Columnsylvia witteman

In mijn jeugd was ik dol op Gerard Reve, tot ik me realiseerde dat zijn broer Karel leuker was

null Beeld

Deze week zou Karel van het Reve zijn honderdste verjaardag gevierd hebben, als hij was blijven leven, quod non. In mijn jeugd was ik dol op zijn broer Gerard, maar ik werd ouder en wijzer; er kwam een moment dat ik me realiseerde dat Karel eigenlijk veel leuker was dan zijn broer. Leuk, op een heel droge, ironische manier. Zo zei hij eens dat hij in de oorlog ‘niet zo erg’ in het verzet zat, ‘want ik zag er verschrikkelijk tegenop om doodgeschoten te worden’.

Hij had een hekel aan literatuurwetenschap, wat me erg voor hem innam, want ik heb óók een hekel aan literatuurwetenschap. Wie wil weten waarom, moet Van het Reves Het raadsel der onleesbaarheid maar lezen, daar legt hij het in kraakheldere taal uit. ‘Als wat Tolstoj schrijft iets betekent dat door Jansen moet worden uitgelegd, waarom heeft Tolstoj dan die moeite gedaan? Had hij niet beter meteen kunnen zeggen wat hij bedoelde?’

Het allerleukst aan hem vond ik de manier waarop hij algemeen gangbare theorieën ontkrachtte, zoals ‘de zeer oude theorie die zegt dat de mens van ervaring leert’. Het oversteken van een drukke weg, bijvoorbeeld, zonder aangereden te worden door een auto. ‘Als dat zonder ongelukken oversteken van u werkelijk het gevolg van herhaling is, dan dringen zich vragen op: bent u dan net zo lang overgestoken tot u die methode beheerste? Hoe ging dat oversteken van u dan vóór u die methode helemaal puntgaaf ontwikkeld had? Bent u dan niet erg vaak doodgereden? En als u geen enkele keer doodgereden bent, maar altijd levend de overkant heeft bereikt, lijkt het er dan niet op dat u de allereerste keer al de goede methode toepaste?’

Daar is geen speld tussen te krijgen (of eigenlijk wél, maar dat levert een saai betoog op, waar niemand op zit te wachten). Joost Zwagerman, ook al dood, plaatste de voorzichtige kanttekening: ‘Bij Van het Reve, die voor velen als een van de grootsten telt, heb ik toch het idee dat superieur amusement soms de boventoon voerde.’ Ja, dat idee heb ik ook, maar waarom zou superieur amusement minder waard of minder belangrijk zijn dan, om maar wat te noemen, de dogma’s van de academische wereld?

Van het Reves weerlegging van Darwins evolutietheorie zit trouwens wel degelijk heel slim in elkaar, ik kan me herinneren dat mijn mond letterlijk openviel toen ik ‘Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes’ voor het eerst las. ‘Als giraffen door survival of the fittest zijn ontstaan, als ze de strijd om het bestaan hebben gewonnen, waarom hebben de korthalzige dieren die strijd dan niet verloren? Waarom lopen er in hetzelfde terrein dan zowel giraffen als zebra’s rond? (…) Als de vogels ontstaan zijn omdat die vleugels voordeel verschaften, hoe komt het dan dat de beesten zonder vleugels zijn blijven bestaan? Die vleugels, leert men ons, zijn niet ineens ontstaan maar geleidelijk. Maar wat moet je met nog niet volgroeide vleugels, waar je niet mee vliegen kunt? Fladderen? Zwemmen? Zwaaien naar kennissen?’

Het betoog culmineert in sublieme kolder over konijnen die alle coupletten van het Wilhelmus kunnen zingen terwijl ze er nooit meer dan twee nodig hebben in de strijd om het bestaan. Maar als je het uit hebt, heeft je eventuele geloof in Darwin een flinke knauw opgelopen.

Ik vind het jammer dat Karel van het Reve dood is. Ik had zo graag gelezen wat hij vond van hedendaagse kwesties zoals, bijvoorbeeld, identiteitspolitiek. Ik denk dat ik wel ongeveer weet wat hij daarvan gevonden zou hebben, maar ik zou het nooit zo kunnen opschrijven als hij: haarscherp, ironisch, erudiet, subliem amusement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden