In elk liedje een kronkel bij Blonde Redhead

Rah Digga Dirty Harriet Blonde Redhead Melody of... In elk liedje een kronkel bij Blonde Redhead Blonde Redhead: Melody of Certain Damaged Lemons....

Blonde Redhead is al een aantal jaren een van de bestbewaarde geheimen van de New Yorkse gitaarunderground. Muzikaal gezien is de groep verre familie van Sonic Youth - niet toevallig verschenen de eerste twee albums van het trio op het eigen label van Sonic Youth-drummer Steve Shelley. Hoewel Blonde Redhead bijna even stekelig en gemeen kan klinken, ligt z'n grote kracht in het schrijven van mooie pop liedjes. Heel melodieus, vol ingenieuze akkoordenreeksen, maar altijd met een vreemde kronkel, en daarom niet makkelijk te plaatsen.

Minstens zo vreemd als de muziek van het trio, zoals vastgelegd op het deze week verschenen Melody of certain damaged lemons, is de bezetting. Die bestaat uit een van oorsprong Italiaanse identieke tweeling, Simone en Amedeo Pace, en de Japanse zangeres Kazu Makino. De laatste neemt het dromerige, introverte deel van het repertoire van haar rekening (al ontpopt ze zich in het slotnummer Mother als een punksirene), terwijl de door de Pace-broers gezongen nummers (Melody of Certain Three, A Cure) bij vlagen dicht bij Sonic Youth komen. Maar vooral Makino steelt op dit vijfde album de show met haar hoge, niet al te vaste stem in songs als In Particular, dat de botsende gevoelens van een hopeloze liefde prachtig verklankt.

Rah Digga: Dirty Harriet. Elektra.

Flipmode Squad-rapster Rah Digga maakt indruk op haar eerste solo-album Dirty Harriet. Ze mag de looks hebben van een r & b-zangeres, op het moment dat ze haar mond opendoet, neemt ze meteen alle mogelijke twijfel weg. Rah Digga klinkt even brutaal als Public Enemy's Flavor Flav, bovendien heeft haar stem eenzelfde schelle kleur. Dat wordt nog het meest duidelijk in Imperial, waar ze de microfoon deelt met Busta Rhymes. Het contrast tussen diens diepe grom en Rah Digga's tetterende antwoord maakt het een van de opzwependste rap-nummers van dit jaar.

Nits: Wool. PIAS.

Een eerste korte Nederlandse tournee door het clubcircuit is al achter de rug, later dit jaar volgt een grotere theatertour. De Amsterdamse Nits zijn weer terug, en het lijkt bijna alsof ze nooit zijn weggeweest. Niet dat alles bij het oude is gebleven, integendeel. Een van de grote verdiensten van de groep rond zanger-componist Henk Hofstede is dat ze nooit is blijven stilstaan.

Hofstede mag dan beschikken over een herkenbare stem en zijn groep over een eigen sound, toch zijn zij met hun (leef)tijd meegegaan. Dat is op Wool (typisch zo'n korte Nits-titel) vooral hoorbaar in de teksten, met herfst en winter, het naderende einde en de dood als terugkerende thema's.

Voor een groep die vaak kille steriliteit is verweten, klinken Nits opvallend emotioneel, en soms pijnlijk bitter.

Zeker in het openingsnummer Ivory boy, over een enkele reis naar een laatste bestemming, waarin een spreekzingende Hofstede bijna klinkt als Lou Reed. In het verraderlijk romantisch georkestreerde Walking with Maria kijkt de hoofdpersoon terug op zijn leven, en voelt de dood naderen. De muzikale invulling is passend: melancholiek en vol ronde klanken, als een wollen trui in een koude winter.

Britney Spears: Oops! . . I Did It Again. Zomba.

Niks veranderen aan een succesformule. De Amerikaanse zangeres Britney Spears borduurt met Oops! . . . I Did It Again vrolijk verder op de sound waarmee ze vorig jaar doorbrak. Het titelnummer van haar nieuwe plaat lijkt als twee druppels water op Baby One More Time. Ook ditmaal zet Spears haar geknepen Mickey Mouse-stemmetje in. Nog wel leuk in een enkel nummertje, maar een heel album is wat veel van het goede. Helemaal omdat de omlijsting van haar stem steeds op dezelfde sound leunt: die van de Zweedse hitproducer Max Martin, wiens extreem grote productie resulteert in eenheidsworst.

De tweede producer van de plaat, de Amerikaan Rodney Jerkins, heeft de twijfelachtige eer om de prijs in de wacht te slepen voor de meest zouteloze Stones-cover uit de pophistorie: Satisfaction klinkt in Spears' versie als bubblegum van de bovenste plank. Een hele prestatie.

Brassy: Got It Made. Wiiija.

Jon Spencer van The Blues Explosion heeft niet alleen een echtgenote (Christina Martinez) die aan de weg timmert met een eigen groep (Boss Hog), maar ook een muzikaal zusje. Muffin Spencer is zangeres van Brassy, de groep die debuteert op het Wiiija-label met Got It Made. Broer en zus Spencer hebben beiden een voorliefde voor puntige, stevige rock, maar Muffins band (inclusief scratchende dj) klinkt een stuk luchtiger en speelser.

De zeventien songs switchen van punky pop naar blues-rock à la Blues Explosion en zelfs een enkele drum 'n' bass-nummer (No Competition). Ze klinken stuk voor stuk fris en aanstekelijk.

Vanavond geeft Brassy een concert in het Paradiso, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden