In Hoor nu mijn stem komt het kenmerkende Treur-gevoel nog beter naar voren

Het kenmerkende Treur-gevoel, de ongewone combinatie van bevrijding en verlies, komt nog beter dan voorheen naar voren. Erg goed zijn de vlijmende miniportretjes die Franca Treur door de roman strooit.

Franka Treur.Beeld HH

'Arco had intussen de tractor de dorsvloer op gereden.' Een gewone plattelandszin, maar op pagina 49 van de nieuwe roman Hoor nu mijn stem van Franca Treur (Meliskerke, 1979) is dat ook een teken van herkenning. Haar succesvolle debuutroman van acht jaar geleden heette immers Dorsvloer vol confetti, en ging over het meisje Katelijne Minderhoud uit een grote bevindelijke Zeeuwse boerenfamilie, en haar streven om een eigen taal en verhalen buit te maken op de eendrachtig beleden psalmen en Bijbelse uitdrukkingen uit de Statenvertaling, editie-Jongbloed uit 1888.

Even denken we weer thuis te zijn, nadat Treur met de mindere roman De woongroep (2014) en de sublieme schetsen in X & Y (2016) afstand van haar achtergrond leek te hebben genomen. En natuurlijk, er zijn overeenkomsten tussen Katelijne uit Dorsvloer vol confetti, en Gina Wisse die we volgen in Hoor nu mijn stem, welke titel zowel verwijst naar Jethro in het Oude Testament (Exodus 18:19) als naar de middelbare scholiere die als dertiger radiopresentatrice is geworden, maar Hilversum en haar woonplaats Amsterdam laat voor wat het is wanneer haar Zeeuwse oudtante Ma aan onbehandelbare kanker lijdt en het niet lang meer maakt.

Maar nog beter dan voorheen is nu te zien dat het in ál Treurs boeken om hetzelfde gaat; waar hoor je bij, hoe conformeer je je aan een groep zonder jezelf kwijt te raken, hoe kun je een relatie hebben zonder een rol te spelen, hoe werp je het geloof af zonder ermee te hoeven afrekenen, en hoe aanlokkelijk is de zogenaamd vrije wereld eigenlijk, waarin je jezelf maar moet zien te redden?

Hoor nu mijn stem, Franca Treur, Fictie, Prometheus; 350 pagina's; euro 22,50

Al vroeg is Gina wees geworden doordat haar ouders een verkeersongeluk kregen, en werd ze opgevoed door een opa en de twee oudtantes Ma en Sjaan. Je voelt je al opgesloten als je daaraan slechts denkt, maar Gina heeft vrolijke onderonsjes met opa en kijkt met een mengeling van verbazing, ergernis en spotlust naar de oude vrijsters die varen op Gods Woord.

Wat haar telkens weer treft, als kind en als volwassene, is de stilte. 'Geluisterd werd er alleen naar het ruisen van elkaars zenuwen.' 'We luisterden naar het gereutel in de cv-leidingen.' Halverwege het boek dondert de dominee van de kansel: 'Jonge mensen, als sommigen van jullie op zaterdagavond op plaatsen komen waar lawaai is en verderf, bedenk dan dat het de stilte is waarin de Heere tot je spreekt. We vergeten dat zo vaak, we leven vaak zo gemakkelijk.'

'Gina snoof zacht', schrijft Treur dan, 'er was nog helemaal niks veranderd.'

Beeld Floor Rieder

Intussen is het wedervaren van Gina in omroepland ook niet alles: haar baantje wordt meteen ingepikt zodra ze iets langer dan afgesproken voor haar oudtante wil zorgen, en wat hééft ze vaak kunstenaars moeten interviewen die zo vervuld zijn van zichzelf dat ze 'Sterf!' kon denken. De liefde biedt haar vooralsnog ook geen soelaas - de mannen in dit boek hangen er zo'n beetje bij, ongeveer zoals vrouwen er in veel boeken van mannelijke auteurs zo'n beetje bij bungelen.

Als Gina na het volgen van colleges bij de atheïstische hoogleraar Van den Akker door fundamentele geloofstwijfel wordt besprongen, komt het alternatief haar schrikwekkend kaal voor: 'Wie wilde er nu een absoluut werkelijke wereld?'

Erg goed zijn de vlijmende miniportretjes die Treur door de roman strooit, en die doen denken aan X & Y. Studente Gina verhuist naar een ander studentenhuis: 'Het probleem was één meisje dat met iedereen over zichzelf wilde praten. Dat meisje was één groot tekort. Ze had heel veel anderen nodig om dat tekort aan te vullen, en dat maakte haar helaas onuitstaanbaar.'

Of de typering van wijlen de opgeruimde vrouw Jochemse met haar voorliefde voor roombotercake: 'Ze was de laatste jaren erg zwaar geworden, maar dat had haar er niet van weerhouden de eeuwigheid in te vliegen.'

Haar refoverleden heeft Gina op haar 22ste van zich af gegooid als een jas die uit de mode was. 'De zak van Max was het huis uit, om het eens leuk te zeggen.' Door Gina te laten zeggen dat dat leuk gezegd is, bewijst Treur zelf een stuk leuker te zijn.

Je moet jezelf redden, wordt haar hoofdpersoon duidelijk, en dat maakt haar tegelijk opgelucht en gedeprimeerd. De ongewone combinatie van bevrijding en verlies is het kenmerkende Treur-gevoel.

'Weet je wat gek is, zei Gina. Ik hóór hier de hele tijd van alles', zijn de laatste regels van hoofdstuk 23. Misschien zo gek niet, denkt de lezer, starend naar de leegte op de rest van de pagina. Stilte is een voorwaarde om iets te kunnen horen; de stem van een ander, of die van jezelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden