Column Eva Posthuma de Boer

In hoeverre is talent een aangeboren afwijking? Dat zullen ook de ouders van Karel Appel hebben gedacht

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva.

Elke keer als Max Verstappen zo’n oorverdovende race wint, vraag ik me af of talent een aangeboren afwijking is. Ik bedoel, zou Max ook zo goed zijn geweest als hij niet vanaf zijn 3de in snel rijdende voertuigen had gezeten met een sturende vader aan zijn zijde? En wat was er van Mozart terechtgekomen zonder zijn toegewijde vader? Is het dankzij zulke bezielde hulp van huis uit dat grote talenten grote hoogten bereiken, of hebben opvoeders niets in de melk te brokkelen en komen die knappe kinderen er hoe dan ook? 

De ouders van Karel Appel hadden een kapperszaak in de Dapperstraat, en verwachtten van Karel dat hij hen al knippend zou komen bijstaan. Maar Karel wilde schilder worden, en zijn ouders schopten hem het huis uit. Hij meldde zich aan bij de kunstacademie. Helemaal zelf. Hoewel, na die heldhaftige eerste stappen, ontmoette hij op de academie Corneille en andere gelijkgezinden, die zijn overtuiging voedden en in hem geloofden. Misschien was hij zonder hen wel nooit zo ver gekomen. Is dat wat nodig is, om talent te doen bloeien: iemand, wie dan ook, die in je gelooft?

Ouders van Karel Appel 1958. Beeld Eddy Posthuma de Boer

Ik vind het ingewikkeld, maar met het oog op mijn mogelijk uitzónderlijk getalenteerde pubers, denk ik er vaak over na. Kan ik iets voor ze betekenen? Heeft het zin ze van die bank af te schoppen, hun telefoons uit hun handen te rukken? Of drukt mijn woede over hun nietsdoenerij die eventuele sluimerende talenten juist de kop in? Hoe moet het toch, dat godvergeten moeilijke opvoeden, welk boek moet ik lezen om de antwoorden te vinden? Hoe machteloos ook de wetenschap tegenover deze materie staat, wordt duidelijk door de documentaire Three Identical Strangers, waarover zo ongeveer iedereen het heeft. Voor wie ’m niet heeft gezien: de film gaat over een drieling waarvan iedere baby in een ander gezin werd geplaatst om te onderzoeken in hoeverre opvoeding en omgeving invloed hebben op karakter en ontwikkeling.

Het is een bruut verhaal, onmenselijk wat die kinderen is aangedaan. Daar zoomt de film dan ook op in, de wetenschappelijke uitkomsten van het experiment blijven helaas, maar niet onverwacht, behoorlijk vaag.

Jordi was de zoon van Johan. Een beter nest kun je je niet wensen, als toekomstig voetballer. Toch werd Jordi geen Johan. Ook Max had een vader ‘in het vak’, hoewel Max Jos wel voorbij is geracet. Johan Cruijff, Max Verstappen, Karel Appel: het zijn mensen met een aangeboren afwijking. Daar helpt geen moedertjelief aan of tegen. We kunnen alleen maar hopen dat onze kinderen ook zo’n afwijking bezitten. En in ze geloven, in die onderuitgezakte, aardsluie schermtuurders.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden