ReportageStedelijk Museum Alkmaar

In het Stedelijk Museum Alkmaar zijn van de maatregelen kunst gemaakt

Beeldend kunstenaar Martijn Engelbregt geeft een luchtige draai aan het museumbezoek.

Stedelijk Museum Alkmaar.Beeld Allard Kaai

Zeeppompjes, zeeppompjes, zeeppompjes... ook bij de ingang van het Stedelijk Museum in Alkmaar staan zeeppompjes. Niet een of twee: een stuk of honderd. Ze maken deel uit van de vormgeving van het maandag heropende instituut. Het werd uitgevoerd door beeldend kunstenaar Martijn Engelbregt, waarover zo meer.

Eerst iets over de verplichte maatregelen die het museum nam. Reserveringssysteem, bezoekersquotum, pijlen en waarschuwingsstickers: ze zijn er. Een van knelpunten ontdaan parcours ook. De kapstokken werden hiertoe verplaatst van een plek naast de toiletten naar een plek bij de ingang – kijk, voor dit soort informatie leest u de krant.

De situatie op zaal vereiste dan weer amper ingrepen. De staande expositie (over de collectie van Unilever-topman Paul Rijkens) bleek al aan de vereisten te voldoen. ‘Ons museum zit in een vrij ruim gebouw’, zegt directeur Patrick van Mil. ‘Anders dan bijvoorbeeld Teylers of het Centraal Museum hadden we niet de uitdaging van smalle gangen.’

Het enige problematische aan de situatie, zegt Van Mil, was de fysieke aanwezigheid van al die regeltjes. Ze maakten het museumbezoek zo streng. Was het niet mogelijk om er een luchtige draai aan te geven? Met die gedachte benaderde hij Engelbregt. Die leek de geknipte man voor de klus. Een groot deel van zijn werk bestaat uit interventies in en toevoegingen aan bestaande organisaties. Zijn bekendste werk is waarschijnlijk Hotline naar het volk, een in de Tweede Kamer geïnstalleerde telefoon waarbij men een willekeurige burger aan de lijn krijgt. Hier stelde Engelbregt zichzelf de ambities om het restrictieve karakter van het ‘nieuwe normaal’ om te buigen tot iets aangenaams: ‘We wilden iets vervelends veranderen in een ervaring waar je gewoonlijk geld voor betaalt.’

Stedelijk Museum Alkmaar.Beeld Allard Kaai

En dus gaf hij de bewegwijzering een vrolijke roze kleur en plaatste hij grote ganzenbordachtige vlakken voor de entree. Die entree zelf pakte hij ook aan en ziet er nu als volgt uit: twee looproutes, een naar binnen (‘Welness’), een naar buiten (‘Nietes’), begrensd door metalen kasten met tientallen zeeppompjes op gele doekjes, heel esthetisch, en opgesierd met pastelkleurige knuffelluiaards, niet erg esthetisch, wel lief. De route naar binnen voert langs voor het publiek ter beschikking gestelde zeeppompjes onder geluidsdouches. Uit de douches klinkt een stem. Hij spreekt kalm, als een meditatiecoach.

‘Laat u voorgeven.’

‘Voel u welkom.’

‘Kijk eens aan, kijk eens uit.’

‘U mag ontspannen.’

Begeleid door de geur van mint en eucalyptus en het geluid van vogels en een panfluit roept het geheel associaties op met een spa. Het is hoe dan ook een plek waar je meer relaxed naar buiten gaat dan je naar binnen ging, hoewel het niet valt uit te sluiten dat het gepiepknor uit de panfluit na verloop van tijd bij sommige bezoekers bloeddorst opwekt. Engelbregt, geamuseerd: ‘Om je te kunnen openstellen voor kunst moet je je eerst op je gemak voelen. Hier wordt dat op het gemak stellen heel letterlijk genomen.’

Wanneer maandag om twee voor 12 de eerste bezoekers het museum binnenstappen volgt de proef op de som. De eerste gasten denderen door de welness-straat alsof die er niet is, wellicht aangetrokken door de ontvangst-haag bestaande uit Van Mil en enkele medewerkers, maar latere arrivé’s nemen de tijd. Een moeder en dochter blijven een minuut of twee giechelend staan luisteren. Hun handen waren nog nooit zo schoon.

Vraag van de verslaggever: Prettig?

Antwoord van de bezoekers: ‘Prettig.’

Het is het idee dat de activiteiten van het Wellness/Nietes-centrum worden uitgebreid, zegt Engelbregt. Zo zullen bezoekers straks de mogelijkheid krijgen om op een nader te bepalen plek elkaar langeafstandsknuffels geven: een door de kunstenaar bedacht ritueel waarbij twee vreemden elkaar een tijdje in de ogen staren om vervolgens zichzelf met de ogen dicht te omhelzen. Alleen al de beweging van een omhelzing, meent Engelbregt, kan een gevoel van verbondenheid geven: ‘En wie er geen zin in heeft, die doet er gewoon niet aan mee. Het is niet dat je anders geen kaartje kunt reserveren ofzo.’

De collectie Paul Rijkens, t/m 1/11 te zien in het Stedelijk Museum Alkmaar, toont werken van Jan Sluijters, Matthieu Wiegman, Gustave De Smet, Constant Permeke en andere Belgische en Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Veel schilderijen zijn nooit eerder voor publiek te zien geweest.

Paul Rijkens (1888-1965) was een invloedrijke ondernemer, die de basis legde voor de multinational Unilever. Hij was een van de initiatiefnemers van de Bilderbergconferentie. Hij begon te verzamelen tijdens de hoogtijdagen van de Bergense School (1914-1925). Met een aantal kunstenaars onderhield hij als mecenas een levenslange, vriendschappelijke band, bijvoorbeeld met Toon Kelder. De verzameling van Rijkens viel na zijn dood in 1965 uiteen. Gastconservator Kees van der Geer heeft een deel van de collectie van ongeveer 500 schilderijen en 300 etsen weer bij elkaar weten te brengen. 

Dit is de derde tentoonstelling die Stedelijk Museum Alkmaar wijdt aan een belangrijke Nederlandse kunstverzamelaar uit de eerste helft van de 20ste eeuw. 

Lees ook

Ook Museum de Fundatie mocht 1 juni weer open. Lees hier hoe ze dat aanpakten. Zou het publiek wel komen opdagen?

Kunst kan weer! Wat is er in die eerste weken van de nieuwe anderhalvemetersamenleving te zien?  19 tips

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden