In harmonie

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net- of bijna-vijftigers over hun dilemma's. Presentatrice Natasja Froger verloor veel dierbaren, maar rekent zich rijk.

Natasja Froger: 'Ik wil voortaan meteen tijd inruimen voor de dingen die er werkelijk toe doen.' Beeld Adriaan van der Ploeg

'Van grote feesten en partijen hou ik niet zo. Voor je het weet heb je honderdvijftig man over de vloer en loop ik als een Cora van Mora in de bediening rond, met zorg voor iedereen en een glorixdoekje in de hand omdat de wc tussentijds ook nog schoongemaakt moet worden. Ik heb er dan zelf niks aan.

Nee, voor mijn 50ste bedacht ik iets anders: ik heb een cruise geregeld, deze zomer, op de Middellandse Zee. We zullen in totaal met z'n achttienen zijn: René en ik, onze vier kinderen en kleindochter, m'n moeder en schoonzus, een paar dierbare vrienden. We doen ook een dagje Rome aan. Dan komen papa en zijn vrouw Laura, die al 27 jaar getrouwd zijn en in Italië wonen, naar ons toe.

Vijftigers

Wat zijn de zorgen en dilemma's van de (net-)vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Is een belangrijke carrièremove (nog) denkbaar? Wat betekent het dat de kinderen het huis uit zijn of dat ouders ziek zijn en komen te overlijden? Hoe wordt gedacht over het eigen onvermijdelijk naderendeafscheid van het leven? Hoe richt je straks je laatste levensfase in? Cornald Maas, zelf over de helft, interviewt in Over de helft mensen uit de generatie die nog volop in het leven staat maar wel haast moet maken. De reeks is een vervolg op de serie Op de helft, waarvoor hij (net)veertigers sprak.

TIA

Mijn vader heeft een paar jaar geleden een TIA gehad, maar hij voelt zich de laatste tijd goddank weer beter. Door de hersenbloeding is zijn evenwichtsorgaan beschadigd en daardoor durft hij niet meer te reizen, terwijl hij altijd reislustig is geweest.

Vroeger heeft hij veel gevaren. Hij had altijd een paspoort op zak, 'het monsterboekje in de kontzak' in zeemanstaal. Dat betekent op elk moment in staat zijn om de boot plotseling terug te varen. Dat hij niet meer reizen kan, valt hem zwaar, maar hij heeft zich erbij neergelegd.

Twee maanden geleden, toen ik bij hem op bezoek was, viel het me opeens op: dat hij zomaar, zonder dat ik ernaar hoefde te vragen, verhalen over het verleden begon te vertellen, ook over de moeilijke tijden. Ademloos luisterde ik naar wat hij over de oorlog te zeggen had - over de bombardementen op Amsterdam-Noord en over hoe hij, samen met zijn vader, er in Noord-Holland op uit ging om aardappelen te smokkelen voor de hele buurt.

Opener

Hij is de laatste tijd opener dan vroeger, toen hij niet zo nadrukkelijk zijn emoties toonde. Ik begrijp dat wel. Op zijn 4de overleed zijn moeder en hij kreeg er een boze stiefmoeder voor terug. Als je op zee zwerft, zoals hij jarenlang heeft gedaan, zijn er weinig mensen in de buurt die je moeilijke vragen stellen.

Ik denk dat hij heeft geleerd een scherm om zich heen te bouwen: je kunt je beter niet te veel hechten, want alles kan zomaar wegvallen. Voor mij, als dochter, was het soms wel ingewikkeld. Zonder mijn moeder tekort te willen doen: ik heb, toen ik opgroeide, mijn vader vaak gemist.

Dit soort gedachten heb ik, nu ik bijna 50 word, wel vaker. Ik realiseer me veel beter dan rond mijn 40ste waar het leven om draait. Toen rende ik mezelf vaak voorbij. Nu denk ik: mijn gezin, familie en gezondheid zijn het allerbelangrijkst en als ik daardoor keuzen maak waardoor ik mensen teleurstel, is dat maar zo. Misschien komt het ook doordat ik de afgelopen tien jaar veel dierbaren ben verloren: vrienden, m'n schoonouders en twee jaar geleden m'n zwager Gerrit die zich nooit opdrong, maar er altijd voor me was.

Had ik maar

Ik vraag me weleens af: heb ik hem wel voldoende laten merken hoezeer ik op hem gesteld was? Heb ik hem dat ook gezegd? Ik wil er vanaf, van het 'had ik maar dit, of had ik maar dat'. Ik wil voortaan meteen tijd inruimen voor de dingen die er werkelijk toe doen: een kop koffie met een vriendin, een bezoekje aan mijn vader en moeder die allebei in het buitenland wonen.

Zeker tot mijn 40ste was ik een soort oermoeder. Steeds in de weer met thee en koekjes voor als de kinderen uit school kwamen en vol plannen om iets leuks met ze te gaan doen - tot ze begonnen aan te geven dat ze zichzelf ook wel konden redden. Ik deed vrijwilligerswerk, was voorlees-, oversteek- en luizenmoeder tegelijk, tót een vriendin op een dag tegen me zei: moet jij niet eens iets voor jezelf gaan doen?

Ik hielp René achter de schermen, ik hield het huis draaiende, ik kookte als er vergaderingen thuis waren met de Toppers - want de Toppers hebben altijd honger. Ik voelde me zeker niet nutteloos, maar het werd tijd dat ik niet alleen maar moeder of de vrouw van René zou zijn, maar ook iets van en voor mezelf. Ik had alleen geen idee wat - totdat programmamanager Ellen Meijerse en Reinout Oerlemans me vroegen of ik een tv-programma wilde gaan presenteren.

Pratende postzegel

Ik dacht eerst dat ik in de maling werd genomen: ik was al 41, een pratende postzegel die over de houdbaarheidsdatum heen is, dacht ik - ik kom nog uit de tijd dat omroepsters, zodra ze belegen dreigden te raken, van de buis werden gehaald. Maar het was geen grap. Twijfels had ik natuurlijk wel: zou ik dit wel kunnen? Had ik, als 'de vrouw van', niet alleen maar veel te verliezen? Maar vanaf de allereerste proefopname merkte ik dat dit me lag, al moest ik wel leren om af en toe ook stiltes te laten vallen.

Nu ben ik al negen jaar op tv te zien, met programma's die me zeer na aan het hart liggen omdat het programma's zijn waarin ik mensen kan helpen. Ik ben me er bewust van geworden dat voor veel mensen lang niet alles vanzelfsprekend is. En ik heb gemerkt dat we misschien wel een zeur- en klaagvolk zijn, maar dat er vooral ook veel mensen zijn die zich zonder morren voor een ander inspannen.

Natuurlijk stuit je, als je doet wat ik doe, op kritiek. Ik heb het heus wel meegekregen, dat ik in de kranten soms smalend Florence Nightingale word genoemd en dat mijn integriteit in twijfel wordt getrokken. Ik probeer daarvoor m'n kop in het zand te steken. Maar waar ik nog steeds niet tegen kan is als de mensen die ik volg, zoals de adoptie-ouders in mijn programma Met open armen, in dat negatieve verhaal worden meegetrokken. Dat maakt me verdrietig.

Harmonie

Dat zorgzame gedrag van me acteer ik niet. Ik ben er altijd op uit geweest om de harmonie te bewaren. Toen ik met René een relatie kreeg, kreeg ik er ook meteen twee kinderen bij: Natascha en Danny, uit zijn eerdere huwelijk met Yolanda. Ik wilde dat ik een goede band met haar zou krijgen. Toen ik zwanger was van Maxim, onze oudste zoon, heb ik het haar meteen verteld. En in de nacht na de bevalling heb ik Yolanda een brief geschreven: dat ik hoopte dat we altijd goed door één deur zouden kunnen, in het belang van onze kinderen, en dat we later als een grote familie zouden zijn. Ik ben blij dat dat gelukt is.

Ik denk dat die dringende wens van mij ook het gevolg is van de scheiding van mijn eigen ouders, toen ik bijna 18 was. Natuurlijk merkte ik dat er spanningen waren, maar ik blokte dat. Ik hoopte, tegen beter weten in, dat ze bij elkaar zouden blijven. Ik had de eerste jaren na de scheiding steeds het gevoel dat ik een keuze moest maken. Ik voelde me schuldig tegenover papa als ik bij mama was, en andersom. Lange tijd hadden ze geen contact met elkaar.

Omdat ik bang was ze te kwetsen, durfde ik niets te forceren, tot ik in 2010 een feestje gaf voor mijn verjaardag. We zouden met z'n allen in een tent in de tuin op een groot scherm naar een wedstrijd van het Nederlands elftal kijken. Ik besloot mijn ouders, voor het eerst sinds hun scheiding, allebei uit te nodigen. Ze kwamen.

Zenuwachtig

Ik was tevoren heel zenuwachtig, en zij ook, omdat ze elkaar voor het eerst in 26 jaar weer zouden zien. Maar al na een kwartier hadden ze, op het tuinbankje, de grootste lol met elkaar. Sindsdien zien ze elkaar af en toe, op verjaardagen of op andere speciale dagen. Afgelopen weekeinde was ik bij mama en dan skype ik met papa - en zij doet vervolgens ook even gezellig mee.

Heb ik, achteraf, veel te lang gewacht? Had ik ze eerder samen moeten uitnodigen? Heb ik het in mijn hoofd veel te groot gemaakt? Ik weet het niet. Dat mijn ouders in al die jaren zelf niks ondernomen hebben om het contact een beetje te herstellen, snap ik wel: ze zijn van een andere generatie, ze zijn er - anders dan wij - niet zo goed in om dingen uit te spreken en ze hadden er misschien ook geen behoefte aan. Maar zelf was ik er, diep in mijn hart, ook te druk mee.

Uit elkaar

Pas de laatste tijd durf ik te erkennen dat het goed is dat ze ooit de beslissing namen om uit elkaar te gaan. Ik moet toegeven dat ze uiteindelijk helemaal niet zo goed bij elkaar pasten. Mijn vader zocht het avontuur, levenslustig en reislustig als hij was. Hij woont nu in Italië. Voor materie heeft hij absoluut geen belangstelling. Hij is totaal niet geïnteresseerd in wat voor kleren hij draagt.

Omdat hij op zee was, stond mijn moeder er vaak alleen voor. Ze stond dag en nacht voor mijn zus en mij klaar. Als ze nu bij mij op bezoek is, staat ze in joggingpak grote ballen gehakt te draaien voor de hele familie. Tegelijkertijd kan ik er soms jaloers op zijn hoe ze er óók kan uitzien: prachtig gekleed, de nagels keurig gelakt, een elegante vrouw die in Monaco woont.

Zorgen

Ik ben erg op mijn ouders gesteld. Dat ze op grote afstand wonen baart me af en toe zorgen. Het is om te beginnen niet leuk: nooit kan ik tussendoor even bij ze langs, om asperges te eten of samen voetbal te kijken. Ook voor onze zoons is het niet fijn: toen Maxim op z'n 16de z'n scooterrijbewijs haalde kon hij niet even naar z'n opa rijden. Maar het is ook in een ander opzicht vervelend: als ze straks last zouden krijgen van gezondheidsproblemen, is het niet eenvoudig om in een mum van tijd bij ze te zijn.

Over wat mijzelf straks te wachten staat, wil ik nog niet te veel nadenken, al word ik soms behoorlijk met de neus op de feiten gedrukt. René vierde met zijn laatste tournee dat hij dertig jaar in het vak zit en gaf begin april een slotconcert in Carré, het theater waar hij vroeger als jongetje met z'n krantenwijkje langs fietste. Didier werd ook nog eens 18 die dag - René zou speciaal voor hem zingen. Maar na negen liedjes moest hij ermee stoppen. Ik hoorde het hem tegen zijn fans zeggen: dat hij niet kon bieden waar ze recht op hadden.

Ik was net de zaal ingeslopen om de hele familie gedag te zeggen - ik ben meteen de coulissen in gesneld en daar trof ik hem huilend in de kleedkamer aan. We hebben er een paar dagen later nog een goed gesprek over gehad. 'Luister beter naar je lichaam', zei ik, 'je bent nu 54, je lijf is geen machine. Zo'n tournee is toch een soort Champions League. Ga ter voorbereiding wat fietsen, of ga naar de sauna, in plaats van dat je overdag ook nog een vergadering plant. Je zou wat vaker nee moeten zeggen.'

Conditie

Mijn conditie is nog goed. Natuurlijk schrok ik, toen ik vorige week opeens hevige buikklachten kreeg en een paar onderzoeken in het ziekenhuis moest ondergaan. Gelukkig was alles goed. Nu ik 50 word, wil ik niet denken dat ik de mooiste tijd van mijn leven al achter de rug heb. Dat gevoel heb ik ook niet.

Ik reken me vooral rijk met mijn gezin: René, onze vier kinderen, en binnenkort verwachten we ons tweede kleinkind - ik weet inmiddels dat dat opnieuw een meisje zal zijn. Als je geen kinderen hebt, is het misschien moeilijker voorstelbaar dat er later vanzelfsprekend voor je zal worden gezorgd. Ik wil onze zoons en dochter vooral meegeven dat het straks van belang is dat we een beetje op elkaar letten.

Toen ik 29 was, stierf Fred. Hij was m'n beste maatje, m'n broertje, zou je kunnen zeggen. Hij overleed aan de gevolgen van aids. Ik had zijn hele ziekteproces meegemaakt, uit en te na zijn angsten besproken, ben van alles getuige geweest - na zijn dood realiseerde ik me hoe belangrijk gezondheid is. En toch vervaagde dat besef. Het hoort kennelijk bij die leeftijd.

Nu zou het me niet meer overkomen. Niets neem ik meer for granted. Ik realiseer me heel goed wat ik heb en wat ik niet wil verliezen. Daarom maken we binnenkort voor mijn verjaardag ook die cruise. We zullen tijdens onze reis herinneringen maken, zodat er straks verhalen zijn en foto's waar we eindeloos van kunnen genieten.'

Van stewardess tot presentatrice

Natasja Froger Kunst wordt op 14 juni 1965 geboren in Brielle. Later verhuist ze naar Giethoorn. Na de mavo volgt ze een opleiding tot medisch secretaresse en werkt ze als stewardess en purser voor de KLM. Op Oudejaarsdag 1991 trouwt ze met zanger René Froger. In 2006 debuteert ze als tv-presentatrice in het TROS-programma Schoondochter gezocht. Later presenteert ze, voor SBS6 en RTL4, programma's als Hart in aktie, Bonje met de buren (samen met John Williams), Echt Scheiden en sinds najaar 2014- het adoptieprogramma Met open armen. Ook is ze te zien in de reallifesoaps De Frogers: Effe geen cent te makke en De Frogers: Helemaal heppie. Met haar echtgenoot heeft ze vier kinderen: Natascha en Danny uit zijn eerdere huwelijk en Maxim en Didier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden