Interview Regisseur Barry Jenkins

In ‘If Beale Street Could Talk’ van Barry Jenkins lopen de emoties ver uiteen en zijn stereotypes niet aan de orde

KiKi Layne als Tish en Stephan James als Fonny in If Beale Street Could Talk.

Barry Jenkins’ nieuwste film is diep romantisch en keihard realistisch tegelijk. De regisseur vertelt de Volkskrant hoe hij het stereotype beeld van de zwarte man op zijn kop zette.

Barry Jenkins zal, of hij het nu leuk vindt of niet, altijd verbonden blijven aan de bizarste Oscarnacht uit de geschiedenis. Het ene moment zat de regisseur gespannen in het publiek en hoorde hij dat de optimistische musical La La Land de prijs voor beste film had gewonnen. Vervolgens was er gerommel op het podium, werd er gezwaaid met een envelop en bleek zíjn film, Moonlight, plots de grote winnaar van de avond. Dat hij daadwerkelijk het beeldje in handen had, realiseerde hij zich pas veel later. 

Natuurlijk had Jenkins een glorieuzer moment verdiend. Maar de Oscar heeft hem veel opgeleverd. Moonlight, de arthousefilm over een homoseksuele zwarte gangster, die hij gedeeltelijk baseerde op zijn eigen jeugd in een arme buurt met een drugsverslaafde moeder, werd een wereldwijde hit.

‘De film heeft in het buitenland meer geld opgeleverd dan in de Verenigde Staten. Ik was bij vertoningen in Frankrijk, in Duitsland en in Polen. Vaak zag het publiek er helemaal niet uit zoals ik, maar ze voelden zich oprecht verbonden met de personages.’

Bij Jenkins’ nieuwste film, If Beale Street Could Talk, zal dat misschien nog wel meer het geval zijn. Het gaat over een jong, dolverliefd stelletje dat in Harlem woont. Hij, Fonny, wordt ten onrechte beschuldigd van verkrachting en belandt achter de tralies. Zij, Tish, zwanger, probeert hem vrij te krijgen. Jenkins springt heen en weer in de tijd: hij hopt moeiteloos van hun dromerige eerste kus naar hun gesprekken in de gevangenis. If Beale Street Could Talk is een weelderige, diep romantische film, die tegelijkertijd keihard is in zijn realisme.

Voor de film bewerkte Jenkins bewerkte het gelijknamige boek van James Baldwin. De politiek geëngageerde schrijver, die in 1987 overleed, is recent ‘herontdekt’. Twee jaar geleden maakte Raoul Peck een veelgeprezen documentaire over hem, I Am Not Your Negro, waardoor de auteur weer volop in de belangstelling kwam te staan.

Barry Jenkins in februari bij de Bafta’s in Londen. Beeld WireImage

Waarom wilde u dit boek verfilmen?

‘Een vriendin gaf het me. ‘Ik denk dat hier een film in zit’, zei ze. ‘En ik denk dat jij die moet maken.’ Toen ben ik gaan lezen en ik was zo geraakt door de romance tussen Fonny en Tish. Die was zo mooi, puur en sensueel; ze zijn echt soulmates. En ik realiseerde me dat ik nog nooit een film had gezien over twee zwarte mensen die echt elkaars zielsverwanten zijn. Daarbij is James Baldwin een scherpe maatschappijcriticus en in dit boek komen die twee dingen prachtig samen.’

Was u wel al bekend met het andere werk van James Baldwin?

‘Ik heb altijd een zwak gehad voor Baldwin. Op de universiteit had ik een vriendin, die wat ouder was dan ik. Ze was slimmer en wereldwijzer, en dumpte me met de woorden: ‘Ga jij eerst maar eens Baldwin lezen.’ Omdat ze vond dat ik maar eens volwassen moest worden, en omdat ze wilde dat ik ging nadenken over wat het betekent een man te zijn. Eerst las ik Giovanni’s Room en daarna Fire Next Time; ik was helemaal ondersteboven. Dat iemand met ongeveer dezelfde achtergrond als ik zó’n stem had weten te ontwikkelen! Ook had ik nog nooit iemand op zo’n open en eerlijke manier zien schrijven over homoseksualiteit. Daardoor leerde ik dat het begrip mannelijkheid niet zo vastomlijnd is als ik tot die tijd had gedacht.’

In uw films laat u dat ook zien. Moonlight en If Beale Street Could Talk worden geprezen omdat u het harde, stereotype beeld van de zwarte man op zijn kop zet.

‘In hoeverre dit echt een thema voor me is, weet ik bij mijn volgende film pas. Ik schreef Moonlight en If Beale Street Could Talk allebei in de zomer van 2013. Eerst Moonlight in Brussel, in een bar die Lord Byron heet. Daarna nam ik de trein naar Berlijn en daar schreef ik Beale Street. Het was een periode waarin ik met het thema mannelijkheid bezig was.’

‘De slavernij en de racistische wetten dwongen zwarte mannen om sterker dan sterk te zijn en beschermend op te treden: voor anderen, hun familie en voor zichzelf. Het is moeilijk om los te komen uit zo’n rol. In Beale Street zit een scène waarin twee mannen elkaar op straat begroeten: ‘Hoe is het?’ ‘Goed’. Maar vervolgens brengen ze meer tijd met elkaar door, drinken ze een biertje, roken ze samen sigaretten. En terwijl ze praten – de scène is expres erg lang – wordt dat simpele ‘goed’ opeens ‘goed, maar...’ En vervolgens ‘eigenlijk helemaal niet goed, en ik zal je vertellen waarom’. Ik ben er trots op dat ik in mijn films altijd scènes heb waarin mannen met elkaar bellen of voor elkaar koken, of gewoon eerlijk en open met elkaar praten.’

Regisseur Jenkins: ‘Als ik zou werken uit woede, zou dat mijn films beïnvloeden.’

If Beale Street Could Talk speelt zich af in de jaren zeventig. Waarom vond u het verhaal nog steeds relevant voor onze tijd?

‘Alles wat James Baldwin schreef, is nog steeds ontzettend relevant. Veel dingen uit het boek zouden zo weer kunnen gebeuren. Stephen James, de acteur die Fonny speelt, heeft zich bijvoorbeeld verdiept in de zaak van Kalief Browder. Die werd in 2010 als 16-jarige opgepakt, omdat hij een rugzak zou hebben gestolen. Hij zat drie jaar vast, waarvan 2,5 jaar in eenzame opsluiting, simpelweg omdat hij geen schuld wilde bekennen. Hij werd nooit veroordeeld en nadat hij was vrijgelaten, pleegde hij zelfmoord.’

‘Natuurlijk, door camera’s en sociale media kunnen mensen makkelijker onrechtvaardigheid aan de kaak stellen. Maar dit soort misstanden komen nog steeds voor. En als ik dan denk aan de tijd waarin dit verhaal zich afspeelt, de tijd waarin ze die middelen niet hadden: moet je nagaan hoe vaak dat toen moet zijn voorgekomen.’  

Barry Jenkins schreef het script van If Beale Street Could Talk nog voordat hij de rechten had verkregen. Pas daarna stuurde hij het naar de uiterst beschermend ingestelde erfgenamen van James Baldwin. Via hen kreeg hij vlak voor de productie een notitieblokje waarin Baldwin in 1978 had opgeschreven wie hij de beste acteurs voor de hoofdrollen zou vinden, en hij hoe hij het boek zelf zou verfilmen. Voor de rol van regisseur had hij onder anderen François Truffaut in zijn hoofd.

Maakt het u niet kwaad of somber dat u zo weinig verandering ziet?

‘Ik wil iets zeggen met mijn werk, iets waarheidsgetrouws of authentieks. Als ik zou werken uit woede, zou dat mijn films beïnvloeden. Verbittering zou de liefde in If Beale Street Could Talk kapotmaken. Dan had ik die schitterende romance nooit recht kunnen doen.’

‘Twee weken geleden verscheen er een artikel in The New York Times over dat in de camera kijken.’

In de film laat u de personages soms recht in de camera kijken. Soms confronterend, soms liefdevol, soms emotioneel. Waarom doet u dat?

‘Het zijn bijna meditatieve momenten waarop niet wordt geacteerd, de grens tussen acteur en personage valt even weg. Het gebeurde een keer spontaan op de set van Moonlight en ik vond het mooi. Omdat If Beale Street Could Talk een voice-over heeft, voelt het al alsof er een een-op-eenrelatie is tussen de kijker en de hoofdpersonen. Daarom voelde het heel natuurlijk om de acteurs in deze film nog ­vaker in de camera te laten kijken.’

‘Twee weken geleden verscheen er een artikel in The New York Times over dat in de camera kijken. De auteur merkte iets interessants op, waarover ik zelf nooit had nagedacht: voor een witte bioscoopbezoeker is dit wellicht de eerste keer dat ze een zwarte persoon recht in de ogen kijken, dat ze gedwongen worden zich te verplaatsen in hun emoties. En dat deed me denken aan de filmgeschiedenis: de laatste honderd jaar is de cinema gedomineerd door beelden van witte mensen en witte families, van witte superhelden en witte antihelden. Als iemand van kleur heb ik via film en televisie zo veel geleerd over witte families, terwijl witte mensen die omgekeerde ervaring nooit hebben gehad. Het was nooit de opzet, maar ik hoop dat ik ze hiermee die kans wel geef.’

Recensie

If Beale Street Could Talk is gevoelig, zwaarbeladen, vernieuwend en vooral gedurfd (vier sterren)
Door heden en verleden intuïtief met elkaar te laten verweven, toont regisseur Jenkins zijn verfijnde gevoel voor het potentieel van cinema.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden