In het huwelijk tussen Pollini en Beethoven botert het niet

Maurizio Pollini en Beethoven willen in de serie Meesterpianisten maar geen gelukkig huwelijk sluiten. Weliswaar klonk er vanuit de zaal geen schofferend ‘boe’, zoals tijdens het licht ontspoorde Pollinirecital van drie seizoenen geleden....

Guido van Oorschot

Het kan niet anders: naar het Concertgebouw waren vooral de liefhebbers getrokken die het, net als Pollini, betreuren dat de oude Ludwig geen dromerige klanklandschappen à la Chopin en Liszt heeft gecomponeerd. Maar zoiets valt natuurlijk altijd te forceren. Bijvoorbeeld door met het rechterpedaal veel galmwerk te verrichten. Door basgerommel te verheffen tot doel. Door trillers en arpeggio’s met pianopasta dicht te smeren.

Noem het klankzucht. Of aversie tegen Beethoven als ‘sprekende’ componist, doorkneed in het retorische betoog. Zulke hebbelijkheden richten al minder onheil aan in Schumanns Fantasie opus 17, een stuk waarin het getourmenteerde en poëtische met elkaar strijden. Jammer alleen dat Pollini er zo’n volmaakte huid omheen spande, dat hij de conflicten aan het oog onttrok.

En zo moest het toch weer van Chopin komen. Met hem verkeert de pianist al een halve eeuw op goede voet, zo viel ook op te maken uit de vier Mazurka’s opus 33. Pollini zette de architectuur helder neer en de onderkoelde perfectie liet voor zweterig sentiment geen ruimte.

De meesterpianist zal met zichzelf een hartig woordje hebben gewisseld over de missers in het Scherzo opus 31 nr. 2. Met drie Chopintoegiften kuste hij elk pijntje weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden