Review

In iedere alinea in hun brieven is iets van Herzbergs en Van Geels markante karakter zichtbaar

Boek (non-fictie) - Brieven 1962-1974

Wat een geluk dat we mogen meelezen in de brieven die dichters Judith Herzberg en Chris J. van Geel elkaar stuurden.

Een Bergens Boekenbal, als tegenhanger van het eeuwige Amsterdamse, bestond nog in 1962. Daar traden Adriaan Roland Holst, Lucebert en Bert Schierbeek op. En Chris J. van Geel (1917-1974), de teruggetrokken opererende dichter en tekenaar die toentertijd vlakbij woonde, in Groet. Diverse anderen hadden een actueel 'in memoriam Gerrit Achterberg-vers' meegenomen, schreef Van Geel achteraf aan kunstzuster Judith Herzberg. 'Ik alleen was niet zo attent en had een 'Op de dood van een pad' als toevallig contrapunt.'

Schitterend natuurlijk, Van Geels paddengedichten behoren tot de mooiste uit het postuum samengestelde Dierenalfabet (1978), maar het is tegelijk typerend dat hij voorafgaand aan dat bal niet aan een publieksnummer had gedacht.

Briefwisseling - Judith Herzberg en Chr. J. van Geel

Brieven 1962-1974
Bezorgd door Marsha Keja. Bas Lubberhuizen; 205 pagina's; euro 22,99.

Hij correspondeerde 'of er geen telefoon bestond, uitvoerig en naar veel kanten', schreef Judith Herzberg (1934) bijna veertig jaar geleden al. Vanaf het begin van haar dichterschap tot aan zijn dood waren ze bevriend en schreven ze elkaar, twee dichters die publiceerden bij uitgeverij Van Oorschot en in het daar verschijnende tijdschrift Tirade, en wier werk zich kenmerkt door verfijnde observaties en humor. Het heeft even geduurd, maar met de uitgave Brieven 1962-1974 in handen kunnen wij Herzberg volkomen gelijk geven.

Doordat het huis van Van Geel in 1972 finaal afbrandde, zijn veel van Herzbergs brieven verloren gegaan. Uit een doormidden gebrande brief van haar uit 1969 heeft bezorger Marsha Keja wat woorden kunnen redden, wat onder meer een halve mop oplevert, een soort ready made: 'die in een restaurant 2 biefstukken hebben (...) neemt meteen de grootste; hé hé zegt Sam. Wat (...) Moos. Nou, de kleinste genomen, zegt Sam. Moos (....) ook de grootste gehad?' Deze tekst hadden ze onder de kop 'grap met brandschade' destijds zó kunnen plaatsen in het tijdschrift Barbarber, waar ze allebei bijdragen aan hebben geleverd.

Veel Herzberg-brieven zijn weg (gemis), sommige half verbrand (bijvangst), en in de resterende is ze grappig ('de rode hond blaft nog wat na in mijn bronchiën') of verstrooid-zichzelf: 'Dit is mijn tweede brief aan je. De eerste gaat niet door, omdat ik daarin het belangrijkste vergat.'

Lees verder onder de afbeelding

Beeld Tzenko Stoyanov

Wat deze correspondenten bindt, is hun soms priegelige liefde voor het precieze woord of leesteken, die er tevens voor zorgt dat er in elke alinea iets van hun markante karakter zichtbaar wordt. Van Geel in 1963 over zijn vriendin, de jonge studente Elly de Waard: 'Ze kan lezen, heeft verstand, een mooi lijf, verfijnde handen en betrouwbare ellebogen.' De bijvangst bij zíjn brieven wordt gevormd door de vele strofen en gedichten die Van Geel aan zijn zeventien jaar jongere collega voorlegt, als een van zijn officieuze meelezers (of 'tuttelaars' zoals hij ze noemde), en die voor een groot deel nooit zijn gepubliceerd. Op 21 maart 1963: 'Het is al twee uur lente,/ de wind stapt in de takken om./ (...) Water trekt haar voeten terug,/ bergen verzetten geen poot./ (...) Plassen weerkaatsen de bomen,/ spiegel om hun kwetsbare voet.'

De dichter is aan het werk, en we zien hem bezig. Hij heeft aan zijn obsessies genoeg, al kan hij zich storen aan het uitblijven van een reactie van Geert van Oorschot nadat hij nieuw werk heeft ingeleverd. De lawaaierige uitgever, 'slachtoffer van de begoocheling van de schijn-gestalte', zal de Noord-Hollandse kluizenaar wel te introvert vinden. 'Al weet ik best wie de verliezer zal zijn, toch zijn hij en zijn fonds bij mij in goed gezelschap, dacht ik', besluit hij zijn 'drie velletjes klaagmuur' die hem opluchten.

Naar aanleiding van zijn gedicht over koningin Wilhelmina (geschreven bij de uitvaart van de 'witte wijfjesbeer' in december 1962) krijgt hij een bedankje van prinses Beatrix: 'U roept met uw beelden een sterke en warme figuur op'. Mooi, voegt Van Geel hier knipogend aan toe, 'als je kan spreken in nationale clichés over je familie.'

Daarvoor was hij zelf te oorspronkelijk. Als de respons uitblijft, probeer ik onverstoorbaar door te werken, laat hij Herzberg weten, om deze gedachte af te ronden met de vondst 'Al doende deugt men'. De ontvanger van deze inventieve brieven (die vaak ook door mini-tekeningetjes zijn verlucht) heeft haar schat een halve eeuw voor zichzelf gehouden.

Een diepe buiging komt Judith Herzberg toe, nu wij tot meelezers worden bevorderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.