ColumnHerien Wensink

In het theater biedt het nieuwe normaal óók verrassende voordelen

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

‘Hersenkietelen voor de kunst’, zo omschreef een collega onlangs treffend het testen voor toegang. Tijdens de pilot in april leidde dit gloednieuwe fenomeen nog tot kafkaëske verwarring, met inwoners van Hilversum die enkel konden testen in Huizen en bezoekers voor Madurodam die via de teststraat in Hellevoetsluis moesten komen. Maar nu, vlak voor het definitief uitdoven van de pandemie, als de wereld weer heropent zonder mondkapjes en handgel, lijkt de stad plots bezaaid met mini-testlocaties in leegstaande winkelpanden (dat is de nieuwe post-pandemische realiteit: winkelier failliet, handige sneltestondernemer erin).

Het is hartverscheurend eigenlijk, dat hele, schitterende systeem dat nu eindelijk is opgetuigd en dat behoorlijk imponeert in al zijn spitsvondige efficiëntie (mailtje, muisklik, QR-code, klaar). Want het komt natuurlijk véél te laat. De capaciteit is intussen astronomisch, maar alleen een handvol hardcore Holland Festival-bezoekers lijkt zich nog vrijwillig te onderwerpen aan dit voorbijgaande neusmartelregime.

De iets minder fanatieke liefhebber zal deze vreemde tussenfase, deze schemerzone tussen open en dicht, wellicht liever nog even laten voor wat het is.

Toch is dat jammer, want dit tijdelijke nieuwe normaal biedt ook voordelen. Dat de hele rij in de schouwburg voor je leeg blijft, bijvoorbeeld, waardoor je niet door andermans haar heen naar de acteurs hoeft te zoeken. Aan weerszijden naast je zijn steevast twee stoelen leeg, en dat is ‘ideaal voor autisten en mensen met smetvrees’, zoals een achterbuurman laatst opmerkte.

Het nieuwe normaal maakt fluks een eind aan oude ergernissen: woest hoestende of snotverkouden mensen zul je voorlopig niet in de zaal aantreffen (al valt een incidentele hooikoortsaanval nooit uit te sluiten).

Daarnaast worden vreemde aberraties opeens normaal, waardoor ze minder irriteren. Bijvoorbeeld het zelf meegebrachte plastic waterflesje, of erger: de bidon. Vond ik altijd onnodig en misplaatst: we zijn niet in de sportschool, noch in de woestijn. Maar een gezelschap als ITA adviseert bezoekers nu juist om dit zelf mee te brengen, omdat de bars nog gesloten zijn. Ja, dan heeft zulks plotseling noodzaak en logica.

Het kraken van hoestverpakkingssnoepjes zullen we niet snel meer horen, maar dat wordt vervangen door het geritsel van regenjassen, want de garderobe blijft voorlopig dicht. En omdat iedereen dus zijn tas meeneemt in de zaal, is het wachten op de eerste tomtoms die tijdens de voorstelling tevreden blijven herhalen dat de bestemming is bereikt.

Na de voorstelling verlaat je het pand tegenwoordig vaak via de brandtrap of de nooduitgang, wat een zekere undergroundcharme heeft. En het ontbreken van de premièreborrel betekent ook: géén acteurs of regisseurs van vooroorlogse faam die van veel te dichtbij (en met consumptie) de voorstelling in je oor staan te mansplainen. (‘Nee, die kartonnen dozen op toneel staan natúúrlijk voor de vergankelijkheid van de mens.’) Misschien kunnen we dat voortaan überhaupt achterwege laten.

Volgens Albert Verlinde, initiator van een grootscheepse pr-campagne voor de cultuur die vandaag begint, wordt het nieuwe seizoen straks ‘mooier dan ooit’. Ongetwijfeld. Tot die tijd geniet ik van een paar verrassende nieuwe voordelen en laat ik me met plezier nog even hersenkietelen voor de kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden