Taalgebruik In goed Nederlands

In goed Nederlands: Groter dan of zo groot als?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht?

De zuidpool. Beeld Veronique Smedts

De eerste kwestie

In de krant van maandag 24 juni las Marijke von Bergh: ‘De zuidpool is een gebied anderhalf keer groter dan Europa’. ‘Even googlen liet zien dat Europa 10 miljoen km2 bestrijkt en de Zuidpool 14 miljoen’, aldus Von Bergh. ‘Gegeven de snel krimpende ijsmassa was deze dus tot voor kort anderhalf keer zo groot als Europa.’ En niet anderhalf keer groter, want dat zou neerkomen op tweeënhalf keer zo groot, wil ze maar zeggen.

Een terechte klacht? 

Strikt genomen wel, maar toch denkt de Taalunie er anders over. De makers van het Groene Boekje wijden op taaladvies.net een hele pagina aan dit verschijnsel. ‘Vanuit een rekenkundig standpunt zou ‘drie keer meer’ kunnen worden opgevat als ‘vier keer zoveel’, aldus de Unie – precies het punt dat Von Bergh maakt dus – maar ‘gewone taal volgt niet altijd strikt rekenkundige principes/logica’. En zo blijft gewone taal, met al zijn inconsequenties, voor sommigen een eeuwige bron van frustratie.

Iets heel anders dan  

Ria van Gelderen wijst ons op ongepast gebruik van het werkwoord ‘passen’ in het artikel ‘Gratis retourneren strop voor webshops’ in de Volkskrant van 4 juli. ‘Er staat: ‘Wie twee paar schoenen bestelt en die beide niet past, moet ze wel weer terug kunnen sturen.’ Dat betekent dat de schoenen in de doos blijven.’

En?  

Van Gelderen heeft gelijk. Bij ‘passen’ als onovergankelijk werkwoord (zonder bijbehorend lijdend voorwerp), in de betekenis van ‘de vereiste grootte hebben’, is niet de persoon maar de schoen het onderwerp – dus ‘de schoen past mij’ en niet ‘ik pas de schoen’ (dat laatste kan alleen bij de overgankelijke variant van ‘passen’: uitproberen of een kledingstuk het gewenste formaat heeft). Hier had dus iets moeten staan als: ‘Wie twee paar schoenen bestelt, die beide niet (blijken te) passen, ...’

Het kan natuurlijk altijd nog ingewikkelder. Want hoe zit het dan met ‘Wie de schoen past, trekke hem aan’? In dat spreekwoord gaat het niet over iemand die uitprobeert of een schoen groot genoeg is (in dat geval was ‘trekke hem aan’ een zinloos advies geweest; wie een schoen aan het passen is, is daar immers allang mee begonnen) – met andere woorden, de betreffende persoon (‘Wie’) is ook hier niet het onderwerp, terwijl hij op het eerste gezicht wél het onderwerp lijkt van de tweede helft van de zin: ‘trekke hem aan’. Maar het zit net even anders: ‘Wie’ fungeert hier als ondervindend voorwerp (een zusje van het meewerkend voorwerp); het daadwerkelijke onderwerp van de zin is het hele eerste gedeelte: ‘Wie de schoen past’. Een uitgebreide versie van het spreekwoord zou dan ook kunnen luiden: ‘Degene voor wie deze schoen van het juiste formaat is, mag hem aantrekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden