ReportageDe saamhorigheidsgroep

In het boek De Saamhorigheidsgroep dansen de leden naakt in de duinen. Zo herinnert de échte groep het zich niet

De nieuwe roman van Merijn de Boer gaat over een stel linkse idealisten in de jaren tachtig. De Volkskrant spreekt ook de échte Saamhorigheidsgroep:  ‘Hij laat zijn fantasie de vrije loop.’

Beeld Martyn F Overweel

Vierenveertig jaar na de oprichting van de Saamhorigheidsgroep luisteren in boekhandel Blokker in Heemstede enkele leden en oud-leden kritisch en aandachtig toe als schrijver Merijn de Boer (1982) een tikje gespannen vertelt over zijn nieuwe roman. Titel: De SaamhorigheidsgroepWanneer het gaat over een bondagescène, naakt dansen in de duinen en de vaste gewoonte om elkaar voor elke vergadering eens even lekker te knuffelen, wordt er hard gelachen.

De Boer is door de eigenaar van de boekhandel aangekondigd als ‘onze local hero’. Hij groeide op in Heemstede en Haarlem-Zuid, ook de regio waar de Saamhorigheidsgroep is geworteld. Het wantrouwen van de leden van de Saamhorigheidsgroep, de échte, laat zich in de boekhandel niet helemaal wegnemen. 

De schrijver heeft in zijn roman de werkelijkheid naar zijn hand gezet en vervormd, zijn fantasie de vrije loop gelaten en een flinke scheut ironie toegevoegd, maar de naam van de kleine groep idealisten en het decor gekopieerd. De Saamhorigheidsgroep, voortgekomen uit de plaatselijke afdeling van de linkse politieke partij PPR, steunt sinds 1976 kleinschalige projecten. De vijf overgebleven leden, allen zeventigers, reserveren daarvoor een deel van hun inkomen.

Beeld Querido

De Boer: ‘De naam is zo goed, ik kon geen beter alternatief verzinnen. Het woord doet meteen denken aan het idealisme uit de jaren zeventig en tachtig en aan de aandacht voor de derde wereld.’

Sinds hij in 2017 na negen jaar zijn werkzaamheden als redacteur bij uitgeverij Van Oorschot beëindigde, is De Boer naar eigen zeggen een ‘soort huisman’. Zijn vrouw is diplomaat, ze hebben twee kinderen. Het gezin woonde eerder in New York. Hun huidige woonplaats is Jeruzalem. Beide steden vormen een deel van het levensechte decor van De Saamhorigheidsgroep, naast Heemstede en Haarlem.

De Saamhorigheidsgroep is zijn vijfde boek. Het moest een vermakelijk boek worden, zegt De Boer, ‘met spannende verhaallijnen, maar ook geestig en ontroerend’. Eerdere verhalenbundels en romans werden lovend besproken en genomineerd voor prestigieuze literaire prijzen, de AKO literatuurprijs onder meer.  Voor zijn debuut Nestvlieders (2011)  kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. 

De Volkskrant koos hem in 2015 tot een van de literaire talenten van het jaar.  Ook zijn nieuwe roman werd goed (de Volkskrant, Trouw) tot zeer goed (NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer) ontvangen. 

In De Saamhorigheidsgroep is de Saamhorigheidsgroep een divers gezelschap, een commune bijna met duidelijke regels en een linkse, idealistische grondslag. De leden, babyboomers, hebben het beste met de wereld voor.

Ze waren (onder andere) tegen de monarchie, kernwapens, de Verenigde Staten, Shell, het leger, snelwegen, de NAVO, vliegtuigen en de strafbaarstelling van pedofilie, euthanasie en abortus. Automobilisten, VVD-stemmers, TROS-leden, Zwitsers, De Telegraaf-lezers en hondenbezitters golden in hun ogen als de vertegenwoordigers van het Kwaad op aarde. (Uit De Saamhorigheidsgroep.)

Tegelijkertijd tobben en manipuleren ze en zijn ze jaloers. De hoofdpersoon, topdiplomaat Bernhard Wekman, is links noch idealistisch, maar sluit zich aan bij de groep vanwege een vrouw. En er is die seks, het vreemdgaan en niet te vergeten de bondagescène.

De ouders van De Boer waren, lang geleden en kortstondig, aangesloten bij de Saamhorigheidsgroep. Zijn moeder is nog steeds goed bevriend met enkele (oud-)leden. Johannes Schreuder, de beste vriend van De Boer, is de zoon van een van de leden.

Leden van de Saamhorigheidsgroep tijdens een demonstratie.Beeld Privé-archief/Haarlems Dagblad

De sleuteljaren in het boek zijn 1982 en 1983, een tijdperk waarin de protestcultuur een hoogtepunt beleefde. In Amsterdam en Den Haag protesteerden begin jaren tachtig honderdduizenden mensen tegen kruisraketten en kernwapens, bevangen door wat Hollanditis werd genoemd, de geuzennaam van het verzet. De actiebereidheid was groot, de blik was gericht op de derde wereld en ‘links’ leek aan de winnende hand.

Het financiële jaarverslag van de Saamhorigheidsgroep van 1980 biedt een goed zicht op de tijdgeest. Met de donaties van de groep werden onder meer de activistische X-Y beweging, ‘Stop Kernenergie’, ‘Argentijnse moeders’, ‘El Salvador’ en de ‘Solidariteitswinkel’ gesteund. In totaal werd voor 7.150 gulden geschonken.

De Boer werd geboren in 1982, precies tussen de twee grote vredesdemonstraties in. Vermaard in familiekring is de foto waarop hij als baby in de wieg ligt. Hij draagt een gebreid truitje met een afbeelding van een baby die een raket de wereld uittrapt – een kunstige variant op het popperige vrouwtje met de krullen van Opland, de tekenaar die de protestbeweging een krachtig symbool schonk.

De Boer, lachend: ‘Ik werd ingezet om een politieke boodschap te verkondigen. Samen met Johannes werd ik in 1983 meegenomen naar de grote vredesdemonstratie in Den Haag. Zo ging dat in die tijd.’

Merijn de Boer als baby in de trui waarop een baby een kruisraket het land uitschopt. Beeld Familiealbum

Hij ging op het geluid af. Een open deur leidde naar een kinderkamer. In een houten wieg met spijlen lag een baby met een donkerbruine huid en amandelvormige ogen, waar de ene na de andere traan uit rolde. Het jongetje droeg een gebreide trui met daarop de bekende Opland-afbeelding, van een actievoerder die een raket omverschopt’. (Uit De Saamhorigheidsgroep.)

De Boer begon in 2016 aan zijn roman. Omdat hij ‘zijn eigen fantasie niet in de weg wilde zitten’, sprak hij vooraf met niemand van de Saamhorigheidsgroep. Ook zijn moeder werd niet geraadpleegd. Hij putte uit zijn eigen, soms vage herinneringen en de anekdotes die thuis waren verteld. ‘Dat heb ik als materiaal gebruikt.’

Het is een verzonnen verhaal, benadrukt hij. ‘Ik heb niemand hoeven waarschuwen, ik heb me op geen enkele manier belemmerd gevoeld. Mijn vorige roman, ’t Jagthuys, ging over een innige moeder-zoonrelatie. Dat vond mijn moeder ook niet vervelend en ze heeft ook geen moment gedacht dat het over haar ging.’

Koudwatervrees had hij wel, geeft hij toe. De Boer was bang om de leden van de Saamhorigheidsgroep te kwetsen. ‘Want ik ben heel erg op die mensen gesteld. Toen ik begon te schrijven, verdween de angst. Ik kom uit dat milieu, het zit in mijn dna. Ik kan er makkelijk over schrijven, het is mijn onderwerp. Op een gegeven moment begon ik ook echt in de personages te geloven en was ik niet meer bezig met de echte leden.’

Zijn spot is liefdevol, zegt hij, niet venijnig. ‘Ik vond het belangrijk om ook te laten zien dat ik waardering heb voor het werk van de Saamhorigheidsgroep. Het zijn ook de leden die aan het langste eind trekken, en niet Bernhard, de egoïst. Hij is niet gelukkig, zij zijn dat wel. Hij kijkt met verbazing naar ze; naar hun toewijding en hun oprechte betrokkenheid. Zelf is hij helemaal niet zo. Die verbazing zit ook in mij.’

Hij dacht aan de soms ronduit belachelijke projecten waar ze in geïnvesteerd hadden. Maar de anderen namen het allemaal bloedserieus. Ze hadden blinde mijnwerkers in Wallonië ondersteund, gehandicapte prostituees in Honduras, lesbische radiopioniers in Tanzania, analfabete Afghanen, moeders zonder mannen in Zaïre… Ze hadden zelfs ooit een gezinstherapeut naar de sloppenwijken van El Salvador gestuurd. (Uit De Saamhorigheidsgroep.)

Merijn de Boer: ‘Zelf ben ik helemaal geen idealist. Als 18-, 20-jarige was ik misschien wel geëngageerd, maar ik koos voor de literatuur, niet voor de derde wereld. Ik lees de krant, maar ik wind me niet op.’

Geroezemoes in de boekhandel. ‘Ik ben wel linksig hoor, maar niet activistisch.’ Gelach.

Welvaartsverschillen 

Ronald Schreuder (74), Marlies Pierrot (79) en Maarten Verberk (75) zijn lid van de Saamhorigheidsgroep, nog steeds. Er zijn nog maar vijf leden over. Vijf, zes keer per jaar komen ze bijeen om te praten over nieuwe projecten om te ondersteunen met een financiële bijdrage. Schreuder sloot zich begin jaren tachtig bij de groep aan.

Pierrot is secretaris en evenals Verberk een van de oprichters. Ze waren twee van de ‘weldoorvoede lieden’ die op 17 juni 1976 bijeen kwamen in een woonhuis in Heemstede. 

De aanwezigen werden verbonden door hun liefde voor de natuur, hun politieke voorkeur (links) en hun lidmaatschap van de PPR, de Politieke Partij Radikalen. De progressieve en groene partij had onder leiding van Bas de Gaay Fortman vier jaar eerder bij de Kamerverkiezingen maar liefst zeven zetels in de wacht gesleept.

In Heemstede werd gedebatteerd over de welvaartsverschillen tussen Nederland en de derde wereld. De opstellers van het discussiestuk hielden een pleidooi voor actie. Provocerend: ‘Wanneer ik de PPR-leden zie, die praten over rechtvaardigheid, milieu en verdeling, zie ik altijd weldoorvoede lieden die kunnen lezen en schrijven, een vast inkomen of uitkering genieten en die vanuit hun welvaartsvaste stoel zeggen hoe het zou moeten zijn’.

Ronald Schreuder & Marlies Pierrot met het boek van Merijn de Boer. Beeld Eva Faché

Er werd een ‘voorstelletje om te beginnen’ aangenomen. ‘We zorgen er in Heemstede voor dat we dit jaar (1976) tenminste 10 procent van ons inkomen weggeven aan mensen die het minder hebben dan wij.’ Het optimisme en zelfvertrouwen waren groot. Achteloos: ‘De rest van de wereld volgt dan later wel.’

Veertien PPR-leden sloten zich aan. Over de naam werd lang gediscussieerd, zeggen Verberk en Pierrot uit eigen herinnering. Solidariteit was het sleutelbegrip, maar dat woord werd al door talloze actiegroepen van wereldverbeteraars gebruikt. Een voorgesteld alternatief was voor alle leden aanvaardbaar: de Saamhorigheidsgroep.

Verberk was de man die destijds het babytruitje breide voor Merijn de Boer. Het paste bij de tijd, zegt hij, bij de jaren tachtig.

‘Ik wilde de vriendschap met zijn ouders bezegelen en zo laten weten dat ik hoopte dat hun kind zou opgroeien in een veilige wereld; en dat dat kind zelf ook iets zou kunnen bijdragen aan een veilige wereld. Ik vond het ook grappig. Zo moeilijk is het niet hoor, breien. Het was wel lastig om de activistische baby er goed op te krijgen.’

Alleen Schreuder heeft De Saamhorigheidsgroep van De Boer gelezen. Het kostte hem geen moeite, zegt hij, om de verzinsels te scheiden van de realiteit. Wel geeft hij toe dat sommige situaties die in het boek worden geschetst ‘wat merkwaardig’ zijn, de bondagescène bijvoorbeeld,  en niet stroken met de realiteit. 

Beeld Eva Faché

‘Maar het is een leuk boek geworden. Hij laat zijn fantasie de vrije loop. Natuurlijk komen er af en toe associaties op, met mensen en gebeurtenissen, maar dat is het dan. Het is Merijn natuurlijk ook helemaal niet om de waarheid te doen.’

Pierrot is ‘nog met een ander boek bezig’, Verberk heeft nog geen tijd gehad het te lezen. Maar ook zij zijn ervan op de hoogte dat de leden van de Saamhorigheidsgroep in de roman gedrag vertonen dat buitenissig kan worden genoemd: het naakte dansen, het verplichte geknuffel voor elke bijeenkomst. 

Pierrot: ‘Hallo zeg, kom op, was mijn eerste gedachte. Dus jij gaat even een karikatuur maken van de Saamhorigheidsgroep. Maar goed, het boek heeft goede recensies gekregen, ik zal niet zeuren.’

Voor Verberk was het boek een ‘complete verrassing’. De titel vindt hij ongelukkig gekozen. ‘Ik snap wel dat Merijn de naam Saamhorigheidsgroep aantrekkelijk vindt. Het geeft de sfeer van de tijd weer. Maar een link met de echte groep is snel gelegd.’

De disclaimer aan het eind van het boek – de personages zijn niet gebaseerd op bestaande personen, de gebeurtenissen zijn verzonnen – is wat hem betreft te karig: ‘Want hij schrijft niet dat de sfeer en de gedragingen van de groep zijn verzonnen.’

Schreuder, lachend: ‘Seks binnen de Saamhorigheidsgroep? Ik kan me dat niet herinneren.’ Pierrot: ‘Nooit iets van gemerkt. We vergaderden, dronken koffie en bespraken de politiek en de toestand in de wereld. En daarna dronken we een glaasje wijn. Dat was het.’

Beeld Eva Faché

Verberk: ‘Dansen in de duinen, om maar wat te noemen, hebben wij natuurlijk nooit gedaan. In feite was het een vrij serieuze club, betrokken bij maatschappelijke kwesties en gericht op maatschappelijke verbeteringen, met hier en daar een speelse inslag. Dat kun je ook zien aan het truitje dat ik destijds heb gebreid.’

Cynisme heeft al die jaren geen vat gekregen op de groep. Nog steeds wordt niet getwijfeld aan de effectiviteit van kleinschalige ontwikkelingshulp, nog steeds is de blik gericht op het buitenland. ‘Voor een betere wereld: een uitnodiging’, staat in een foldertje van het Saamhorigheidsfonds.

‘We geven financiële steun aan groepen die maatschappelijk zwak staan, maar die proberen hun situatie structureel te verbeteren, veelal in de derde wereld.’ Op een foto is een vrouw aan het werk aan een zaagmachine. ‘Project Timmerwerkplaats voor vrouwen in Nicaragua’, is de tekst.

Het is op zich al een prestatie dat ze het zo lang hebben volgehouden, zegt Schreuder. ‘Het idee om geld te reserveren voor projecten in de derde wereld heeft stand gehouden. Je kunt eindeloos discussiëren over ontwikkelingshulp, en wat het uitmaakt, maar wij hebben ooit besloten om iets te gaan doen en zijn gewoon doorgegaan. 

Pierrot: ‘Ik twijfel nooit of het zinvol is wat we doen. Natuurlijk denk ik wel eens: Jezus, het schiet geen meter op. Maar elke keer zijn mensen ontzettend blij als we het met een klein bedrag mogelijk maken om hun doel te verwezenlijken. Onze hulp is ontzettend effectief.’

Een van de andere oprichters, Maarten Verberk, kijkt ook met voldoening terug op de afgelopen 44 jaar. ‘Dat woord komt het meest in de buurt als ik mijn gevoel moet omschrijven. Het feit dat ik in die groep zit houdt me alert voor allerlei ontwikkelingen in de samenleving, dichtbij en veraf. De wereld ontwikkelt zich in meerdere richtingen, vaak de verkeerde, maar hier en daar kun je een heel klein beetje bijsturen. Je bent niet alleen maar toeschouwer. Dat geeft een prettig gevoel.’

Ze zijn van een uitstervend ras, zegt Pierrot. Schreuder nuanceert: ‘Het ras sterft niet uit, maar de stijl van hulpverlenen wel.’ Pierrot: ‘De blik van mensen is veel minder dan vroeger op het buitenland gericht.’ Schreuder: ‘Misschien wel, maar ik zie ook dat heel veel jongeren in allerlei organisaties zich inzetten voor grote en kleine goede doelen.’

Verberk: ‘Er zijn nog steeds heel veel mensen die elkaar helpen en op hun manier proberen iets te verbeteren, net zoals wij al die jaren hebben gedaan. Dat zorgt voor hoop en optimisme. Het lijkt soms anders, maar er zijn in de wereld ook allerlei goede krachten aan de gang.’

Merijn de Boer, De Saamhorigheidsgroep. Querido, 398 pagina’s, € 22,50.

Het linkse levensgevoel

Op het omslag van De Saamhorigheidsgroep staat de foto die de basis vormde van de beroemde en geruchtmakende verkiezingsposter van de PSP uit 1971, met een naakte vrouw (Saskia Holleman) en koeien in een weiland. Lees hier over de ontstaansgeschiedenis van de foto, die werd gemaakt door Hendrik-Jan Koldeweij. De meeste leden van de Saamhorigheidsgroep stemden niet op de PSP,  maar op de PPR. Merijn de Boer: ‘De personages in de roman dansen graag naakt in de natuur, dus in die zin is deze foto wel toepasselijk. Maar het belangrijkste is dat dit beeld meteen het linkse levensgevoel van vroeger oproept bij mensen die dit boek in de winkel zien liggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden