Interview Christiaan Kuitwaard

In een wit kistje creëert schilder Christiaan Kuitwaard een kleine wereld waar hij de totale controle heeft

De white box paintings van Kuitwaard zijn stillevens van één wit geverfd voorwerp. Voor existentiële vragen is tijdens het schilderen geen plaats.De kunstenaar legt uit waarom er dan toch melancholie in zijn werk sluipt.

Het atelier van Christiaan Kuitwaard met de White Box.

Eigenlijk is het een ding van niks, de white box. Drie opstaande, witte plankjes op één liggende: meer behelst het niet. Het is het soort voorwerp dat mensen in hun garage hebben rondslingeren, zonder dat ze weten hoe ze er ook alweer aan zijn gekomen of waarvoor het in vredesnaam heeft gediend (een kampeertafeltje? een muizenval?), maar voor ­Christiaan Kuitwaard stond het aan de basis van een compleet oeuvre binnen zijn oeuvre. White box painting noemt Kuitwaard dit suboeuvre. Inderdaad, dat klinkt een stuk beter dan wittekistschilderijen.

Eerst maar even de spelregels: een white box painting is een schilderij, een stilleven eigenlijk, van één wit geverfd voorwerp (een kopje, een handschoen, een tros bananen, een schedel, een zeester) geplaatst in voornoemde witte kist. Het zijn trouwens ook wel eens twee voorwerpen – daar moeten we niet te krampachtig over doen. Soms is de kist ook wel eens zwart van binnen – nu ja, flexibiliteit dient de mens.

Hoe dan ook, de kist meet 30 bij 30 bij ­42 centimeter; de schilderijen altijd 28 bij 20. Ze zijn geschilderd met olieverf op paneel. Op hun achterzijde: nummer en datum. Elke maandagochtend plaatst Kuitwaard het  ­recente exemplaar op z’n blog: whiteboxpainting.blogspot.com. Nummer 264 tot en met nummer 391 hangen nu op een tentoonstelling in Museum MORE, in Gorssel in de Achterhoek.

White box painting nr. 354 door Christiaan Kuitwaard. Beeld Bert de Vries

Kuitwaard licht toe in zijn atelier-aan-huis in Oldeberkoop, vlakbij Wolvega, Friesland. Lang lijf, blauwe ogen. Hij is geen man van stelligheden. Dreigt hij een ferme ­uitspraak te doen, dan fluit hij zichzelf terug. Een typische Christiaan Kuitwaard-zin gaat zo: ‘Dat Noordelijke ­realisme is echt niks, nou ja: míj trekt het niet aan, ik ­bedoel: iedereen moet natuurlijk maken wat-ie wil, hè…’

Hij is bescheiden, maar niet karakterloos. Kuitwaard weet waar hij voor staat. Hij houdt van zijn vrouw; hij houdt van zijn kinderen; hij houdt van zijn tuin en zijn werk. Zijn leven past hem als zijn vel. Hij houdt ook van de plek waar hij werkt: een trapeziumvormige ruimte in de achtertuin, de lange kant van glas. Het heeft licht op het noorden, wat wil zeggen: licht dat niet wordt beïnvloed door het draaien van de zon gedurende de dag, gelijkmatig licht. Schilderslicht. Een straalkacheltje, een schilders­ezel, een stereotoren, een rek met uitgeknepen verftubes: dit is het domein van Christiaan Kuitwaard. Hij houdt kantoortijden aan, vertelt hij. Hij vaart wel bij structuur.

‘Alles heeft zijn uur en tijd’, citeert hij Prediker. Bier drinken om half drie ’s middags: een no-no, wat Christiaan Kuitwaard betreft.

White box painting nr. 348 door Christiaan Kuitwaard. Beeld foto: Bert de Vries

U kunt hem kennen van zijn landschappen: bosgezichten, strandgezichten, zeegezichten. Monochroom en ­geabstraheerd, olie op doek. Sommige doen denken aan een beeld gemaakt door een fotocamera waarvan de lens lang heeft opengestaan: vele momenten lijken erin ­samengebald. Andere – met name de bosgezichten – ­lijken belicht door een bouwlamp: de schaduwen hebben evenveel substantie als de bomen zelf. De werken hebben soms iets ijl en weemoedigs. Ze roepen herinneringen op aan ­

het werk van Jan Mankes en Willem van Althuis.

Soms is het monterder. Mijn favoriete Kuitwaards zijn de kleine aquarellen geschilderd over twee pagina’s van een Moleskine-schetsboek: impressies van zee, duinpannen, strand, wolken. De meeste ontstonden op Vlieland, waar Kuitwaard zijn vakanties doorbrengt. Ze getuigen van uitzonderlijke aandacht en trefzekerheid. Een stuk of wat hoekige krabbels in spinazie-groen; een paar zompige vlekken, ook groen, maar lichter; twee ongelijkmatige streken in mauve en zalmroze en, splash, splash, Kuitwaard heeft een zonnebadende duinkam aan de vergetelheid onttrokken – het leeg gelaten papier is het zand.

Zulk werk wekt de lust om zelf je aquarelblokjes uit de kast te trekken, al weet je dat als je zou proberen wat Kuitwaard doet, het negen van de tien keer, splash, splash, een kliederboel wordt. De aquarellen zijn onnadrukkelijk virtuoos. Van zijn white box paintings kun je hetzelfde zeggen.

White box painting nr. 391 door Christiaan Kuitwaard. Beeld Bert de Vries

Hij begon ze te maken, zegt hij, omdat hij iets wilde waarover hij totale controle had. In zijn landschappen ontbreekt het daaraan vaak, zacht uitgedrukt. Praatgrage passanten, plotseling onweer: eigenlijk is er altijd wel iets dat hem bij het werk hindert. Honger en steekmuggen: ook irritant. Wat hij wilde was een genre dat hij altijd en op elk moment kon beoefenen. Bijkomend voordeel: de overzichtelijkheid. Voor existentiële vragen over wat te maken is hier geen plaats:  de white box painter heeft ­immers een vastomlijnd doel: het painten van white box paintings. Het ruimde lekker op in z’n hoofd, zegt hij. Het voelde heel gezond.

De eerste exemplaren, vertelt hij, maakte hij in het ­geniep. Zelfs zijn vrouw vertelde hij er niet over. Nadat hij er twintig had voltooid, belde hij een vriend wiens smaak hij hoog heeft zitten. Er viel nieuw werk te bekijken, kon de vriend niet even langskomen om zijn oordeel te vellen?

De vriend kwam langs. Zijn oordeel luidde: mwah.

Tegenvallertje, ja.

Evengoed ging hij ermee door

White box painting nr. 269 door Christiaan Kuitwaard. Beeld Bert de Vries

Hoe gaat hij te werk? Het begint met de rekwisieten ­uiteraard. Achter een oude gitaarkoffer in zijn atelier ligt inmiddels een flinke berg opgetast. Een koffiekopje, een bamibakje, een fles appelsap: de rekwisieten zijn alledaags. Een schedel, een zeester, een gewei: de rekwisieten zijn curieus. Kuitwaard heeft een emotionele band met deze objecten, vertelt hij, maar dat hoeft de kijker niet te weten. Dat die ene afgebeelde want werd gedragen door zijn zoon: beter vergeet u het direct.

Om hun biografische of symbolische waarde tot een ­minimum te reduceren heeft Kuitwaard de objecten kalkwit geschilderd. Die witte dingen zet hij in de witte kist, waarna hij... wacht, het gaat dus niet om de objecten zelf, verduidelijkt hij. 

Het gaat erom hoe ze ruimte innemen; hoe ze uiteen vallen in vlakken van verschillende toonwaarden; hoe ze schaduwen werpen op hun omgeving, de box. Vandaar ook dat de kist wit is, en niet rood of blauw of groen of paars. Op een wit oppervlak zijn contrasten het best waarneembaar, immers, en contrasten zijn wat hij schildert. Hij zet ze aan en schroeft ze op. De kleuren verandert hij eveneens. Hij verzint er ook weleens een. Naarmate het schilderij vordert, zegt hij, kijkt hij steeds minder naar het object, en steeds meer naar het paneel. Een oefening in ­kijken verandert in een oefening in schilderen.

Spiegeltest

De spiegeltest is niet alleen iets waar aspirant-automobilisten mee te maken hebben: nadert een van Christiaan Kuitwaards white box paintings zijn voltooiing, dan reikt de schilder ook vaak naar een reflecterend oppervlak.

Tijdens het schilderen groeit zijn blik namelijk mee met het schilderij, ­inclusief de fouten en onvolkomenheden erin, en door het in spiegelbeeld te bekijken ziet hij, ‘boem’, in één oogopslag waar nog mankementen zitten.

White box painting nr. 301 door Christiaan Kuitwaard. Beeld Bert de Vries

Ter illustratie zet hij een drietal white box paintings ­tegen de plint van zijn atelier: drie keer een jerrycan. De kleuren zijn wat Kuitwaard noemt ‘kleuren die al wat hebben meegemaakt’, goed doorgemengde kleuren dus: oker, chocolade bruin, zeegroen. Stofuitdrukking? Geen stofuitdrukking. Op een werk ziet de jerrycan eruit alsof-ie is ­geschilderd tijdens een zonsondergang: gloedvol oranje steekt hij af tegen de box. Op een tweede lijkt-ie gefotografeerd door een paparazzo. Op een derde lijkt hij zachtjes te vibreren, alsof er tijdens het schilderen bij de buren ­iemand een boormachine in de muur stak. 

White box painting nr. 303 door Christiaan Kuitwaard. Beeld foto: Bert de Vries

De schilderijen doen denken aan nabeelden. Daar kan hij zich wel in vinden. In het dagelijks leven mag hij dan doorgaan voor een opgeruimde verschijning, in zijn werk streeft hij naar een zekere mate van melancholie. Alles verdwijnt, ook de mensen en spulletjes die hem dierbaar zijn, ook de Vermeers in het Rijks, en zijn white box paintings zijn een bescheiden verzet tegen de onvermijdelijke gang der dingen. Het zijn memento mori, al moeten we daar niet té zwaar aan tillen, zegt hij, immer ­relativerend.

Ze doen ook denken aan andere schilders, de Italiaan Morandi voorop. Bij het horen van die naam houdt Kuitwaard zijn handpalmen naar boven gericht, als de heilige Franciscus die de stigmata ontvangt. Morandi, zegt hij, is God. Toen Museum Belvedere in Oranjewoud vorig jaar zijn stillevens toonde heeft hij die op een maandag, toen de boel dicht was, staan natekenen. Hij houdt van Morandi’s ‘boerse’ toets, maar voelt er weinig voor om zijn idool te imiteren. Hij werkt exact. Je toets, zegt Kuitwaard, moet een natuurlijke afspiegeling zijn van je persoonlijkheid. 

White box painting nr. 323 door Christiaan Kuitwaard. Beeld Bert de Vries

De white box paintings hebben een gunstig effect op zijn andere schilderijen, vertelt hij. Ze vormen de perfecte warming-up voor hij aan het grote werk begint, en  ­houden hem soepel wanneer hij even niets anders om handen heeft. Ze zijn ook de perfecte proeftuin om dingen uit te proberen. Hij experimenteert erin naar hartenlust met trucjes en effecten.

Maakt hij ze na vierhonderd exemplaren niet op de ­automatische piloot? Zeker niet. Hij stelt zichzelf doelen. Elke white box painting moet op z’n minst één vondst ­bevatten. Een driehoekje dat een paar keer terugkomt, een spiegeling zoals hij die niet eerder schilderde, dat soort dingen.

Het is ambitieus en soms moet hij overnieuw ­beginnen. Verdomme, klinkt het dan door de achtertuin, klootzak. En toch blijft hij nog heel lang white boxen schilderen, denkt hij. Hij fantaseert er nu en dan ook weleens over dat een andere schilder het genre voortzet wanneer hij er niet meer is. Schílders, zelfs. Een legertje kunstenaars dat aan het white box painten slaat zoals in de 17de eeuw opeenvolgende generaties zich zetten aan de geijkte banketjes of de vanitas. Je verdiept je werk er echt mee, zegt hij. En zo’n wit kistje timmeren, dat kan iedereen.

Christiaan Kuitwaard in Museum MORE. Beeld Eva Broekema

128 White Box Paintings, Museum MORE, Gorssel,

t/m 1/9. Gelijknamige catalogus: 99 Uitgevers;

19,50 euro. Werk van Kuitwaard ook in De IJsselsalon, Zutphen, t/m 27/7, en Galerie De Vis, Harlingen, t/m 31/8.

Zutphen, t/m 27/7, en Galerie De Vis, Harlingen, t/m 31/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden