In mijn leven alleen maar storm

'Soms zegt iemand tegen mij: is zelfmoord ook een optie voor jou, na alles wat je hebt meegemaakt?' Hij verloor zijn werk en twee van zijn gezinsleden....

'VANOCHTEND stond Mieke ineens in opperste razernij met een pot hete thee voor me te zwaaien, dus heb ik maar op Schiphol ontbeten, om m'n kloten te redden. Kijk, met dit weer gaan we niet naar bed. We waren vannacht goed bezig. Ik had een avondje georganiseerd voor een verlopen reclameman die het café boeide met duizend moppen en uiteindelijk dronken in de goot ging slapen. In de taxi onderweg weet ik al van tevoren: ze wordt weer agressief.

Normaal gesproken zou er een moment kunnen komen dat ik haar wat aandoe, maar ik ben geen type dat slaat. Ik gooi haar dan maar koud water in het gezicht.

Vannacht zei een meisje achter de bar, heel discreet: meneer u stinkt, u kunt beter weggaan. Dat was een aardig meisje, je wordt in gezelschap van dronkaards al gauw beschimpt. Ik was op straat namelijk door een sanitair probleem besprongen en dan moet je je gevoel voor decorum enig geweld aandoen. Dus hup, in het struikgewas. En stom toevallig bevond zich dat bij de voordeur van mijn vroegere grote baas. Ik heb een briefje in zijn bus gestopt met de mededeling: ''Droom verwezenlijkt, Wil van der Smagt''. Hij is een unieke man, mijn vroegere directeur. Hij vindt dat wel leuk.'

Door de telefoon: 'U spreekt met Nobelprijswinnaar Wil van der Smagt, mijn uurtarief bedraagt vijf pils.'

Hij zit blootsvoets tussen dozen met papieren. De voeten zijn niet korstvrij. Ze zijn gezwollen, ze hebben lucht nodig. Hij zegt het excuserend. De huisarts heeft die suikerziekte onderschat. 'Wil, waar zijn je gebeden?', roept Mieke. 'Doe even je gebeden in, dat praat wat beter.'

Een bovenhuis waar zomer en frisse lucht geen toegang krijgen. Door radiatoren tringelt water, als was het een gure decemberdag. De bewoner praat op montere toon. Voor het eerst sinds dertig jaar is zijn bureau opgeruimd. Stapels rekeningen verdwenen, schulden gesaneerd. Een kleine twee ton had hij er doorheen gejaagd als gevolg van een bipolaire stoornis, waarmee in de psychiatrie manisch gedrag wordt aangeduid. Er lijden 200 duizend Nederlanders aan. Dalen worden pieken, moedeloosheid slaat om in euforie, overmoed. Van hel naar hemel, en vice versa.

De ene patiënt is heilig voornemens de Dom in Utrecht te kopen, de andere werpt zich op als redder van Kosovo, een derde bestelt een motorjacht terwijl er op zijn bankrekening nog niet eens een bedrag van twee nullen staat. Journalist Wil van der Smagt ging op reis met de allures van een filmster. De echo daarvan was verwoestend. Drie periodes van wanen achter de kiezen. 'Overspanningen', corrigeert hij met een glimlach uit het omgerijmde. 'Ik ben nu 65, het kan nog één keer gebeuren, bij wijze van spreken. Niet erg. Dan loop ik naar de kliniek om de hoek.'

'Het meeste zakgeld van school had ik. Mocht ik niet over praten. Mijn vader werkte in het bioscoopbedrijf en heeft daar na de oorlog zijn zakken gevuld. Elegante, sierlijke man. Haatte zijn collega's; mensen met geld en zonder hersens. Waar die lui bij waren, riep hij luidkeels tegen me: wat had jij voor die Plato-vertaling? Alleen maar om ze te verblinden. Hij verdiende waanzinnig veel en gaf het ook snel weer uit. Mijn moeder hield het schip drijvende. Ze bezweek als hij zei: ''We moeten bezuinigen, dus gaan we in de stad eten.'' En dan zette hij heel Amsterdam op stelten. Want dat kon ie, net als ik.'

Toen hij werd ontslagen, heb ik hem wat geld toegestopt, zodat hij niet hoefde weg te blijven van sjieke etentjes met zijn collega's in De l'Europe. Ja, dat joie de vivre, dat heb ik van hem.

'Ik was chef-redacteur van Het Parool en had alleen maar schulden. Toen won mijn vader drie ton in de voetbalpool en kreeg ik de beschikking over 60 duizend gulden. Ik stortte in elkaar. Als ik die manie heb, dan ga ik heel duur eten en drinken. Je bespeurt bij jezelf een groot gevoel van gelukzaligheid. Dat komt als een wals op je af, hè. De omgang met vrouwen wordt zo ontzettend makkelijk, enfin. Nu had ik een villa gezien met een tuin die grensde aan het Slotervaartziekenhuis. Ik was 30 en ik dacht: die moet ik hebben. Ik wou daar de allochtone scharreljeugd in opvangen. Met pingpongtafels, biljarts en een huiswerkzaal. 'Dat huis heb ik nooit kunnen betreden. Meer dan een aanbetaling kon ik niet opbrengen. De koop werd ongedaan gemaakt toen ik als gevaar voor de samenleving tussen de lakens belandde. En de eigenaren pikten dat bedrag in. Ik heb ze nog lang het leven zuur gemaakt door brieven te schrijven dat ik ze voor de rechter zou slepen. Ik was inmiddels krankzinnig verklaard. Voor heel even, hoor. Mijn eerste vrouw Tineke heeft dat ongedaan weten te maken.

'Van haar moest ik me onder behandeling laten stellen. Door Sandberg, mijn hoofdredacteur, was ik met een soort verlof gestuurd, met behoud van salaris. Ik was volkomen onhandelbaar geworden. Als jij je kopij bij me kwam inleveren, deed ik moeilijk. Dat de voorpagina helemaal opnieuw getekend zou moeten worden, en zo. Omdat ze me aardig vonden, ontaardde dat in misstanden. Wat is dan makkelijker dan je even te laten opnemen in een ziekenhuis?

'Er is over mij behoorlijk veel legendevorming ontstaan. Wie vertelt jou nou weer dat ik de Dode Zee ben ingelopen? Gelul. Daar ben ik nog nooit geweest. Kijk, voor VARA's Achter het Nieuws was ik ooit een gewaardeerde gast in het Dan-hotel Tel Aviv, hoewel een beetje luidruchtig. De Zesdaagse Oorlog was net begonnen en daarom charterde ik een pianist om een zaal met bange mensen te vermaken. Ik ontfermde mij over Jacques Gans van De Telegraaf. Eten en drinken allemaal op de VARA-bon, zie je het voor je? Toen Gans er met een hartaanval in het ziekenhuis inging, heb ik hem een grote bos rooie VARA-rozen gebracht. Leuke man.

'Nu wordt het Jom Kippoer en ik ga weer naar Israël. Ik had een kennis bij de KLM en die zei: oké, dat geld komt wel een keer. Ik ga naar Otto Roffel van het Olympisch Stadion en die betaalt me zo cash een fijn bedragje uit. Van Hennie Cruyff had ik vijf voetballen meegekregen. Niet betaald en daar de naam van Sjaak Swart op gezet. Daar ben ik mee naar Bethlehem gegaan. Er ontstond een geweldige euforie, al hadden die Palestijnse jongetjes nog nooit van Sjaak Swart gehoord.

'Later heb ik Sjaak gevraagd: maak een gebaar naar die jongetjes. Heeft ie nooit gedaan. Verder was ik zeer gelukkig. Als je in de stad een zak patat eet, moet je meteen betalen. Maar in een hotel kun je consumeren wat je wilt. En ik had contacten met vrouwen, zij het platonisch.

'Mijn gezin in Amsterdam vierde sinterklaas toen ik alleen in Israël zat. Cor, mijn kennis van de KLM, had gedichten voor ze gemaakt. Op een avond belt mijn vriend Ed van O. op en die zegt in plat Amsterdams: ''Wil, je moet terugkomen.'' Dan gaat het schuldgevoel opspelen, hè. Maar ja, ik zette toch mooi het Dan-hotel op stelten. Muziek te hard draaien, een pianist huren. Ik kon ineens goed dansen, wat ik nooit kon. De rekening liep behoorlijk op, je trekt blijkbaar ratten aan die van je profiteren. Die hebben het nooit over een stuk schrijven, maar over een doorbelletje doen.

'Enfin, met hulp van een paar fantastische mensen ben ik ten slotte in het Lucas Ziekenhuis gekomen.

'Ik weet goed dat er een jongeman Angie van The Rolling Stones zat te spelen. Dat greep me bij de keel. Dat was mijn leven. Ik weet dat een vrouw me vroeg te gaan volleyballen. Maar ik kon me niet eens meten aan vrouwen, zo lichamelijk verzwakt was ik. Ik kon geen meter vooruit.

'Die vrouw, Betty, werd ongelofelijk verliefd op mij. Ik werd het ook op haar. Dat hoorde bij die rage au corps. Betty zegt tegen me: waar blijft dat boek dat jij zou schrijven over dit ziekenhuis? Ik zeg: ik ben net bij een uitgever geweest en die zei: het zit er niet in. Daarop rijdt ze met mijn auto naar uitgeverij Luitingh en die man zei: hier heb je vijfhonderd gulden en het beste met Wil. Zo zie je dat je moet streven naar een beetje geluk.

'Tineke was depressief thuis. Zwaar depressief. Terwijl ik van het leven genoot, met geld smeet. Dat was een reactie op haar depressiviteit. Ik ging daarvoor op de vlucht. Ik was wel erg met mezelf in gesprek. Ik wist dat ik de financiën onder de knie kon krijgen. Ik wist: ooit kom ik van mijn schulden af. Ik werd ten slotte medisch afgekeurd, en de krant betaalde het verschil bij tussen uitkering en salaris. Tot ik een nieuwe baan zou hebben. Anders had ik bij de krant onder een minkukel moeten werken en dat kon ik niet. Kun jij onder een minkukel werken?

'Ik nam met minder genoegen. Bij het Nederlands Centrum Buitenlanders heb ik bladen voor minderheden gemaakt. Voor een hongerloontje. Met mensen die geen journalist waren, die geen zin konden schrijven. Na drie jaar was de pret er wel af. Als welzijnscentrale begrepen ze niet dat ook zij in hun eigen bladen kritisch benaderd konden worden. Toen de Grijze Wolven in opkomst waren, heb ik in De Groene een macaber sprookje geschreven over de Boze Grijze Wolf en de Turkse geitjes. Ik kreeg er 200 gulden voor. Dat geld heb ik hartelijk uitgegeven in het bordeel dat naast De Groene staat. De enige en laatste keer dat ik in een bordeel was.

'Die jaloerse welzijnsmaffia van het NCB wilde me eruit gooien, maar ik was ze een stap voor. Bij de omroep was het hoofdredacteurschap van de VARA-gids vacant. Een verademing dat ik niet meer in een stoffig kamertje met geitenharen sokken vertoefde, maar op reportage kon gaan. Ik schreef een column, hield redactievergaderingen en genoot daar intens van. Maar met Tineke, met Tineke ging het bergwafwaarts.

'Zelfmoordpogingen bij de vleet. Met auto en al, dat soort dingen. In de Sloterplas, bijvoorbeeld. Als ik bij haar kwam in het ziekenhuis zei ze alleen maar: ''Stom, hè.'' Die vrouw leed onder haar onzekerheid, terwijl ze zeer intelligent was. Ze had alleen maar mulo A, maar heeft op een dagschool elk jaar een vak gevolgd. Altijd een 8. Een ster in tennis. Dan kwam ze weer tot bloei. Maar dan kon het ineens beroerd gaan. Ze was opgenomen in de Valeriuskliniek en ik werd opgebeld op mijn werk. Achteloos telefoontje. Dat ze eruit gelopen was om boodschappen te doen. Ik dacht meteen: dat zit niet goed.

''s Avonds hoorden we dat ze van een flatgebouw gesprongen was waar haar zus gewoond had. Onze kinderen waren 19 en 17. We waren kapot.

'Daarna is mijn zoon Michiel, de jongste, ingestort. We waren met vakantie in België, de politie heeft ons nog opgespoord. Of hij eruit is gestapt, weet ik nu nog niet zeker. Hij had vrienden die zelfmoord pleegden. Ik heb een vrouw van het Gemeentevervoerbedrijf gesproken die had gezien dat hij onder de metro is geduwd. We hebben het nooit kunnen achterhalen. Hij woonde op kamers, was eenzelvig. Nooit had hij een meisje. Maar nu had hij net een vriendin.'

'Maar die vriendin was niet helemaal bij de tijd', zegt Mieke, buiten adem de trap opgestommeld na enig cafébezoek. 'En een dag voor zijn dood heeft hij alles nieuw aangeschaft. Broek, jas, overhemden, schoenen.'

Vermoeid kijkt Wil van der Smagt op van zijn dikke voeten. 'Koop een ijsje, Mieke. We zetten dit gesprek graag á deux voort. Ga met God, dan ben je in goed gezelschap.

'NATUURLIJK heb ik mijzelf verwijten gemaakt', zegt hij, als de voetstappen op de trap zijn verklonken. 'Niet over mijn zoon, zozeer. Hij zou het niet hebben gered. Als hij een uur achter dit pas opgeruimde bureau van mij had gezeten, dan was het al een puinhoop. Maar over Tineke... ik heb haar verwaarloosd. Met huishoudgeld, en zo. Ik gaf haar wel geld, maar er zat geen lijn in. Soms te weinig, dan weer veel te veel. Misschien dat haar inzinkingen daardoor steeds drastischer werden.

'Mijn dochter had een promotiefeestje, nog voordat we Michiel konden begraven. Ze zei: ''Ik heb al zoveel feestjes door jullie gekloot moeten inleveren, ik laat het doorgaan.'' We rouwden om Michiel, maar toch ben ik die avond naar het feestje van mijn dochter geweest. Met Mieke, met wie ik inmiddels getrouwd was. Mijn dochter en haar vriend deden allerlei cabaretteske dingen, terwijl een vriendin van Tineke zich over ons had ontfermd. We zaten in een hoekje van de zaal. Wat zal ik zeggen? Enige levenskunst is in deze familie toch wel aanwezig.

'Mijn dochter is een heel taaie gebleken. Buitengewoon sportieve vrouw van in de dertig. Ik bewonder haar. Ze heeft heel zware jaren achter de rug en is er in een liefdevolle omgeving weer helemaal bovenop gekomen. Ze is ijzersterk, ook als het om geld gaat. Ik ben wel eens slordig met haar omgegaan, die fout maak ik nooit meer. Ze woont in de buurt en het zijn de leukste momenten als we elkaar onverwacht op straat tegenkomen.

'Bij de VARA-gids vonden ze me niet meer de stimulerende kracht die ik altijd was. Er werden nieuwe grafische systemen ingevoerd, ik had er geen zin meer in. Vijf jaar na Tineke's dood ben ik opgestapt, met een goede regeling. Betrekkelijk jong. Ik had al die schulden, dus schreef ik wat in het horecablaadje van Lou Polak om mijn WAO aan te vullen. Als ik geen geld meer had, dan belde ik een grote slager die ik uit het bestuur van Blauw Wit kende. Moest ik hem tegen betaling gezelschap houden als hij naar zijn winkels in Lelystad reed. Of een moeilijke brief schrijven, dat spaarde een advocaat uit. Gaf hij me een pol vies, verkreukeld geld voor. Moet je niet natellen, zei die dan.

'Met trucs kom je aan geld. Ik heb menukaarten ontworpen voor een kiprestaurant. Voor de betere slakkenhouders op Terschelling. In het Frans, lekker snobbish. Of er was een feestje met Imca Marina, heb ik allemaal kritiekloos gedaan. Ik heb nu oorlog met het café verderop. Daar had ik nog duizend gulden uitstaan, maar ze vragen me voor hun jubileum een feestdossiertje aan te leggen. Geen moeite, zeg ik. Reken ik zoveel voor dat er voor mij na aftrek nog een dikke duizend overblijft. Zegt die vader in een vol café: wat mot ik hiermee? Waaiert de zaak over de stoep, ook stukken uit mijn VARA-tijd kwijt. Mieke begon al met stoelen te smijten, wat ik zeer in haar waardeerde.

'Trouwens, het mooiste interview dat ik voor de VARA-gids heb gemaakt, was met Jan Tinbergen. De professor zat in een wat padvinderachtige kamer, legt zijn pen neer en zegt: meneer Van der Smagt, dit is zo'n goed gesprek, wij tutoyeren elkaar op vertrouwd-socialistische wijze. Waarop ik natuurlijk begon met: Waarde Tinbergen.

'Denk niet dat ik elke dag nog twintig pils drink, zoals ik jarenlang gewend was. Dat houdt nu met vijf wel op. Roken doe ik ook niet meer. De huisarts geeft mij een lithiumderivaat om die manische depressiviteit eronder te houden. Sinds drie jaar is de psychiatrische behandeling gestaakt. In het Lucas was een man die alleen maar zat te noteren, had je niks aan. Toen kreeg ik een mevrouw uit Leiden toegewezen, dat was een kei. We gingen samen uit eten. Vrienden zeiden: als ze maar niet verliefd op elkaar worden. Gelukkig is dat niet gebeurd. Toen niet.'

Er is te veel gebeurd. Hij moet het vertellen. Hij zal. Hier, een brief van de bank dat hij schuldenvrij is. Hij is de situatie redelijk meester. Zijn levenswandel mag wat slordig zijn, zonodig kan hij zichzelf redresseren. Onafhankelijk journalist, komt er op zijn briefpapier te staan, dat is toch altijd beter dan naar de kloten gaan als voorlichter van Flipje in Tiel? Er gloort licht achter de ontluistering. Het is nog wat aan de vale kant misschien. Maar dan ziet hij op oude foto's Tineke lachen. Altijd lachen, op foto's. Nooit chagrijnig. Op foto's niet.

'Tineke kon er niet tegen als het bureau was dichtgesneeuwd met rekeningen. Dat heeft haar depressies verergerd. Op zondag zouden we de rekeningen doen. Maar dan schreef ik eerst mijn columpje voor de VARA-gids, en stelde ik de zaak maar weer uit. Ze werd er gek van. Vertel me wat over schuldgevoel. Dat schuldgevoel raak je niet kwijt. Ze zeggen: met een jaar of tien is het verdriet over de verlorene wel over. Maar dat is niet waar. Dat verdriet blijft. Dat realiseer je je als je een ander ontmoet.

'Een jaar na Tinekes dood werd ik versierd door een vrouw die psychiater bleek te zijn. Veel te vroeg. Ze zei: ''Je ligt nog steeds met Tineke in bed.'' Haar man betrapte ons ook nog, thuis. Jongen, in mijn leven alleen maar storm. Zware storm.'

Sardonisch klinkt zijn lach niet eens. Eerder innemend. Vrolijk, voor de buitenwacht. 'Vrolijkheid, zelfs al is het een vluchtpoging, lijkt in dit land een verdachte eigenschap'; hij schreef het al eens op. Toen was hij nog geen kampioen goedkoop leven. Samen eten voor een tientje per dag, dat kan best. En kleren betrekt hij via transitoverkeer in de kroeg beneden. Een blazer voor drie tientjes. Mieke wurmt hem mopperend in zijn broek; hij is terrasklaar. De wereld ligt aan zijn voeten.

'Toen het bij de VARA zo'n klerezooi was bleef ik nachtenlang weg. Met een makker aan de zuip. Fout natuurlijk. Maar ja, dat klimaat bij de VARA. Gruwelijk. Wolven, kwaadsprekers, hyena's. Van Ombudsman tot Koning Klant; waar ik ook zat, ze proberen je op alle mogelijke manieren te tackelen. Als je rijexamen moest doen, dan zeiden ze bij Achter het Nieuws: ''Jij? Jij komt morgen gezakt terug.'' Dus moest en zou ik slagen. Mensen kapot maken, dat verstonden ze bij de VARA onder socialistische solidariteit. Ik zou zelf alsnog graag ene Jan N. standrechtelijk executeren.'

Er zijn andere verleidingen, hij kent zichzelf. In het Amstelveen van zijn jeugd ziet hij een pandje te koop. Tonnetje of acht. Dan gaat er wat in hem tintelen. Kijk, dáár ligt nou weer dat manische ziektebeeld op de loer. Het verlangen een onverantwoorde aanschaf te doen, hè. En dan bijvoorbeeld een uitgeverijtje beginnen.

'Maar Wil van der Smagt is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid, al gedraag ik me er niet altijd naar. En dát is het punt. Er is genoeg ellende op mijn pad gekomen. Genoeg verdriet. Kijk, deze zin heb ik eens voor mijn zoon opgeschreven in een boekje: ik zeg je, een God van liefde bestaat niet. Want hij heeft het verdriet groter geschapen dan de mens die het moet dragen.

'Soms zegt iemand mij: ''Wil, is zelfmoord ook een optie voor jou, na alles wat je hebt meegemaakt?'' Dan zeg ik: wat drink je van me? Het leven is zo ongelofelijk fascinerend, dat ik er zo lang mogelijk getuige van wil zijn. Onder de mensen, dat is tegelijkertijd mijn noodlot. Mijn vader had groot gelijk toen hij zei dat ik niet was uitverkoren om populair te zijn. Uitverkoren niet. Hij zei: jongen, je bent gedoemd. Je bent gedoemd om populair te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden