Poëzie Goed & Slecht

In het ziekenhuis wordt duchtig verder gedicht

In het ziekenhuis wordt duchtig verder gedicht, merkte Arjan Peters toen hij Frank Diamand en Adriaan van Dis las. 

Beeld Foto Getty, bewerking Studio V

Aan de bekentenisdrang van de bekende vaderlander lijkt geen limiet te zitten. In vroeger tijd betekende een ziekenhuisgang dat iemand een tijdje van de radar was. Tegenwoordig gaat het notitieboekje mee – en dan mag je nóg blij zijn als de lichtbeelden van kwetsuren je bespaard blijven.

Elf jaar nadat hij de cyclus Dante’s hel is geen vakantiefolder schreef, publiceert documentairemaker Frank Diamand die in zijn bundel Ik is een ander (Amphora Books; € 15). Ik beperk me tot de opening:

‘Eén jaar respijt
daar hoop je op wanneer je angstig
je in je reet laat voelen om te weten
of je prostaat.

Het is verkeerd. Nu zijn er nog twee smaken
aardbeien of vanille
wij kunnen opereren of bestralen
u zegt het maar.’

Het wordt bestraling, de ochtendpies is daarna een wapperend straaltje en de lust verdwijnt – maar wat doet het ertoe. We beleven niks, ook geen medelijden, omdat er met de hospitaalkrabbels niets gedaan is. Dat ‘ik’ een ander is dan de ‘ik’ in deze gedichten hopen we dan maar voor Diamand, die inmiddels toch al 80 jaar is geworden.

Ook Adriaan van Dis, nog maar 72, kwam na een harde val op het ijs, waarbij hij ‘van alles brak’, in het ziekenhuis terecht. Daarover gaat zijn gedichtencyclus Morfine, met dank aan het middel dat hem (naast gips) weer op de been hielp, bibliofiel uitgegeven met illustraties en een kunstwerk van Berend Strik (99 Uitgevers/Publishers; € 99). De gevallen man ligt te luisteren op zaal:

‘De patiënten hangen te drogen – benen en armen aan katrollen.
Hun kreunen houdt mij uit mijn slaap.
Ik, een man die heelte aanbidt en die wekelijks de krassen in zijn huis bijtipt. Verval, ik vecht ertegen.
Zelfs armoe wil ik laten glanzen. Mijn beste vrienden heten Vim en Lapje d’r over.
En nu lig ik verwond en blauw mijn defecten te gedogen.’

In de nachtelijke koortsdromen dringen oude stemmen zich op:

‘Het zijn de koude winters die mij plagen en de bloemen op de ramen van mijn jeugd.
Mijn val op het ijs sloeg een wak waardoor hun bloei naar boven brak.’

Hier gebeurt wél iets. De weerloze heer, van buiten verwond, wordt van binnen bezocht. De lezer loert nieuwsgierig met deze inkijkoperatie mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden