Boekrecensie

In deze bijzondere roman van Christian Oster gebeurt heel veel en tegelijkertijd heel weinig ★★★★★

Bij Christian Oster zijn klank en ritme net zo belangrijk als betekenis. Daar weet vertaler Kiki Coumans wel raad mee.

Christian Oster Beeld Helene Bamberger
Christian OsterBeeld Helene Bamberger

Drie mannen en een stoel van Christian Oster (1949) begint met twee telefoongesprekken. Het eerste maakt hoofdpersoon Serge Ganz behoorlijk in de war. Het telefoontje komt van zijn ex-vriendin Marie, die hem twee jaar geleden heeft verlaten om in Barretone op Corsica te gaan wonen. Hijzelf is in Parijs gebleven. Nu nodigt ze hem uit om langs te komen en vraagt ze of hij een stoel wil meenemen. ‘Zodra ik haar stem aan de telefoon herkende, had ik meteen de behoefte gevoeld om te gaan zitten, en toen ze niet veel later over die stoel begon, had ik een paar seconden nodig om te begrijpen over welke stoel ze het had, en dat het uitgerekend de stoel was waar ik op dat moment op zat. Het was een houten stoel die ik nauwelijks gebruikte en die vlak bij me stond toen ik de telefoon opnam, een heel lage, zware stoel met een stijve, zij het keurige leuning die ze niet had meegenomen en die ze van haar vader had gekregen.’

Christian Oster debuteerde in 1989 bij uitgeverij Minuit en publiceerde sindsdien bijna 25 romans. Hij verstaat de kunst om in weinig woorden zeer gedetailleerd te zijn. Klank en ritme zijn net zo belangrijk als betekenis. Korte zinnen worden afgewisseld met lange. Er ontstaat een mooie cadans. Een klus die vertaler Kiki Coumans wel is toevertrouwd.

Meteen op de eerste pagina’s van zijn romans worden Osters hoofdpersonen, mannen alleen, geconfronteerd met een onalledaagse situatie die hun leven overhoop haalt. Of ze nu een dood lichaam in hun woonkamer aantreffen (Le Coeur du Problème) of hun tas met daarin hun huissleutels kwijt zijn (Mijn grote appartement). Hun manier om met de ontstane situatie om te gaan komt vreemd over, hoewel die voor henzelf volstrekt logisch is.

Melancholieke sfeer

Als u nu denkt: dit zal wel weer zo’n vage, experimentele en onbegrijpelijke Franse schrijver zijn, dan kan ik u geruststellen. Dat is Oster niet. Zijn constaterende manier van schrijven is onderhoudend, grappig zelfs, en er hangt een beetje een melancholieke sfeer om deze types die niet voldoende voor het leven lijken te zijn toegerust. De man met het lijk in zijn woonkamer gaat een broodje met ham klaarmaken, de man zonder sleutels doet geen moeite om zijn huis in te kunnen. De vrouwen van de eenzaten van Oster zijn afwezig.

Dat is ook het geval bij deze Trois hommes seuls, zoals de Franse titel luidt. Het tweede telefoontje op die vrijdagavond in juli komt van Marc, de tennispartner van Serge. Ze kennen elkaar nog niet zo lang, zo’n drie maanden. Marc vraagt Serge of hij met hem wil gaan kanoën in de Ardèche. Serge vraagt hem op zijn beurt mee naar Corsica. Marc stelt voor ook een vriend van hem uit te nodigen, Cyril. De zaak is snel beklonken en ze vertrekken vier dagen later.

Het gevoel van onderweg zijn

De reis is een aaneenschakeling van kleine voorvallen. Zonder pretenties, maar gelijkmoedig, ritmisch, weet Oster het gevoel van onderweg zijn te vangen. Hoe sommige uren heel lang duren en andere juist kort. De sfeer in een wegrestaurant: rijen mensen, kletterende dienbladen en bestek. De eindbestemming waarvan je je geen voorstelling kunt maken. En hoe er een verstandhouding ontstaat tussen de drie mannen, misschien wel het begin van een vriendschap, iets waarvoor je samen dingen moet hebben meegemaakt.

In Nice rijden ze over de boulevard met hotels en palmbomen waar ze mensen met handdoeken laten oversteken. Tijdens de lichtelijk absurde overtocht met de ferry is een mooie rol weggelegd voor de stoel. En voor Cyril, een voormalig koorddanser die zich als enige aan boord senang voelt op de woeste golven. Na aankomst in Barretone gaat alles ‘snel en raar’. Serge is verbijsterd door de aanblik van Marie. Ze heeft iets aan haar neus laten doen. Hij kan niet blijven. De volgende morgen vroeg rijdt hij naar Bastia en neemt zijn intrek in een hotel. Met Marc belt hij af en toe: hij en Cyril zijn bij Marie en haar gezelschap gebleven. Net als in de eerste helft van de roman gebeurt er veel en tegelijkertijd heel weinig. Het is zo’n typisch osteriaanse opeenvolging van gebeurtenissen, episodes uit een leven; niets wordt uitgelegd.

Christian Oster: Drie mannen en een stoel. Uit het Frans vertaald door Kiki Coumans. Vleugels; 132 pagina’s; € 23,95.

null Beeld Vleugels
Beeld Vleugels
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden