Recensie Veertien *****

In een indrukwekkende novelle Tamara Bach is het alsof we zelf weer puber zijn


Bé komt na twee maanden ziekte van Pfeiffer en een zomervakantie terug op school. Haar vriendinnen doen geheimzinnig over iets dat ze hebben meegemaakt tijdens een verregende klassenreis naar Polen. Zelf is ze onlangs voor het eerst gekust. Ook zijn haar ouders een paar maanden geleden gescheiden, maar dat hebben ze vanwege haar ziekte pas net verteld.

Klinkt als de gebruikelijke ingrediënten voor pubergepruttel, en dat zijn het ook. Wat de novelle Veertien van Duitse schrijver Tamara Bach (1976) zo indrukwekkend maakt, is haar indringende stijl en beheersing van vorm en compositie. Het boekje is maar honderd kleine bladzijden dik en speelt zich in één dag af. Toch wordt lang niet alles verteld. Wat er op de ansichtkaart staat die Bé in de loop van de dag ontvangt en die zo’n indruk op haar maakt, weten we aan het eind nog steeds niet.

Tamara Bach: Veertien

Vertaald uit het Duits door Esther Otten. Querido, 104 pagina’s, €15,99. 

Vanaf 14 jaar. 

Bach richt zich rechtstreeks tot de lezer, alsof die Bé is. De stijl is dan weer kortaf en direct, dan weer dromerig en afwezig. De leerkrachten noemt ze naar gelang het vak ‘wiskundepersoon’ of ‘Engelspersoon’; alleen vrienden en vriendinnen hebben namen. Dialogen parafraseert ze deels, waardoor de lezer niet goed kan onderscheiden waar gedachten eindigen en gesprekken beginnen.

Het effect: alsof de lezer er zelf bij is, inclusief de verwarring, inclusief dat lichaam dat alle kanten op groeit en nog niet precies doet wat de eigenaar wil, onwennig. Veertien is het zevende boek van Bach, maar haar debuut in Nederland. Het werd in eigen land genomineerd voor de prestigieuze Jugendliteraturpreis. Dat is niet de eerste loftuiting die Bach ontving. Laat die andere titels ook maar komen.

Foto rv
Foto Carlsen Verlag GmbH, Germany