Filmrecensie Wes Anderson

In Isle of Dogs ontdek je steeds weer andere details om verliefd op te worden (****)

Isle of Dogs Foto RV

Kan een film van zijn toeschouwer een hondenvriend maken? Wes Andersons stop-motionavontuur Isle of Dogs probeert het in elk geval op allerlei manieren. Alleen al die titel. Zelfs de grootste hondenhater zegt bij het uitspreken ervan dat hij van honden houdt, want het klinkt als 'I love dogs'.

Isle of Dogs


Regie Wes Anderson. Met (de stemmen van) Bryan Cranston, Edward Norton, Jeff Goldblum, Bill Murray, Bob Balaban, Liev Schreiber, Koyu Rankin, Kunichi Nomura, Frances McDormand, Scarlett Johansson. 101 min., in 48 zalen.

De hondenhelden zelf zijn zeer innemend. Het helpt natuurlijk dat die poppenbeesten door fijne acteurs werden ingesproken, onder wie Edward Norton (zelfverklaard leider Rex), Bryan Cranston (de solitaire Chief), Jeff Goldblum (roddelhond Duke) en Bill Murray als ex-honkbalteammascotte Smut. Maar het is vooral het voortreffelijke animatiewerk dat hen zo verrukkelijk maakt. Uiterst aaibaar lijken ze, met hun uit marino- en alpacawol geknutselde vacht, en hun glazen ogen stralen. Van woede tot aanhankelijkheid en trots, Anderson (Moonrise Kingdom, The Grand Budapest Hotel) krijgt het in zijn tweede animatiefilm (na Fantastic Mr. Fox uit 2009) voor elkaar zijn honden al die emoties over te laten brengen.

Rex en co wonen in de fictieve Japanse metropool Megasaki, maar worden door burgemeester Kobayashi (ingesproken door Kunichi Nomura) gedumpt op het als vuilnisbelt dienende eiland tegenover de stad. Honden zijn ongedierte, vindt Kobayashi, laatste telg van een geslacht kattenminnende heersers. Vandaar dat hij de 750 duizend honden van Megasaki verbant naar Trash Island, met Spots (Liev Schreiber), de waakhond van Kobayashi's 12-jarige neefje Atari (Koyu Rankin), als gedetineerde nummer 1.

Details om verliefd op te worden

Hoe grimmig dat met karkassen bezaaide eindstation ook is, Andersons vertrouwde gepriegel op de millimeter blijft een lust voor het oog. Steeds ontdek je weer andere details om verliefd op te worden – kersenbloesem op een hondensnoet, bijvoorbeeld, of anders wel een wolkenhemel van zeepsop of een olijk uiltje dat soms voorbijvliegt.

Echt ellendig wordt het dus nooit in Isle of Dogs, zeker wanneer Atari per vliegtuig op het eiland landt om Spots te bevrijden. Intussen ontpopt de Amerikaanse uitwisselingsstudente Tracy Walker (Greta Gerwig) zich in Megasaki als de aanvoerder van het verzet tegen Kobayashi.

Dat laatste kwam Anderson, die op het Filmfestival van Berlijn met Isle of Dogs de Zilveren Beer voor Beste regie won, in de Amerikaanse pers op flinke kritiek te staan: twijfelachtig, dat nou net het enige westerse, blanke personage de leider wordt. De film zit vol Japanse stereotypes; maar de scène waarin een zwarte straathond zo'n stevige schoonmaakbeurt krijgt dat hij stralend wit onder het schuim vandaan komt, valt dan weer makkelijk uit te leggen als expliciet staaltje whitewashing.

Respectvol 

Voor zulke tegenwerpingen valt veel te zeggen. En hoe respectvol is het dat de Japanse personages daadwerkelijk Japans spreken, maar slechts sporadisch worden ondertiteld of vertaald (het laatste door een tolk met Frances McDormands stem)? Waarom überhaupt Japan, behalve dan als exotisch decor?

Het is kiezen of delen, bij Isle of Dogs. Je vindt het prachtig dat Anderson uit watten explosiewolkjes knutselt, of juist stuitend dat die rookpluimen soms atoombom-achtige vormen aannemen. Je bespeurt in de hondenperikelen een zwart-komische allegorie over uitsluiting, of zoekt vergeefs naar diepgang. In hoeverre je valt voor de charmes van Isle of Dogs, hangt misschien nog het meest af van de onschuld (of wereldvreemdheid) die je de film gunt.

Maar het moet gezegd: als iemand met flair kan uitweiden over de nuances van het apporteren, dan is het Anderson. En vind nog maar eens een film waarin de dialoog even stilvalt voor het verwijderen van een teek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.