Filmrecensie An Elephant Sitting Still

In het compromisloze meesterwerk An Elephant Sitting Still telt elke minuut ★★★★★

De dwingend verbeelde uitzichtloosheid in An Elephant Sitting Still is pijnlijk, wetende dat cineast Hu nog vóór de wereldpremière zijn leven beëindigde.

Peng Yuchang als Wei Bu en Zhang Yu als Yu Cheng in An Elephant Sitting Still.

Drama

Regie Hu Bo

Met Peng Yuchang, Zhang Yu, Ling Zhenghui, Wang Yuwen, Li Congxi.

230 min., in 21 zalen.

‘De wereld is walgelijk’, zegt een van de protagonisten van het Chinese drama An Elephant Sitting Still. De film, de eerste én laatste van schrijver en regisseur Hu Bo, geeft de jongen gelijk – bijna vier uur lang.

Alleen al de manier waarop de mensen met elkaar omgaan, in de uitgewoonde industriestad waar An Elephant Sitting Still zich afspeelt. Vrijwel iedereen doet kil of bruut tegen elkaar. Wie zich anders opstelt, wordt afgestraft.

De film, naar een verhaal van Hu zelf, volgt gedurende één dag vier hoofdpersonages. De plot verschuift steeds van perspectief en glipt soms terug in de tijd, dezelfde gebeurtenis presenterend vanuit een ander standpunt. Cruciaal is het moment waarop puber Wei Bu (een verbeten rol van Peng Yuchang) het opneemt voor zijn vriend Li Kai (Ling Zhenghui), wanneer deze wordt lastiggevallen door hun tirannieke medescholier Yu Shuai (Zhang Xiaolong). Yu Shuai raakt zwaargewond, waarna Wei op de vlucht slaat voor Yu Shuai’s criminele broer Yu Cheng (Zhang Yu). Yu Cheng kampt op zijn beurt met een enorm schuldcomplex: door zijn toedoen is zijn beste vriend uit het raam gesprongen. En dan zijn er nog Wei’s schoolgenootje Huang Ling (Wang Yuwen), verwikkeld in een affaire met de schooldecaan, en de bejaarde, door zijn familie uitgekotste Wang Jin (Li Congxi) die toevallig Wei Bu’s pad kruist.

De vier hoofdpersonages van An Elephant Sitting Still.

In An Elephant Sitting Still, vorig jaar op het Filmfestival van Berlijn bekroond met de FIPRESCI-prijs van de internationale filmkritiek, verschijnt de Chinese maatschappij als een hel zonder ontsnapping. Niet voor niets is het dier uit de titel een leidmotief: iedereen wil hem zien, die olifant, die in een afgelegen circus bij de pakken neer is gaan zitten en daarmee treffend de inertie van de personages en hun wereld symboliseert.

Geen wonder ook dat over de film een asgrauwe vuillaag lijkt te hangen, terwijl Hu en cameraman Fan hun helden volgen in lange takes die de kaalgeslagen omgeving haast tastbaar maken. Nog belangrijker is dat de cinematografie telkens de gezichten van de personages centraal stelt, zoals in de scène waar Wang Jins hondje door een andere hond wordt doodgebeten: die tragedie vindt buiten beeld plaats, terwijl de camera zich fixeert op het gelaat van de oude man. Door zulke regiekeuzes gaan de hoofdpersonages je aan het hart, en voel je een mededogen dat hun eigen omgeving niet meer opbrengt.  

Pijnlijk, deze dwingend verbeelde uitzichtloosheid, wetende dat cineast Hu nog vóór de Berlijnse wereldpremière zijn leven beëindigde, 29 jaar oud. De directe aanleiding lijkt het conflict met (de niet meer in de aftiteling vermelde) producer Wang Xiaoshuai te zijn geweest, die eiste dat Hu de speelduur halveerde. Na Hu’s dood stond Wang de rechten af aan diens ouders, die de film alsnog in de oorspronkelijke 4 uur-versie uitbrachten.

Goddank: elke minuut telt, als bouwsteentje van een machtig mistroostig mozaïek. En al is Hu’s nihilisme soms wat dik aangezet, door de consequente somberheid is het des te aangrijpender wanneer vernedering en geweld eindelijk plaatsmaken voor intermenselijk contact. De hoop is bijzonder zuur verdiend, in dit compromisloze meesterwerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden