In mijn nacht nadert niemand

Nogal wat gedichten stellen de lezer voor raadsels. De lezer moet wennen aan het idioom van de dichter, de dichter maakt het de lezer niet gemakkelijk omdat hij het leesproces wil vertragen, of omdat wat hij wil zeggen nu eenmaal ingewikkeld is....

Piet Gerbrandy

Hermetische poëzie is echter iets anders dan moeilijke poëzie. Hetwoord 'hermetisch' verwijst naar het Corpus Hermeticum, een verzamelinggeheimzinnige geschriften die geïnspireerd zouden zijn door HermesTrismegistus. Wie dat corpus wil lezen, moet een ingewijde zijn. Het woord'hermetisch' duidt dus op bewuste buitensluiting. Hermetische poëzie wilniet begrepen worden, ze wil de lezer inpeperen dat hij een buitenstaanderis.

Als er ooit hermetische poëzie is geweest, dan is het wel het vroegewerk van Hugues Pernath (pseudoniem voor Hugo Wouters, 1931-1975). Als zoonuit een rampzalig huwelijk groeide Pernath op in Borgerhout, bij Antwerpen,waar hij in 1942 ook getuige was van razzia's. Op 16-jarige leeftijdverliet hij het ouderlijk huis om beroepsmilitair te worden, wat hij tot1960 zou zijn.

Halverwege de jaren vijftig begint hij te schrijven. Autodidact als hijis, schept hij een eigen taal, die spot met de regels van de grammatica eneen onbenaderbare wereld van pijn en verschrikking oproept, waarinopvallend veel vaders en moeders rondlopen. Van meet af aan wekt dit oeuvrede indruk geschreven te zijn door een getraumatiseerde man die zich nietkan, misschien zelfs niet wil uiten, maar het wel moet:

De stenen weinig om genade, smolten

vormen, bij konings dood een laatstontdekken

hem de schreeuw, de knechten-schreeuw

der woorden machtig.

In passie, staal en zoeken

genoeg vergeten vlakten, werd koud

wat ik een glimlach noem.

De zinsconstructies zijn meerduidig, de beelden vaag en verward, maarhet is direct duidelijk, juist door de gebroken taal, dat hier een gekweldmens aan het woord is. Dat je blijft doorlezen heeft veel te maken met deklank, het ritme, dat erom vraagt de gedichten in de eerste plaats fysiekte ervaren. Dat is ook de enige manier om contact te maken met het werk vandeze dichter, die zijn wonden zo weerloos openlegt, dat het bijnaindiscreet is ernaar te kijken.

In het lange gedicht 'Het graf van Pernath' heeft Hugo Claus zijn jonggestorven vriend trefzeker herdacht: 'Vaak was zijn drift groter dan dekennis van zijn drift,/ genaaid als hij zat in een zak vol woorden./Vereenvoudigde droomfases en drogredenen/ schikte hij tot een syndroom.'In hem zat een beest dat 'snikte/ terwijl het zijn stigmata volmondigdroeg'. Toch was er, zegt Claus, geen gedachte die een kind niet zou kunnenverstaan, 'totdat zijn idioom de spraakkunst kraakte'.

Dertig jaar nadat Pernath bezweek aan een hersenbloeding, is nu al zijnpoëzie verzameld in een voorbeeldige editie, die behalve de tijdensPernaths leven verschenen bundels ook verspreid en ongepubliceerd werkomvat, alsmede een aantal verkleinde facsimile's van beeldend werk dat dedichter maakte, waarop (delen van) gedichten waren geschreven.

Het nawoord van Joris Gerits biedt een voortreffelijke introductie tothet weerbarstige oeuvre van, zoals Dirk van Bastelaere terecht schrijft,'de meest besmettelijke dichter van Vlaanderen'.

Weerbarstig, besmettelijk, pijnlijk - maar is het ook goede poëzie?De twee bundels van de eerste tien jaar zijn ondoorgrondelijk, maar blijvenintrigeren door hun suggestieve hardheid. Het zijn gedichten van een mandie zijn geboorte als een vervloeking beschouwde, voor wie liefde en haatelkaars natuurlijke metgezellen waren. Liefde en weerzin gaan gelijk op:

In dit bed heeft zij gepaard en hij

Die zijn lip bewoog, met lange vingersduwde

En in en uit, dan traag dan likkend

Liever roodvlees at dan vis.

Een enkele keer laat hij, geheel in de stijl van de jaren zestig, dezakelijke werkelijkheid toe: 'Ik, die niets beter ben/ Of nauwelijksslechter, kiezend/ Ben ik lid No. 197/ Der Belgische SocialistischePartij./ Federatie en Afdeling Antwerpen.'

Maar zulke elementen, bijna ready-mades, blijven zeldzaam, ook wanneerPernath na 1965 de actualiteit dichter op de huid zit. Je krijgt de indrukdat hij op zoek is naar een nieuwe vorm, dat hij probeert aansluiting tevinden bij een groter publiek, wanneer hij in Carré deze verschrikkelijkeregels uit zijn mond krijgt: 'En wij denken aan onszelve bij het denken/Aan de twee sovjet-russische schrijvers/ Waarvan wij voordien -/ Laten wijtenminste eerlijk blijven -/ Nauwelijks de namen kenden.'

De gedichten die hij schreef naar aanleiding van een bezoek aanAuschwitz maken onbedoeld duidelijk dat alleen de heel groten in staat zijngruwelen van een dergelijke orde tot poëzie te verwerken. Deze regelswerden terecht niet gepubliceerd: 'Honger en schrik in ieder oog,/ Ook aandeze woestijn komt geen einde.'

Pas aan het begin van de jaren zeventig hervond Pernath zijn vorm.Fascinerend zijn 'De tien gedichten van de eenzaamheid', die steeds bestaanuit twee strofen van negen regels met een strofe van zeven regels ertussen.Het melodrama spat ervan af, een overdaad aan alliteraties maakt veelregels onverteerbaar, maar de pijn en de eenzaamheid zijn met zoveelintensiteit neergezet, dat het poëzie is geworden waarin je alleen maarkunt zwelgen:

Hoogmoedig vertaalt mijn bloed de tekens,

De flitsen over het wrange water vanweleer,

En draagt de eigenschappen van hem

Die zelfs de pijnen van novemberschuwt.

Helemaal over the top is een van de laatste gedichten die Pernathschreef, met de omineuze titel 'In mijn nacht nadert niemand', waarinronkende regels als deze over elkaar heen rollen: 'bij ieder kruispunt/Bleef mij de korte keuze tussen het kreunen in een kamer/ Of het krassenop een kelk'.

Tot het eind bleef Pernath zich ervan bewust dat wat hij wilde zeggenniet in woorden viel uit te drukken. Dit was misschien zijn laatste regel:'Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg.' Daar moeten we het mee doen.

Piet Gerbrandy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden