongyang (2017) – uitgeverij Scratch
Berichten uit Birma (2018) – uitgeverij Scratch (eerder in 2008 verschenen bij Oog & Blik).

Non-fictie:

Gegijzeld (2017) – Scratch

Gags & cartoons:

En in het genre licht amusement verscheen in 2013 Gids voor ‘slechte’ vaders (De Bezige Bij). In Frankrijk is dat inmiddels een vierdelige reeks met grapjes over opvoeding. Guy Delisle werkt daar tussendoor aan en zijn eigen kinderen vormen de hoofdpersonen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden