‘In identiteit zit ook veel nep’

De Angolees-Portugees schrijver Agualusa treedt op tijdens het festival Winternachten.

De Angolees-Portugese schrijver José Eduardo Agualusa is al een paar dagen in Amsterdam, maar hij is de deur nog nauwelijks uit geweest. ‘Te koud.’ De komende zes weken zal hij in de schrijversresidentie op het Spui de laatste hand leggen aan een nieuw boek, dus erg is het niet. Toch zal hij weldra naar buiten moeten, op weg naar Den Haag, naar het festival Winternachten waar hij met andere schrijvers zal discussiëren over het thema: The Fake Nation.

Dat onderwerp heeft Agualusa niet bedacht, maar het is wonderwel van toepassing op de drie landen waarin hij afwisselend leeft: Angola (zijn vrouw en kinderen wonen daar), Portugal en Brazilië. Zeker in Angola, waar hij in 1960 werd geboren, is de natie namaak en deels schijn.

In 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, ‘maar de nieuwe machthebbers hadden allemaal op de universiteit in Lissabon gezeten, ze hadden een koloniale geest. Met hun slogan ‘één volk, één natie’ dachten ze wel een nieuwe natie te kunnen kneden, onzin. Angola is één land, maar met vele volkeren en naties’.

Gevolg: een ‘culturele burgeroorlog tussen stedelingen en de Afrikanen in het achterland’, tot de dood van de opstandelingenleider Savimbi in 2002. Agualusa interviewde Savimbi twee keer als journalist. ‘Hij was een angstaanjagende, waanzinnige man, maar hij vertolkte de woede van de dorpelingen tegen de stad.’

De nepnatie werd een gruwelijke nachtmerrie voor de Angolezen. De sfeer van achterdocht en geweld treft Agualusa zuiver in zijn novelle De handelaar in verledens. Een historicus verkoopt aan mensen die voor hun identiteit willen vluchten gedocumenteerde verledens van anderen. Dat leidt tot absurde verwikkelingen. Een gekko is de verteller. Deze week verscheen een tweede roman van hem in vertaling: De vrouwen van mijn vader (beide bij uitgeverij Meulenhoff).

Nu is er in Angola rust en vrede gekomen en materiële welvaart door de olie-inkomsten, maar een gewoon land vindt Agualusa het nog steeds niet. Hij zelf was bijvoorbeeld het afgelopen jaar mikpunt van een negatieve publiciteitscampagne in de regeringsgezinde media. Waarover? Ach, hij geneert zich een beetje voor de aanleiding: ‘Het is zo futiel: ik had in een tijdschrift geschreven dat ik de poëzie van eerste president Agostinho Neto niet zo best vond.’

En Portugal? Bij de Portugezen zit ook veel nep in hun identiteit, mijmert Agualusa. ‘Ik schreef eens een verhaal over het fort van São Jorge dat boven Lissabon uittorent. Oorspronkelijk had het gebouw geen kantelen. Maar de dictator Salazar vond dat niet echt genoeg en liet in de jaren veertig kantelen aanbrengen. Vervalsen om het echter te laten lijken!’

Het Portugese zelfbeeld is Europees, natuurlijk, maar Afrika zit onderhuids overal, volgens Agualusa. ‘Ik heb eens een personage bedacht: een zwarte man uit Afrika die spreekt in de taal van een fado-zanger. Hij voelt zich Portugees, zet zich af tegen andere zwarte rappers die zich Amerikaan voelen. Maar de fado heeft zijn wortels in Brazilië, in de muziek van de slaven uit Afrika. Dat is zo leuk aan de grote fado-ster van nu, Mariza met haar Afrikaanse roots: zo komt de fado weer thuis.’ En iedereen maar denken dat het zulke typisch Portugese volksmuziek is.

En Brazilië? ‘Brazilië is fake, omdat het zo zwart en Afrikaans lijkt, met de muziek en het carnaval, maar in werkelijkheid nog altijd door blanken wordt geregeerd, bijna exclusief.’

Hij houdt zijn fictie en journalistiek gescheiden, maar ‘in Angola is de werkelijkheid vaak absurder dan wat een schrijver bedenkt. Je begint met de werkelijkheid te beschrijven en je belandt vanzelf in het magisch-realisme. Vanuit ons appartement in Luanda kijken we uit op een meertje. Daarin woont een meermin. Dat vinden de mensen geen mythe, dat is de realiteit.’

Voor zijn nieuwste boek, waaraan hij aan het Spui zit te tikken, trof hij zijn hoofdpersoon in de flat van een vriend. ‘Ik deed de deur van de lift open en zag een klein bed in de lift staan. Er lag een kleine man op. Ik vroeg hem of dit geen lift was. Vroeger, antwoordde hij. Nu was het zijn huis.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden