Recensie Yrsa Sigurdardóttir

In kalm IJsland bloeit de moorddadige fictie, met thriller DNA als voorbeeld (vier sterren)

Een stofzuigerslang in haar keel: het hoe (en waarom) van het moorden wordt uitgebreid uit de doeken gedaan in de thriller DNA van Yrsa Sigurdardóttir.

Beeld Martyn F Overweel

DNA; thriller

 Yrsa Sigurdardóttir

4 sterren

Uit het IJslands vertaald door Katleen Abbeel, via het Svin.  

Cargo; 448 pagina’s; € 17,50.

Moorden en verdwijningen komen zelden voor in IJsland, een natie met net zo veel inwoners als de stad Utrecht. Kalm volkje, volgens de statistieken. Alleen Hongkong en Monaco schijnen nog veiliger te zijn. Wie ‘moord’ en ‘IJsland’ in één zoekopdracht bundelt, belandt al snel bij een zaak van twee jaar geleden, toen de jonge studente Birna Brjánsdóttir na een avondje uit spoorloos verdween. De ontsteltenis in het hele land was groot, zeker toen Birna niet lang daarna dood werd teruggevonden. IJsland is niet alleen klein, maar ook homogeen. Naar aanleiding van de Brjánsdóttir-zaak schreef The Guardian: ‘Het idee dat op IJsland iedereen iedereen kent, is overdreven. Maar noem de naam van de ene IJslander tegen een ander en hoogstwaarschijnlijk kennen ze elkaar in op z’n minst via via.’ 

En juist daar, op dat afgelegen, ons-kent-ons eiland bevindt zich al jaren een geiser waaruit aan een stuk door geslaagde moorddadige fictie omhoog komt. Arnaldur Indridason behoort al meer dan twintig jaar tot de internationale thrillertop – zijn boeken worden in serieuze boekenkaternen enthousiast besproken en tegelijk gretig in kiosken verkocht – en hele volksstammen (onder wie ik) wachten al tijden vol ongeduld op het moment dat het tweede seizoen van de moordserie Trapped eindelijk op Netflix komt.

En er is dus de vrouw met de onuitspreekbare naam: Yrsa Sigurdardóttir. (Er zijn er twee, maar de misdaadromans van Lilja Sigurdardóttir zijn nog niet in het Nederlands vertaald.)

Na ongeveer twintig pagina’s in DNA, de nieuwste van Yrsa (die eerder een zesdelige serie over de advocate Thóra schreef), is direct alweer duidelijk dat je beter in het echt dan in fictie op IJsland kunt belanden. Het eerste slachtoffer heet Elísa, een yuppige moeder van drie kinderen, die in haar eigen huis op extreem gewelddadige wijze wordt omgebracht. Iets met een stofzuigerslang in een keel. Of, zoals de verteller het voor de onoplettende lezer nog even verduidelijkt: ‘Het was overduidelijk dat de vrouw geen vredige dood gestorven was.’

Het vervolg van deze nogal lijvige thriller is, ondanks de soms dus wel erg uitgebreide toelichtingen, zeer de moeite van het lezen waard. Sigurdardóttir is in staat de spanning er voortdurend in te houden. Vooral de verhaallijn van Karl, een wat muffige scheikundestudent die zijn dagen vult als radiozendamateur en die op een dag cijfercodes oppikt die verwijzen naar de slachtoffers, is boeiend. Knap, want in feite gebeurt er in Karls leven lange tijd verder niet al te veel. De voornaamste aantrekkingskracht van DNA (dat in het IJslands ook DNA heet, maar in het Engels vertaald werd als The Legacy, een meer gelaagde – en dus sterkere – titel) zit ’m in het atypische duo Huldar en Freyja. 

Freyja werkt als kinderpsychologe in het Kinderhuis en raakt bij de zaak betrokken via Margrét, de 7-jarige dochter van het eerste slachtoffer. Freyja is vrijgezel en past op de kalfachtige hond van haar criminele broer, zolang die in de bak zit. Een onorthodoxe omgeving om een 7-jarige getuige van een brute moord onder te brengen. 

Huldar is de politieman die lijdt onder ongemakkelijke situaties en onder zijn door een promotie veranderde status. Niet vaak duikt er een meer atypische speurder op in een misdaadroman, waarin de meer menselijke figuren het bij inspecteursvacatures vaak afleggen tegen gescheiden, alle protocollen met voeten tredende sociopaten. Huldar doet denken aan Robbie Lewis uit Inspector Morse.

Prettig dus dat Huldar vaker zal terugkeren: op IJsland zijn ze al bij deel vier in de Huldar & Freyja-reeks. Sigurdardóttirs personeelsbeleid is plezierig, omdat blijkt dat ook een softe, wat onhandige figuur een moordzaak zoals die zelden (zeg maar: nooit) op IJsland voorkomt tot een goed einde kan brengen. Voor dat goede einde moet je eerst wel even door een uitvoerige toelichting van de moordenaar over het hoe en waarom heen – uiteraard niet vóór hij of zij eerst nog even flink heeft huisgehouden.

Voor de moord op Birna Brjánsdóttir (in 2017) werd nog hetzelfde jaar een Groenlandse visser veroordeeld tot 19 jaar cel. Het drama wordt gezien als een symbool van het ongemak dat veel IJslanders ervaren bij de vaart waarmee hun land zich momenteel uit zijn schijnbaar veilige cocon wurmt. Wie DNA (uit 2014) gelezen heeft, realiseert zich echter dat ook dat knusse isolement een hoop ellende kan veroorzaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.