Reportage

In het spoor van de West-Duitse fotograaf Hans Pieler

Dertig jaar geleden maakte de West-Duitse fotograaf Hans Pieler een autorit naar de toenmalige DDR. Pas nu verschijnt de weerslag daarvan in het boek 'Transit'. Arno Haijtema volgde zijn spoor op een roadtrip die zich niet meer laat herhalen.

null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen

De route volgen tussen Berlijn en Hamburg die de West-Duitse fotograaf Hans Pieler dertig jaar geleden reed voor zijn magistrale document Transit - dat was de bedoeling. Pieler maakte een reeks foto's van de corridor door de DDR die westerlingen verplicht moesten volgen als ze naar West-Berlijn of de Bondsrepubliek wilden reizen. Het landschap, de bebouwing, de strenge controles door de Vopo - Volkspolizei -, alles had Pieler tegen uitdrukkelijke verboden in vastgelegd vanachter het voorraam van een Volkswagenbusje.

Het schrale, grimmige landschap van de arbeiders- en boerenstaat, vereeuwigd in contrastrijk zwart-wit tijdens een tweedaagse roadtrip, met Trabantjes als medeweggebruikers en de penetrante geur van door hun tweetaktmotoren uitgespuugde uitlaatgassen in de neus. Niemand heeft dat Pieler in de communistische jaren nagedaan - in die zin is Transit uniek.

Die reis wilde ik 25 jaar na de val van de Muur nog eens overdoen, terwijl Pieler op de passagiersstoel zou vertellen over het avontuur dat hij toen in gezelschap van kunstenaar Wolf Lützen gedurende twee dagen beleefde. Het risico dat ze liepen als Vopo's hen zouden betrappen op illegaal fotograferen. De irritante radarcontroles - bij een bord met snelheidsbeperking van 100 naar 60 kilometer per uur sofort op de rem trappen, anders had je een boete te pakken, in harde (lees: West-Duitse) marken te voldoen. Het snauwen van de grensbewakers. Hun intimiderende geloer door de verrekijker vanaf hun wachttorens met mitrailleurs.

Helaas én gelukkig: die roadtrip liet zich op geen enkele manier meer herhalen. Vopo: weg. Slagbomen en prikkeldraad: verdwenen. Pesterige controles: geschiedenis. De dorpjes langs route N5, het begin van de toenmalige corridor, kwijnend door ontvolking of opgeslokt door anonieme bedrijfsterreinen. De hobbelstraat zelf, overgoten met verse lagen asfalt waarover geen Trabant nog tuft, maar Audi's en Opels ruisarm cruisen. En de fotograaf zelf, op enkele van wiens Transit-foto's ik bij toeval op internet stuitte? Hij kan het niet navertellen. Twee jaar geleden ging hij, bij een reisje met de fotografiestudenten die hij in Berlijn doceerde, op Mallorca in zee. Hij zwom een eind, keerde terug op het strand en viel na enkele stappen dood neer. 'Een prachtige manier van sterven. Wel veel te jong', zegt mijn reisgenoot. Pieler was pas 61.

undefined

Erfenis

En zo komt het dat ik niet met hem in een huurauto zit, maar met zijn voormalige assistent Ali Ghandtschi (45, donker, fijn krullend haar, makkelijke prater, ook in het Engels), en hij vertelt over Transit, terwijl we Berlijn uitrijden, noordwestwaarts. Over het boek dat deze week uitkomt. Over de tentoonstelling in Berlijn. Over Pielers erfenis, die het verdient om generaties te overbruggen. Kort na Pielers dood in 2012 ontfermde Ali zich met een andere vriend van Pieler, Matthias Harder, over zijn immense archief, waarin behalve veel commercieel opdrachtwerk ook een aantal omvangrijke documentaire projecten, fotografisch voltooid maar tentoongesteld noch gepubliceerd. Na talrijke complicaties (waarover Ali liever zwijgt) en langdurige inspanningen is Transit het eerste tastbare resultaat. Juist op tijd klaar om in de week van de Wende-herdenkingen de weg naar het publiek te vinden.

Ik wil Ali niet voor het hoofd stoten, maar vraag het hem toch maar, omzichtig: is het niet wat veel, al zijn aandacht en energie voor de nalatenschap van de gestorven fotograaf die, zegt Ali, 'belangrijk was voor de Duitse fotografie maar niet beroemd'? Kan het niet zijn dat hij zich laat meeslepen door de rouw die volgde op de plotse dood van zijn leermeester, inspirator, vriend en peetvader van zijn dochtertje?

Ali, zelf succesvol portret- en reportagefotograaf, heeft het zichzelf ook wel afgevraagd. 'Hans' dood was het eerste sterfgeval dat ik van zo nabij heb meegemaakt. Het zette me aan het denken: wat gebeurt er na de dood van een kunstenaar met zijn werk als hij niet heel erg beroemd is geworden? Al die projecten waarin hij ziel en zaligheid legt en waarmee hij bijna niets verdient? Ik heb zo veel met Hans gediscussieerd over zijn projecten, zijn fotografie, zijn aanpak - ik wil dat niet verloren laten gaan. Door onze vriendschap ben ik deel gaan uitmaken van zijn werk, en nu hij dood is, kan ik nog een belangrijke bijdrage leveren.'

Zijn archief onderbrengen bij musea en garanties krijgen dat het werk ook op zaal te zien zal zijn. Transit in boekvorm uitbrengen, geld vinden om Pielers levenswerk gedrukt te krijgen: Schatten der Zeit (schaduw van de tijd) - over de wijze waarop culturen wereldwijd het verglijden van de seizoenen, het begin van de lente, visualiseren in tempels en op andere rituele plekken. Er is voor jaren werk te doen.

undefined

Hans Pieler Beeld Jan Windszus
Hans PielerBeeld Jan Windszus

Achteruitkijkspiegel

Kunstenaar Wolf Lützen maakte de illegale fototrip door de DDR in 1984 met Hans Pieler en maakte ook een aantal opnamen. Bij het afdrukken, exposeren en de totstand-koming van het boek Transit hield hij zich afzijdig. 'Hans en ik waren allebei links georiënteerd. We waren tegen de onderdrukking, maar voelden ook wel sympathie voor de idealen van de DDR. Er lag geen politiek concept aan de onderneming ten grondslag. Maar als we waren gesnapt, waren er zeker sancties gevolgd. Vlak voor we op pad gingen, had Pieler in de Verenigde Staten roadtrips gemaakt. Dat heeft hem zeker tot deze reis geïnspireerd. Om de omgeving van de weg beter te kunnen vastleggen, hadden we de achteruitkijkspiegel van de Volkswagenbus verwisseld. Normaal heeft die bij auto's een groothoekvertekening, die van ons gaf de weerspiegeling correct, 1 op 1, weer.'

null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen

Na een klein uur rijden over de N5, langs een decor van bewoning, industrie, bedrijfshallen en uitgestrekte bossen - buizerds cirkelen boven de relatief jonge aanplant van kort na de Wende - zien we langs de weg een restant van een DDR-relict opdoemen: een wegrottend militair complex. Kazernes op instorten, de ramen dichtgemetseld, de daken ingezakt, berkenboompjes in de dakgoten. We verlaten de doorgaande weg, destijds am strengsten verboten, om het complex van nabij te bekijken.

Nieuwe natuur - bomen, struiken, bulten, grasvelden met onvermijdelijke grazende oerossen - omzoomt het complex dat, vermanen de borden op de hoge hekken rondom, vanwege het militaire verleden bij betreding levensgevaarlijk is. Omdat de ossen het gevaar doorstaan - geen verse kadavers te zien - durven ook wij het terrein door een gat in de omheining zonder schroom te betreden. Overwoekerde schuttersputjes, hier en daar een bord met cyrillisch letterschrift: roestige Sovjet-erfenis. En zes, zeven rijen parallel aan elkaar gebouwde enorme loodsen waar vermoedelijk tanks en ander zwaar geschut voor regen, sneeuw en het oog van de vijand werden afgeschermd. Bijgebouwen met vlokkig schilferende plafonds roepen asbestvermoedens op, olievlekken op de grond bodemvervuiling.

We rijden verder naar het noordwesten. Er komen meer glooiingen, we naderen Mecklenburg, een van de armste gebieden van de voormalige DDR. Ali geniet van het landschap, het strijklicht van de ondergaande zon over de velden en op de boomtoppen. 'Ik heb weleens overwogen hier voor ons gezin een buitenhuisje te kopen. Maar er zijn hier zo veel neonazi's dat ik niet het risico wil nemen slachtoffer van ze te worden. Iemand met mijn naam is hier niet veilig.'

undefined

null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen

Zigeuners

Bij de shop van een tankstation eten we een broodje met vette worst en currysaus. Aan de muur hangen A4'tjes met vage foto's van veronderstelde oplichters die bij de tankstations sieraden aanbieden en hun slachtoffers afpersen. 'Je mag het tegenwoordig niet zeggen...', mompelt de bediende, en doet het toch: 'Maar het zijn altijd weer zigeuners.' Mismoedig stelt Ali, als we even later onze weg vervolgen, dat hij 'niet wil generaliseren, maar er zijn hier echt veel mensen die zo racistisch zijn'. In de DDR-tijd werden uitingen van elke van het communisme afwijkende politieke gezindheid onderdrukt, nazistische en racistische evengoed als de democratische. Toen de Muur viel, ontsnapten vrijheids-lievende én gore geesten uit de fles en geen van beide krijg je er weer in.

Op een van Pielers tersluikse foto's, gemaakt in het voorbijrijden van een door de staat gerunde Intershop, is een akelig kale tijdschriftkiosk te zien, met een schraal aanbod van vermoedelijk even saaie als humorloze officieel goedgekeurde bladen: het beeld verraadt iets van het benepen gebrek aan vrije meningen en pers onder het communisme.

Toentertijd voelde Ali evenmin veel aanvechting de DDR te bezoeken. 'In West-Berlijn woonden we op een eiland. We zeiden altijd: welke windrichting we ook rijden, we gaan altijd naar het oosten. Dus als we de stad uitgingen, gingen we liever vér weg.' Wat niet wil zeggen dat hij de DDR nou direct als een vijandige staat beschouwde. 'We waren onverschillig, we accepteerden de Muur als een fact of life.'

Daarbij gedijde West-Berlijn in sommige opzichten in die staat van absurdistische tweedeling. Ali's ouders, pacifisten, waren er mede gaan wonen vanwege het progressieve klimaat en omdat de stad door de bondsregering vanwege haar isolement een speciale maatschappelijke status werd gegund. Belastingvoordelen (11 cent toeslag per verdiende D-Mark), daar was het de familie Ghandtschi niet om begonnen en, wel belangrijk: vrijstelling van de dienstplicht. Zo zou zoon Ali niet onder de wapenen hoeven.

Ali's herinneringen aan de ommuurde stad worden wellicht mede gekleurd door de familiegeschiedenis van de Ghandtschi's van vóór West-Berlijn. 'Ik ben geboren en opgegroeid in Teheran. Mijn moeder is Duits, ze heeft mijn vader leren kennen toen ze met de fiets de Oriënt verkende.' Het gezin Ghandtschi maakte in 1979 de islamitische revolutie mee waarbij ayatollah Khomeini in Iran de macht overnam. Ali herinnert zich dat de lijken van op grond van islamitisch recht veroordeelden in de bomen van de stad hingen - het fruit van de omwenteling.

undefined

null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen

Toen geestelijk leider Khomeini gebood dat alle vrouwen een chador moesten dragen, was voor Ali's moeder de maat vol: dat nooit. De familie sloeg op de vlucht. Maar juist toen ze het vliegtuig zou nemen, vielen de eerste bommen op de luchthaven van Teheran die in 1980 het begin van de oorlog met Irak inluidden. Uiteindelijk wist het gezin de apocalyps - bulderend afweergeschut, de bommen, de paniek - te ontvluchten en naar Duitsland te ontkomen.

Ali's vader, docent en kunstenaar, kreeg een atelier in een pand pal naast de Muur, tegenover Checkpoint Charlie. 'We konden vanuit het raam spugen op de Vopo als we hadden gewild', lacht Ali. Hij doorliep de middelbare school, tot hij er genoeg van had. Kreeg los-vaste baantjes, voornamelijk als barkeeper.

En toen viel de Muur.

'Het was een onwerkelijke gebeurtenis, één grote Love Parade in de hele stad.' Terwijl alle Oost-Duitsers in grote stromen naar West kwamen, wist Ali niet hoe snel hij met zijn vrienden naar Oost moest om daar het onbekende te gaan ontdekken. 'Na die eerste euforie volgden wilde jaren. Overal in Oost namen kunstenaars en alternatievelingen leegstaande bedrijfspanden in gebruik. Kraken kon je het niet noemen. Alle panden waren eigendom van een staat die niet meer bestond. Je kon voor niks wonen - geen verwarming, maar wat zou het? De ene dag was hier een bar, om de volgende dag te sluiten en ergens anders weer op te duiken.'

undefined

Ali Ghandtschi Beeld Arno Haijtema
Ali GhandtschiBeeld Arno Haijtema
null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen

Uithoeken

Berlijn was hot, en dat trok hippe fotografen van over de hele wereld aan, die er mode- en reclameshoots kwamen doen. 'Wij kenden alle uithoeken van de stad. Er was behoefte aan mensen zoals wij die de juiste plekken kenden, de goeie contacten hadden om technische zaken te regelen - licht, locaties, vervoer, noem maar op.' En zo werd Ali al snel assistent van de grote Amerikaanse fotografen Philip Lorca diCorcia en Alex Webb en werkte hij ook voor de niet minder grote Nederlandse Inez van Lamsweerde. In die creatieve omgeving ontwikkelde Ali zich ook als fotograaf. En zo leerde hij in 1997 Hans Pieler kennen.

'Hij had een enorm atelier op de zesde verdieping van een pand naast Bahnhof Zoo, dat was echt een geliefde plek waar iedereen graag over de vloer kwam. Via via hoorde ik dat Hans een assistent zocht voor een klus op het eiland Rügen in de Oostzee. Ik heb me bij hem gemeld en zo hebben we daar onze eerste gezamenlijke klus gedaan, een reclameopdracht voor Honda.' Terug in Berlijn bleven de twee elkaar ontmoeten - het begin van een vriendschap en creatieve broederschap die zouden duren tot Pielers dood.

We hebben inmiddels de N5 achter ons gelaten en rijden over de snelweg, aangelegd in DDR-tijd, betaald door West-Duitsland ten behoeve van zijn burgers-in-transito. Er doemt een Raststätte op die Ali opgetogen meent te herkennen van een van Pielers foto's. We parkeren en wandelen er rond. Betonnen, hoekige plantenbakken met onmiskenbare DDR-jarenzeventig-reliëfs en dode planten. De entree begroeid met mos, jonge boomscheuten die uit de kieren van de bestrating springen. Grote, spiegelende en verduisterende ramen. Fantasieloze blokkendoosarchitectuur. Als je je ogen vlak bij het glas brengt, kun je naar binnen kijken. Lege zalen, al jaren in onbruik, met bruin betegelde vloeren.

In een aanpalend gebouwtje bevindt zich restaurant Stolpe Mecklenburg, dat onmiskenbaar de sporen van voorbije tijden draagt. Rondom het zitgedeelte loketten, met daarboven in die schreefloze belettering die zo lijkt op die van de verkeersborden langs de Transit-weg: Tabak, Kaffee, Marktküche, Grill. De muren bruin-rood gesausd, aan de plafonds TL-balken die het geheel onbarmhartig bleek beschijnen. Hier is de schaduw van de tijd nog niet overheen gevallen. En op de een of andere manier stemt dat, na een dag bijna vergeefs speuren naar restanten van wat Pieler in 1984 fotografeerde, tot tevredenheid.

Transit (Duits en Engels) van Hans Pieler/ Wolf Lützen verschijnt maandag bij Kehrer Verlag. 96 pagina's, 34,90 euro

undefined

null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
null Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Beeld Hans Pieler/ Wolf Lützen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden