In EYE is nu 1968 te zien: over de 'zelfmythologisering' van de babyboomers

Filmmuseum Eye toont het magische oproerjaar 1968 in vele gedaanten. Wat hebben die ons nu nog te zeggen?

IF.. . (1968). Foto Imageselect

1968: You Say You Want a Revolution. Eye Filmmuseum, Amsterdam. Van 26/4 tot en met 25/5.

Geen generatie heeft zoveel over zichzelf gefilmd, geschreven en gezongen als de babyboomers. Een vorm van ‘zelfmythologisering’ mag je het ook noemen. Zo was ‘Swinging London’ volgens regisseur Stephen Frears, die erbij was, een zaak van hooguit veertig voortrekkers, maar het begrip is geworteld in ons collectieve geheugen.

Een technisch verhaal is het evenzeer. Wat de komst van Twitter voor het heden betekent, betekende de introductie van wendbare en lichtgewicht 16mm-filmcamera’s voor de jaren zestig: iedereen een stem. Democratisering van de media. Zo verscheen een beeldenstroom aan documentaires en films, waarvan je je kunt afvragen of die in onze tijd nog wel beklijft. Betekenen deze titels uit de sixties meer dan het vangen van de tijdgeest alleen, of zijn deze berichten uit het tijdvak van ‘alles is politiek’ en ‘vertrouw niemand boven de dertig’ nog steeds relevant?

Met de special 1968: You Say You Want a Revolution nemen de programmeurs van het Eye Filmmuseum de proef op de som. Circa veertig filmproducties, verpakt in thema-avonden, worden ons gepresenteerd over dat roerige jaar 1968, waarin volgens de overlevering zo ongeveer iedereen op de barricades stond, van Parijs tot aan Mexico City. Overal waren handicam-beelden van, per slot van rekening. Net als bij Swinging London kan dat een vertekend beeld geven, maar dat de boel op ontploffen stond, is wel zeker.

Terence Stamp in Teorema. Foto Getty

Het Eye-programma is uitgesplitst in een aantal subthema’s. In de woorden van de samenstellers is het een mix aan ‘geruststellende bioscoopjournaals, verontrustende documentaire beelden van activistische filmmakers, en speelfilms van de nieuwe golf regisseurs die rebelleerden tegen de Hollywoodstijl.’

Dat loopt van goedbedoelde ‘vrijheidsfilms’ op 16mm, gericht op het ondergrondse circuit, tot aan professionele documentaires over de strijd voor gelijke burgerrechten in de Verenigde Staten. De protesten tegen de oorlog in Vietnam komen aan bod. Net als de eerste beelden van de aarde vanuit de ruimte, gefilmd door de crew van Apollo 8 (Earthrise), en het bijbehorende begin van de ecologische bewustwording.

Mick Jagger in Sympathy for the Devil (One Plus One) door Jean-Luc Godard. Foto Imageselect

Blije gezichten

Een verrassing is In the Intense Now (2017) van de Braziliaanse documentairemaker João Moreiro Salles. Hij verbindt de militaire coup in Brazilië met Mao’s Culturele Revolutie, en de laatste dagen van de Praagse Lente met het studentenoproer in Parijs. Gebaseerd op de door hem teruggevonden 8 mm-filmpjes die zijn moeder draaide in 1966 in Beijing, met overal blije gezichten. Dezelfde blije gezichten die hij aantrof in beelden van de aangekondigde omwentelingen in Parijs en Praag: ‘Nooit waren mijn moeder en haar tijdgenoten gelukkiger dan toen.’ Het maakt, zo stelt de cineast, de afloop (Mao maakte waarschijnlijk meer slachtoffers dan Hitler en Stalin bij elkaar) des te schrijnender.

Ook binnen de speelfilm kraaide het oproer. De zelfverklaarde maoïst Jean-Luc Godard wilde met zijn One Plus One (1968) niets minder dan ‘alle burgerlijke waarden ondermijnen, ruïneren en vernietigen’. Hij filmde uit de hand in de Olympic Studios van Londen, waar The Rolling Stones die zomer Sympathy for the Devil opnamen; de tekst is een synopsis van de politieke gebeurtenissen uit de sixties. Godard versneed de beelden met fictieve scènes over een revolutionaire groep Parijse jongeren en Black Panthers op een autosloop. Destijds zal het wel gewerkt hebben, maar voor onze ogen is het vooral interessant hoe we de apathische Brian Jones langzaamaan uit de band zien vallen, het bandje dat hij zelf had opgericht. Een jaar later was hij dood.

Beter overeind blijft if... (1968), over oproer op een Britse kostschool, geleid door een nog heel jonge Malcolm McDowell als de arrogante Mick Travis. De satire vergroot de sociale onrust van die jaren op groteske wijze uit (Travis: ‘De wereld zoals we die kennen zal spoedig tot een einde komen… zwartgeblakerde broze lichamen die uiteenvallen tot as’), maar weet ook vijftig jaar later de hartslag van alle onvrede over te brengen. Regisseur Lindsay Anderson won er in Cannes een Gouden Palm mee. Je kunt je zo voorstellen dat de hedendaagse regisseur Michael Haneke gecharmeerd was van if… – in zijn eigen films (Funny Games) slaat hij nogal eens een vergelijkbare toon aan.

In The Intense Now (2017) Foto RV

Hippiefolklore

Andere titels uit ’68 zijn dan toch weer eerder hippiefolklore, zoals Petulia – een film die geldt als onbegrepen klassieker. Maker is Richard Lester, de Amerikaanse cineast die vanuit Swinging London werkte, en met The Beatles speelfilms als A Hard Day’s Night (1964) en Help! (1965) maakte. Bij Petulia zal hij hebben gedacht: zo, nu gaan we eens even helemaal los, de tijd is er rijp voor. Hij toont de Summer of Love van een jaar eerder in flashbacks, flashforwards, psychedelica, geestverruiming, vrije seks en vloeistofdia’s, plus wat politieke statements erin gesmokkeld. Nogal chaotisch, maar wél met een opvallend sterke cast: Julie Christie, George C. Scott, Richard Chamberlain.

Langs dezelfde lijnen kunnen we kijken naar de Terence Stamp 1968 Night, een hommage aan de rebelse Britse acteur die soms abusievelijk over het hoofd wordt gezien. Ook hij zal zich in diverse korte films en fragmenten aan typische sixties-aberraties te buiten gaan. En Rolling Stones-voorman Mick Jagger mag een getourmenteerde popster spelen in gangsterdrama Performance, inclusief hallucinogene paddo’s, vage slogans en groepsseks.

Helemaal 1968, al werd de film van Nicolas Roeg door de geschokte distributeur Warner pas twee jaar later uitgebracht. Toch kun je met het Eye-programma in de hand zeggen dat de grote speelfilms uit de jaren zeventig (The Godfather, The French Connection, Taxi Driver, Apocalypse Now) tijdlozer zijn. Minder pamflettistisch, omdat ook de desillusies over alle idealen erin verpakt zitten. Maar dan lopen we op de zaken vooruit. In Eye is het nu even 1968.

Bewogen jaartal

Dat Eye nu het jaar 1968 uitkiest als ijkpunt, is meer dan alleen maar ‘50 jaar herdenkingsjournalistiek’. We kennen de methode al wel uit de non-fictie: je kiest als schrijver een bewogen jaartal (bijvoorbeeld 1933 – Philip Metcalfe over de opkomst van het nazisme), en dan schets je met allerhande dwarsverbanden de destijds reëel existerende wereld. Als een cultuurgeschiedenis van een tijdvak. Met speelfilms en documentaires uit het archief kan dat net zo goed, natuurlijk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.