In het spoor van de spoorzoekers

Het fotofestival Noorderlicht gaat dit jaar op zoek naar sporen en voortekens. De keuze viel op soms onbeduidende fotoseries over grote gebeurtenissen....

De documentairemaker Alan Berliner graaft als een bezetene. Beetje bijbeetje schept en schraapt hij schilfers van zijn familiegeschiedenis af,de humuslaag waarop hij heeft kunnen groeien maar waarvan hij zo bitterweinig weet. Een paar foto's heeft hij, een paar documenten, een paarverhalen, maar verder moet Alan Berliner (New York, 1956) zelf de losseeindjes aan elkaar knopen in de hoop zijn verleden te reconstrueren. Datdoet hij in documentaires als Nobody's Business (1996), een indrukwekkendetweekamp tussen zijn vader en hemzelf.

De zoon probeert de vader, die stug en trots is en oneindig koppig,uitspraken over vroeger te ontlokken aan de hand van foto's uit hetfamiliealbum. 'Wat denk je als je deze mensen ziet?' vraagt hij. 'Niets!Ze kunnen me geen bal schelen', roept de vader. 'Laat me met rust.' Maarmet horten, stoten en heftig tegenstribbelen begint hij toch te vertellen.

De mens is een spoorzoeker. Elke familie heeft zijn eigen Alan Berliner,die gravend en schrapend de wortels van de stamboom probeert bloot teleggen. Op internet barst het van de genealogische websites,'stamboomsurftips' en 'genhits'. Die zoektocht wordt eigenlijk steedsleuker. Want hoe verder we verwijderd raken van het moment dat defotografie werd uitgevonden (in 1839 om precies te zijn), hoe meergezichten van de generaties vóór ons bewaard blijven. Over een halve eeuwkunnen onze kleinkinderen hun eigen gelaatstrekken vergelijken met die vanhun overoveroveróvergrootouders.

Als spoorzoeker kun je met fotografie veel kanten op. Fotograaf JamesNakagawa (1962) bewaarde jarenlang een oude koffer die zijn vader hem kortvoor diens dood had gegeven. Toen Nakagawa genoeg moed had verzameld om dekoffer te openen, bleken er filmpjes en foto's in te zitten, gemaakt doorzijn vader en zijn grootvader. Gewone huis-, tuin- en keukenopnamen, metgewone tussen aanhalingstekens. Want de familie Nakagawa reisde jaren open neer tussen Amerika en Japan, en meer dan eens moesten de familieledenbijkomen van de cultuurshock die dat teweegbracht.

Nakagawa verwerkte de oude foto's (een antiek stoomschip, honderdenimmigranten met slingerende confetti op het dek) met zijn eigen foto's (eenvrachtwagen met een afbeelding van het Vrijheidsbeeld, demiljoenenmetropool Tokio in de schemer) tot prachtige dromerige collages.Hij noemde zijn project, dat nog steeds in volle gang is, Ma - Between thePast. 'Ma' betekent in het Japans 'ruimte tussen twee entiteiten', in ditgeval het verleden en het heden, Japan en Amerika.

Nakagawa's werk is te zien op Noorderlicht, het jaarlijksefotografiefestival dat heen en weer pendelt tussen Leeuwarden en Groningen.Dit jaar is Groningen weer aan de beurt, waar de hoofdtentoonstelling zoalsgewoonlijk in de Der Aa-kerk middenin het centrum neerstreek. Fotografieen de verbeelding van de tijd is het thema deze keer, en voordat u roept:ja maar, álle fotografie gaat toch over tijd - de exacte titel luidtTraces & Omens (sporen en voortekenen). Dat maakt het er nietmakkelijker op, maar vernauwde wel aanzienlijk het aantal inzendingen. Niettemin kwamen er op het nieuwe adres van de organisatie van Noorderlichtin Groningen (waar ook de nieuwe Noorderlicht Fotogalerie is ondergebrachtmet op dit moment de groepstentoonstelling Land van belofte, Groningen doorde ogen van vijf fotografen) meer dan zevenhonderd fotoseries binnen.Samensteller Wim Melis koos er vervolgens een kleine vijftig uit voor detentoonstelling in de kerk en de kleine nevenexpositie Tsunami in hetgebouw van de Academie Minerva.

Hoe afhankelijk is een foto van 'het beslissende moment' (een term vande beroemde Franse fotograaf en oprichter van het fotoagentschap Magnum,Henri Cartier-Bresson)? En heeft dat ene moment, die fractie van eenseconde in een reeks van seconden die samen een gebeurtenis vormen,tegenwoordig nog genoeg zeggingskracht? Welke van die beslissende momentenis, terugkijkend, een voorteken te noemen, en vertegenwoordigt op diemanier 'de' geschiedenis? Hoe geef je vorm aan verandering en ontwikkeling?Hoe toon je oorzaak en gevolg?

Het zijn nogal wat vragen die Melis en zijn collega's zich voorafgaandeaan de tentoonstelling stelden. Ze zijn legitiem in een tijd waarin de enefoto nog niet is opgedroogd of er verschijnt alweer een volgende, beteremomentopname, en daarna nog een en nóg een.

Maar om nu te zeggen dat de tentoonstelling bevredigende antwoordengeeft - niet echt. Moeten we al die foto's hier kunnen indelen in tweegroepen: sporen en voortekenen? Moet er een weldoordachte keuzedoorschemeren voor ofwel de losse, tijdsbepalende foto ofwel de fotoserie?Een proef op de som kan niet worden genomen, want in de Der Aa-kerk hangenvoornamelijk reeksen foto en nauwelijks losse. En het beslissende momentuit een serie halen die voor je neus hangt, is onmogelijk omdat de anderebeelden, de context van een situatie, zich evengoed in je hoofd hebbengenesteld en daar blijven plakken als haren aan een boterhamzakje.

Een van de weinige fotografen die dat 'probleem' actief heeft benaderd,is de Amerikaan Ken Schles (Brooklyn, 1960). In zijn serie HomelandSecurity (2004-'05) combineert hij zwart-wit foto's van de aanslagen op hetWorld Trade Center in 2001 met zogenaamd onbezorgde kleurenfoto's van hetalledaagse leven na het drama.

De foto's steken elkaar aan; het afvuren van een wapen op eenschietbaan, een redelijk normale bezigheid in Amerika, beïnvloedt demanier waarop je naar een kinderzwempartijtje in de achtertuin kijkt. Hetzwart-wit verleden (de brandende torens van het WTC) kleurt het heden enook de toekomst, want de angst die in de lucht hangt, is een voorbode voormisschien wel nog een aanslag. Echt op zichzelf staan kunnen de foto's indeze serie niet. Ook al zijn sommige mooi van kleur of compositie, zehebben elkaars gezelschap nodig.

Een andere fotograaf die 'bewijst' dat een gebeurtenis nooit op zichzelfstaat, en daarmee het idee van 'het beslissende moment' in twijfel trekt,is Paul Fusco (Amerika, 1930). In 1997 maakte hij een reportage over degevolgen van de kernramp in Tsjernobyl in 1986. In opvangtehuizenfotografeerde hij kinderen, normaal gesproken de toekomst van een land,hier lichamelijk misvormd, geestelijk achtergesteld door een gebeurtenisin het verleden die velen van hen niet eens hebben meegemaakt. De foto'svan die mismaakte lichaampjes rakelen de geschiedenis op, maar gunnen onsook een blik op de toekomst, die nooit meer stralingsvrij zal zijn.

Dit zijn de positieve uitzonderingen. Andere fotoseries zijn teonbetekenend om voortekens te kunnen zijn, of te geënsceneerd om als 'het'beeld van de geschiedenis te fungeren. Zoals de serie van Michael Najjar(Duitsland, 1966) over de invloed van de media op de oorlogsverslaggevingvanuit Irak. Dat zijn tot in de puntjes geregisseerde toneelstukjes - knapgemaakt, maar wat voegen ze wezenlijk toe aan de geschiedenis? Dat ze doorNoorderlicht werden uitgekozen om de boegbeelden te worden van detentoonstelling, is onbegrijpelijk.

Een uitkomst bieden de foto's die de grote gebeurtenissen laten voor watze zijn en zich in plaats daarvan concentreren op kleine, persoonlijkeverhalen en geschiedenissen. Volg het spoor van de spoorzoekers, van hendie de tekenen des tijds zoeken in het individuele, zoals James Nakagawa,en Traces & Omens levert een bevredigende (en veel intiemere)tentoonstelling op.

Waar Nakagawa al in staat is het verleden van zijn grootvader en zijnvader te verbinden met zijn eigen leven, daar is Myako Ishuichi (Japan,1947) nog 'slechts' bezig de sporen die haar moeder achterliet teverzamelen. Na haar dood fotografeerde de dochter een rode lippenstift ineen goudkleurige houder. Een pruik, een borstel met zwarte haren, eenonderjurk - het zijn voorwerpen met een ziel, een historie. Vooralsnoglijkt Ishuichi er geen conclusies uit te willen of durven trekken.

Een inventarisatie heeft ze willen maken, een voorzichtige stap richtingbegrip voor haar moeder met wie ze nooit goed kon opschieten, en tochontkomt ze niet aan ontroering en tederheid. Die gevoelens zitten verstoptin het zachte licht dat door kanten ondergoed schijnt, en in de eenzaamheidvan de lippenstift, die opgebrand lijkt als wierook, met zwarte rafelslangs de randen.

De kracht van het verleden die doorklinkt in het nu zit ook in depolaroids van David Almeida (Portugal, 1970) waarop afgedankt huisraad aande kant van de weg staat te wachten op een nieuwe eigenaar of de afvalberg.In de prachtige serie sigarettenpeuken met de afdrukken van rode en rozeRussische vrouwenmonden aan de uiteinden, van Stephen Gill (Engeland,1971). Of in de foto's van Casa Ortiz, een klassiek huis op de grens vanMexico en de Verenigde Staten, waar buiten de Amerikaanse grenswachters opillegale Mexicanen jagen, en binnen de bewoners een 19de-eeuws levenleiden, met kroonluchters en zilveren sleepjurken (door de Franse fotograafGladys).

Klein en persoonlijk zijn de onderwerpen van deze fotoseries. Defotografen die ze maakten waren niet gebrand op één allesomvattend beelddat exemplarisch zou zijn voor een gebeurtenis, maar meer op detijdloosheid ervan.

'Laat me met rust, dit gaat niemand iets aan', roept de vader vandocumentairemaker Alan Berliner als zijn zoon hem vraagt naar hoe hij zichvoelde als Pools/Russische immigrant in Amerika. 'Wat is daar zo bijzonderaan? Er zijn duizenden mensen met precies hetzelfde verhaal.' En juist datgeeft dat van hem universele zeggingskracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden