In luchtige stijl, met oog voor detail, blikt oud-VVD-politicus Arie Pais terug

Beginnen bij het begin: de foto op de cover van het boek. Die markeert zeker niet het begin van het leven van Arie Pais, maar het deel dat wel gekenmerkt wordt als het 'hoogtepunt van een carrière'. We zien Pais als minister van Onderwijs (1977-1981), hij stapt uit zijn dienstauto, een slanke man, klein van stuk. Die auto is een 6 cilinder Peugeot 604, en elke autoliefhebber van zekere leeftijd moet nu glimlachen, want dat model gold toen als het vlaggeschip van het Peugeot-concern. Franse elegantie die Duitse dominantie (Mercedes, BMW) in het topsegment moest beconcurreren. Dat is nooit gelukt met de Peugeot 604, want met zijn distinctie kwam ook zijn roestgevoeligheid.

Gestolen jeugd

Dat Pais uit een Franse auto stapt, is geen toeval. Het had er nooit eentje van Duitse makelij kunnen zijn. En dat heeft te maken met de jeugd van Arie Pais, of beter gezegd, zijn 'gestolen jeugd', die op het conto moet worden geschreven van de nazi-Duitsers en de Nederlanders die de bezetter behulpzaam waren bij hun jacht op de joden. Pais is 10 als de oorlog uitbreekt: een joodse jongen uit een Amsterdams middenstandsgezin, niet uitgesproken religieus, niet zionistisch, maar wel met een vader die een bestuurder was van het Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap. Zichtbaar, officieel joods, daar was geen ontkomen aan.

Het gezin duikt in 1942 onder, op verschillende adressen, en weet de oorlog te overleven, anders dan bijna alle andere familieleden. De chaos en de bestaansonzekerheid van die jaren steken diep. Heel veel later, als Pais al minister is, en van paria is opgeklommen tot de regentenklasse, wordt hem door twee medebewindslieden (Van Agt en Koning) een politiek kunstje geflikt. Pais noteert: 'Zowel Van Agt als Koning had tegenover mij als een mof over hun opzetje gezwegen...'. Natuurlijk, ook niet-joodse Nederlanders die de oorlog hebben meegemaakt spraken lang over 'moffen'. Maar Pais' boutade valt hier op, omdat hij in dit boek een luchtige schrijfstijl hanteert, onderkoeld, soms vilein op zo'n achteloze, Engelse manier.

Maar met dat 'mof' zoveel jaren na de oorlog, in een context waar geen nazi aan te pas komt, wordt duidelijk dat het wantrouwen, geplant in de onderduiktijd, een leven lang meegaat. Dat hoeft niet te verbazen. Eerder blijft het onvoorstelbaar dat joden die de oorlog overleefden nadien weer zijn opgegaan in de Nederlandse samenleving, om daar tegen de klippen op hun ambities waar te maken.

Verschrikkingen

Pais noemt zijn werk een 'logboek', wat oog suggereert voor dagelijkse details, die niet meteen hoeven te passen in de grote, historische lijn. En dat klopt. De jonge Pais, stadsjongen, moet in 1942 ineens verhuizen naar ''t Jodenhuis' in Barneveld, waar aan de achterkant 'een wel erg benauwd stukje grond was' met kippen 'die voortdurend met elkaar vochten totdat ze - om de week eentje - de nek werd omgedraaid en ze geplukt werden in het volle zicht van de kippen, die (...) machteloze geluiden lieten horen.'

Het is heel moeilijk om in deze passage niet het rijm te horen met het lot van de joden, die hoopten de verschrikkingen te ontlopen, maar telkens moesten constateren dat er weer familieleden en vrienden 'verdwenen' waren. Pais schrijft over die scène: 'Het heeft me geholpen om vegetariër te worden.' Dat is niet alleen een humane, bijna ingehouden reactie als we bedenken wat er in de rest van de oorlogsjaren nog zou gebeuren. Het is ook kenmerkend voor de man die inderdaad zo zijn principes heeft, en later voorzitter wordt van de Nederlandse Vegetariërsbond: in die kringen zal hij zijn levensgezel Eegje Schoo ontmoeten, die later ook VVD-minister zal worden en die tot op de dag van vandaag zijn echtgenote is.

Verrassend springerig

Vegetariër, joods, onderduik: op de een of andere manier lezen die drie trefwoorden niet als een samenvatting van een VVD-politicus. Na de oorlog wendt Pais zich met zijn politieke interesses eerst tot de PvdA, waar hij als nieuwkomer en vooral als mede-econoom meteen in de clinch ligt met Joop den Uyl, om pas in de jaren '60 zich te bekennen tot het liberale gedachtengoed van de VVD. We hebben het, zowel bij Pais als bij Schoo, over liberalen die spaarzaam zijn geworden bij die partij. Pais' vader was bijvoorbeeld een man die op de Vrijzinnig-Democratische Bond stemde, de progressief liberale vooroorlogse partij die later opging in de PvdA. Beiden hebben dat progressieve individualisme, waar emancipatie (van vrouwen, dieren, van zwarte medemensen en homo's) centraal staat, vertaald in een VVD-lidmaatschap.

Het oog voor detail, dat bij Pais zo laconiek goed werkt wanneer hij de oorlogsjaren beschrijft, keert zich tegen hem wanneer hij toekomt aan zijn ministeriële jaren. Die politieke beslommeringen uit de jaren '70 en begin jaren '80 zijn in retrospectief veel minder urgent dan de ervaringen van een joodse jongeman die later toch door moet met zijn gehavende leven. Het uitvoerige verslag van zijn regeerperiode leest te veel als het na-ijlende gelijk van een gewezen bewindsman.

Toch: wat een mooi, verrassend springerig beeld van een Nederlands politicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden