Boeken

In Den Haag is het net of je Louis Couperus elk moment kunt tegenkomen

Leeft de geest van de schrijver voort in de stad die hij heeft verbeeld in zijn werk? Onno Blom gaat deze zomer op zoek en neemt fotograaf Renate Beense mee. Vandaag: Louis Couperus en Den Haag.

Bronzen borstbeeld van Couperus dat op 10 juni 1963, zijn 100ste geboortedag, werd neergezet in de Surinamestraat in Den Haag. Beeld Renate Beense
Bronzen borstbeeld van Couperus dat op 10 juni 1963, zijn 100ste geboortedag, werd neergezet in de Surinamestraat in Den Haag.Beeld Renate Beense

‘Zoo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar’, schreef Louis Couperus. Geen schrijver is in het literaire geheugen zo verbonden met een stad als hij. Toch bracht Couperus een deel van zijn jeugd door in ‘ons’ Indië, reisde hij van pension naar pension over de wereld, hutkoffers vol achter zich aanslepend, beschouwde hij Florence als zijn eigenlijke thuis en liep zijn leven in 1923 dood – nomen est omen – in het Gelderse dorpje De Steeg.

Hij werd in elk geval in Den Haag geboren, op 10 juni 1863 in een statig pand aan de Mauritskade. Het huidige nummer 43. Een art-decogevelsteen maakt daar melding van. Louis was een nakomertje in een rijk gezin. Op zijn 9de vertrokken ze naar Indië, waar zijn familie fortuin had gemaakt, en tot zijn afgrijzen keerden ze op zijn 15de terug naar de Hofstad. ‘Ik vond het in Holland verschrikkelijk.’

De art-deco-gevelsteen aan de Mauritskade 43 in Den Haag, waar Louis Couperus in 1863 werd geboren. Beeld Renate Beense
De art-deco-gevelsteen aan de Mauritskade 43 in Den Haag, waar Louis Couperus in 1863 werd geboren.Beeld Renate Beense

De familie betrok in 1878 een gigantisch huis aan de Nassaukade nummer 4 (later Nassauplein). Louis vond het maar klein. Ze hadden twee meiden en een knecht, in plaats van paarden en dertig bedienden. Hij dacht dat zijn ouders geruïneerd waren.

Zijn vriend Frans Netscher, die hij leerde kennen op de HBS Bleijenburg – waar Louis er weinig van bakte – trof hem geregeld aan in zijn zonovergoten kamer ‘vol bibelots en kokette fijne dingetjes’. Achter zijn schrijftafel ‘zoo keurig als een dames-bureautje’ schreef Louis gedichten: ‘Gij, die met blijden blik het leven ziet,/ Dat u niet dan een droom van liefde schijnt,/ O, beur mij uit dit naamloos zieleweedom!/ Hoor mijne klacht, wees mij een vriend, een vriend.’

In 1882 werd het pand aan het Surinamestraat 20 opgeleverd, dat Louis’ vader had laten bouwen van de opbrengst van de verkoop van het Indische familielandgoed Tjicoppo. Hier begon Louis in 1888 aan een feuilleton voor dagblad Het Vaderland, over het noodlottige leven van een Haagse freule. Toen Eline Vere de dood vond, werd daar verslagen over gesproken in trams en koffiehuizen.

Het oude huis van de familie Couperus diende de afgelopen decennia als ambassade van Egypte en raakte steeds verder in verval. Planten groeiden in de dakgoot. Het pand kwam even te koop – vraagprijs 3 miljoen euro – maar wordt nu opgeknapt. De hele gevel is ingepakt in een houten kist. De Egyptische graftombe is voor een antieke toerist zonder werkmanshelm ontoegankelijk.

De ingang naar het voormalige huis van Louis Couperus aan de Surinamestraat 20. Louis’ vader had het laten bouwen van de opbrengst van de verkoop van het Indische familielandgoed Tjicoppo. Beeld Renate Beense
De ingang naar het voormalige huis van Louis Couperus aan de Surinamestraat 20. Louis’ vader had het laten bouwen van de opbrengst van de verkoop van het Indische familielandgoed Tjicoppo.Beeld Renate Beense

Toch weten we nog hoe de gevel eruitziet, want Couperus laat Marietje van Saetzema in De boeken der kleine zielen uit het raam van nummer 42 kijken naar ‘gewilde grilligheid van schoorsteenen, spitsjes van gegoten ijzer en puntdakjes van zink, windvlaggetjes van koper en balkonnetjes en erkers, alsof de architecten en aannemers eens artistiek hadden willen doen, en niet hadden willen trekken éen lange, eentonige gevellijn’.

Bij alle weelderigheid had de straat ‘de Hollandsche netterigheid van fatsoenlijken stand’ behouden: geschrobde trottoirs en een plantsoen in het midden: ‘ovale gazons met raster omgeven, waarin kastanje-boomen, rond gesnoeid, en eronder een perk met regelmatig geplante sparretjes’.

Rozerode bloemetjes vlak bij de Surinamestraat in Den Haag. Beeld Renate Beense
Rozerode bloemetjes vlak bij de Surinamestraat in Den Haag.Beeld Renate Beense

Met zijn rug naar het plantsoen staat Couperus’ bronzen borstbeeld dat op 10 juni 1963, zijn 100ste geboortedag, werd neergezet om de schrijver van de dreigende vergetelheid te redden.

Het Louis Couperus Museum, net om de hoek in de Javastraat, in het oude huis van de bevriende voordrachtskunstenaar Albert Vogel, werd voor hetzelfde doel opgericht. Meestal treft men hier een fin-de-sièclestijlkamer aan, vol ‘kokette, fijne dingetjes’ rond de spookachtige kunststof pop van de schrijver in smoking en met puntig gevijlde nagels. Ditmaal is de ruimte gevuld met kunstwerken van leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep, die zich hebben laten inspireren door Couperus’ Metamorfoze.

Het gezicht van de wassen pop van Couperus in het Louis Couperus Museum in Den Haag.
 Beeld Renate Beense
Het gezicht van de wassen pop van Couperus in het Louis Couperus Museum in Den Haag.Beeld Renate Beense

Voor de sfeer van het fin de siècle moeten we verder langs de adressen waar Couperus in zichzelf veranderde: Sophialaan 9, waar Couperus’ grootvader woonde, jonkheer Johan Cornelis Reynst. En nummer 2, waar Elisabeth Baud, zijn achternichtje en latere echtgenote, een aantal ‘treurige meisjesjaren onder haar calvinistische grootmoeder’ doorbracht. Boven de tuinmuur steekt nog de kastanje uit waaronder Couperus aan Betty en haar vriendinnen uit Eline Vere voorlas.

Couperus heeft niet, zoals wij, met open mond naar de weelde gestaard. ‘Het is of de Haagse schoonheden mij, zó ik ze bewonder, enigszins verwijtend terug toe blikken en zelfs met een zweem van dédain.’

Den Haag toont nog altijd haar hooghartige gezicht – en zo hoort het ook. Het zou ons niet hebben verbaasd als we de geest van de schrijver zagen flaneren onder het lover van het Lange Voorhout, wentelen in de draaideur van Hotel des Indes of, weggedoken in de kraag van zijn bontjas, op weg gaan naar een vriend op de Denneweg.

De draaideur van Hotel Des Indes in Den Haag. Beeld Renate Beense
De draaideur van Hotel Des Indes in Den Haag.Beeld Renate Beense

Op nummer 25 woonde jonkheer Johan Hendrik Ram, een man met een grote snor. Couperus’ biograaf, Frédéric Bastet, vermoedde dat de vriendschap met Ram verderging dan een Haags kopje theedrinken. Of dat werkelijk zo was, is verdwenen in de nevelen van de tijd. Maar wie zoekt naar het juiste adres, kan het niet missen: de gevel is lila, de kleur van de inkt uit des schrijvers vulpen.

Een meeuw op het Lange Voorhout. Beeld Renate Beense
Een meeuw op het Lange Voorhout.Beeld Renate Beense

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel zijn wat onzorgvuldigheden geslopen. Louis Couperus woonde indertijd aan de Nassaukade, maar na demping van de gracht heet dat nu het Nassauplein. Het Surinameplein uit hetzelfde stuk betreft de Surinamestraat. Verder heeft Den Haag geen Dennenweg, maar een Denneweg en tot slot heette Couperus echtgenote geen Boud, maar Baud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden