In de voetsporen van Pierre Janssen: kunstmannetjes

Een typologie van mannen die kunst op televisie aan de man brengen

Pierre Janssen bracht in de oertijd van de televisie beeldende kunst tot leven voor miljoenen kijkers. Velen zijn in zijn voetsporen getreden. De kunstmannetjes (geen vrouwen): een typologie.

Pierre Janssen. Beeld Hollandse Hoogte

Het begon met niks. Letterlijk. In het eerste shot van de eerste aflevering van Kunstgrepen (AVRO, 1959/1972) toonde presentator Pierre Janssen (1926-2007), bekend van zijn werk als kunstcriticus voor het Vrije Volk en directeur van het Arnhems Museum, een leeg vel papier. Daarop tekende hij een streep en sprak: 'Wees zo vriendelijk en geef toe: dit is een mooie streep, een stoere streep; dit is dan ook mijn streep, de streep van Janssen.' Een illustratieve streep, dat was ze ook. Ze maakte in één beeld duidelijk dat kunst maken altijd begint met een overwinning op het niets.

Het zette de toon. Kunstgrepen (in zwart-wit), een coproductie van Janssen en regisseur Leen Timp, bestond uit gesproken essays, geïmproviseerde kijkoefeningen waarin het niet draaide om sleutelwerken of kunsthistorische pikordes, maar om de communicatieve kwaliteit van kunstwerken: wat ze ons vertelden over maker én kijker. In het op zondagavond uitgezonden programma werd de kunst van het vruchtbaar uitweiden beoefend. De verteltrant was zoekend.

Daarmee raakte Kunstgrepen een snaar bij een breed publiek. Het tv-programma was een succes. Na een lauwe start trok het rond de twee miljoen kijkers per aflevering, en dat waren enkel de harde cijfers; er was ook nog zoiets als de culturele impact, die minder makkelijk te meten viel, maar ontegenzeggelijk groot was. En die lang doorwerkte. Voor een hele generatie televisie-kijkers stond kunst op televisie gelijk aan de verhalen van Kunstgrepen. En belichaamde presentator Janssen de kunstpresentator tout court. Jonge kunsthistorici die aan een zestig-plusser vertellen over hun werk, horen nog wel eens. 'Áh, je wilt de nieuwe Pierre Janssen worden.'

Wie nu Kunstgrepen terugkijkt (van de negentig afleveringen bleef slechts een elftal bewaard) wordt getroffen door de vormgeving. Wat was die spaarzaam! Een studio, een tafel, een stoel, meer behelsde het niet. In dit minimalistische decor was Janssen permanent in beeld. Het lichaam lang en dun als een Giacometti-sculptuur; het pak ruim, alsof het gekocht was op de groei; de mimiek bewegelijk met frenetiek fladderende armen en aandoenlijk trillend handje; het hoofd benig. Grote neus, hoog voorhoofd, ver uiteen staande ogen - daaraan herkende men het hoofd van Pierre Janssen. Een hoofd dat je blik vasthoudt, een hoofd als dat van een hypnotiseur.

Zijn werkmethode, zo valt te lezen in Petra Timmers interessante biografie, zou iedere moderne televisieregisseur bloednerveus maken. De kiem voor een nieuwe aflevering ontstond drie weken voor opname. In Schiedam. In het park. Daar kreeg Janssen zijn invallen. Janssen, later: 'Welke kant ga ik uit, waar begin ik? Dan drijft iets boven. Ineens komen de ideeën - dat is dan alweer later, thuis, waar mijn vrouw me helpt - en het stort zich over me heen.' Belangrijk waren de gekopieerde reproducties die Janssen en Timp ter illustratie op stukken karton plakten. Bij afwezigheid van een script fungeerden ze als oriëntatiepunten: Janssen vertelde uit zijn hoofd. Die aanpak maakte hem nerveus, iedere aflevering opnieuw, maar voor de eerste aflevering was hij dermate zenuwachtig dat regisseur Timp vreesde dat zijn presentator tijdens de uitzending de benen zou nemen. Daarom vroeg hij zijn vrouw Janssen te coachen. Die vrouw was Mies Bouwman.

Het had effect, kennelijk. Janssen groeide uit tot een gewaardeerd presentator: emotioneel, humoristisch, ironisch, persoonlijk en toch formeel. 'Wellicht denkt u nu, ja die Janssen zegt dat nu wel...', luidde zo'n typische Janssen-zin, een bewijs dat hij zich altijd bewust was van de kijker, en dat die kijker niet per se geïnteresseerd was in beeldende kunst, en dat hij, Janssen, al zijn retorische vermogens moest aanspreken om hem bij de les te houden. Door zijn intense manier van doen had Janssen iets weg van een medium, maar het is misleidend om te doen alsof zijn vertellingen geheel en al gestoeld waren op zijn fysieke maniërismen. Zijn jarenlange ervaring met het schrijven van kunstcolumns was minstens zo belangrijk; belangrijker, wellicht.

Tekst gaat verder onder de video

Pierre Janssen in Schiedam

De dubbeltentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam en Museum Arnhem gaat over Pierre Janssen in al zijn hoedanigheden: journalist, conservator, directeur, televisie-persoonlijkheid. In Schiedam heeft men de televisie-studio van Kunstgrepen bij benadering nagebouwd en zullen 10 afleveringen van het programma te zien zijn. Ook toont men aankopen die Janssen als conservator deed, waaronder 26 gouaches van Karel Appel, en zullen er vier filmpjes worden getoond waarin hedendaagse museumdirecteuren en kunstcritici op hun manier over een kunstwerk vertellen.

Het leverde naar verluid geweldige afleveringen op. Radicale ook. Denk u in: een uitzending op Kerstavond. Janssen begint als volgt: 'Kijk, kerstavond, waar denk je dan aan? Dan denk je aan de geboorte, je denkt aan het kindje, je denkt aan Jozef, aan de stal...' Daarop zette Timp het scherm op wit. Janssen: 'Dit is jullie lege doek. Waar ga je nou je kindje leggen?' Het scherm bleef een minuut wit. Twee minuten. Zes. Uiteindelijk, nadat Janssen het hele schilderij had beschreven, verscheen uit het wit het zojuist geschetste kersttafereel. Televisie met lef. Compromisloos.

Heeft Kunstgrepen school gemaakt? Min of meer. Kunstprogramma's zijn veranderd, de afgelopen zestig jaar. Ze kennen een grotere rijkdom aan verschijningsvormen, kunnen óók een reisrubriek (Tuinen van Verwondering) of een biografische vertelling zijn (In het spoor van Picasso). Ze hoeven zich niet meer te behelpen met gefotokopieerde afbeeldingen op karton, maar kunnen bogen op swingende soundtracks, exotische locaties en camerashots waarvoor Coppola himself zich niet zou hebben geschaamd. Kunstprogramma's, als gezegd, zijn anders, maar op sommige momenten (Joost Zwagermans kunstcolleges bij De Wereld Draait Door, Jeroen Krabbé die zich tot de camera richt in In het spoor van Picasso) waart Janssens geest er nog immer rond. Herinnert u zich die aflevering van De Wereld Draait Door waarin dirigent Reinbert de Leeuw vier en een halve minuut roerloos voor een piano zat ten einde John Cage stuk 4'44'' ten uitvoering te brengen? Daarin kon men de sfeer van Kunstgrepen proeven. Het was een Pierre Janssen-achtig moment.

Pierre Janssen - In de greep van de kunst, Stedelijk Museum Schiedam, 8/4 t/m 3/9 en Museum Arnhem, 8/4 t/m 15/10.

Petra Timmer, Pierre Janssen: journalist/ tv-presentator/ museumdirecteur / kunstverteller, Scriptum, 2017, euro22,50. Lex Reitsma, Pierre Janssen, In de greep van de kunst, Andere Tijden, 4/6.

Pierre Janssen in Arnhem

Ook op de tentoonstelling Pierre Janssen: In de greep van de kunst in Arnhem zal er aandacht zijn voor Pierre Janssens aankopen tijdens zijn directeurschap aldaar, waaronder Jan Mankes’ Zelfportret met uil (1911). Daarnaast wordt er kunst te koop aangeboden van studenten van de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten; dit in navolging van de verkooptentoonstellingen die Janssen zelf tussen 1969 en 1972 in het museum organiseerde. Ten slotte zal er een Achterwerk in de kast-achtige opnamestudio zijn waar mensen herinneringen aan Pierre Janssen kunnen ophalen en laten filmen.


De kunstmannetjes in types

In navolging van Pierre Janssen waagde zich een hele reeks manne naan een kunstprogramma op televisie. Onmiskenbaar geïnspireerd door Janssen, maar toch op hun eigen manier.

DE PRIESTER

Henk van Os
Beeldenstorm
1990-2006

Je kunt een programma improviseren. Je kunt het ook tot op de minuut uitdenken. Het door voormalig Rijksmuseum-directeur Henk van Os bedachte en gepresenteerde Beeldenstorm behoorde tot die tweede categorie. Weldoordachte kunstcolleges met een twist en een kwinkslag: dat was Beeldenstorm. Afleveringen begonnen vanuit iets alledaags (voetbalelftal-foto's, bergvakanties), om van daaruit kunsthistorische vergezichten te verkennen (de evolutie van het schuttersstuk; het sublieme). Het tempo was rustig, op het slepende af; de presentatie priesterlijk. De vaderlijke oogopslag, de gedragen dictie ('kunstbeleving en natuurbeleving verhouden zich tot elkaar, maar zijn niet hetzelfde'): wie niet beter wist dacht in Van Os een televisie-dominee aan het werk te zien. Kwam ook door de presentatorsmimiek. De man was een handenspreker. Al vertellende hield hij zijn onderarmen gestrekt, de handpalmen naar boven, en vormde perfect synchrone, wijkende cirkels in de lucht, als gaf hij een uitbeelding van de hemelvaart ten beste. Of van Miss Augustus, wat u wilt. Het werkte goed. Voor de kerk der kunst won hij er menig zieltje mee.

Tekst gaat verder onder de video.

Beeld Lars Deltrap

DE ACROBAAT

Joost Zwagerman
De Wereld Draait Door
2011-15

Kunstcolleges geven in de geest van Pierre Janssen - Joost Zwagerman deed het. Aan de beroemde tafel van De Wereld Draait Door. Op prime time. Naast een reproductie op een lullige ezel. In het wereldje was het lang een soort sport om neer te kijken op Zwagermans acrobatische vertelkunst. Te weinig kunsthistorisch onderlegd, te veel de-liefhebber-vertelt. Die kritiek was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Zwagerman kon een loopje nemen met de feiten, en had de neiging om mee te gaan in de best-bester-beste-toon van het programma, maar daar stond tegenover dat hij een miljoenenpubliek liet kijken naar de middeleeuwse panelen van Geertgen tot Sint Jans. En naar de landschappen van Turner. En naar Vincent van Gogh en Lucas van Leyden. En dit was belangrijk, dat al die schilders dan ook nog deel uitmaakten van een sterk overkoepelend verhaal (over de zon in de kunst in dit geval). Aanstekelijke verteller, gulle lach. Hij wordt gemist.

Tekst gaat verder onder de video.

Beeld Lars Deltrap

DE TOURIST

Ernst Veen
Tuinen van Verwondering
2016

Toegegeven, die shots van drones waren spectaculair. De heuvel-landshappen van het Nieuw Zeelandse Gibbs Farm (met kronkelende Richard Serra-staalsculptuur), de jungles van het Braziliaanse Inhotim Sculpture Park - in Tuinen van Verwondering zag je ze als door de ogen van een vogel. Verder liet het door voormalig De Nieuwe Kerk- en Hermitage aan de Amstel-directeur Ernst Veen bedachte en gepresenteerde programma over beroemde beeldenparken zich bekijken als één lange infomercial. Het Zwitserlevengevoel van Ernst - zoiets. We zagen Veen wandelen door imposante landschappen gevuld met imposante buitenkunst en hoorden hem verzuchten hoe, nou ja, imposant dat alles was ('what a joy, what a joy'); ook had hij ontmoetingen met de eigenaren of directeurs ter plaatse. Die gesprekjes waren slappe thee. De voormalige directeur leek zijn gastheer of -vrouw vooral dankbaar te zijn dat hij überhaupt op bezoek mocht komen. De Ivo Niehe onder de kunstpresentatoren.

Tekst gaat verder onder de video.

Beeld Lars Deltrap

DE MAKERS

David Bade & Jasper Krabbé
Artmen
2012/13

Artmen was een geslaagde poging om een jong publiek voor (hedendaagse) kunst te interesseren. Goede muziek, fijne, afwisselende, elkaar snel opvolgende items. En twee (niet eens zo heel jonge) presentatoren die de taal van de jeugd spraken. Bij Jasper Krabbé, schilder, en David Bade, bekend van zijn installaties, heten kunstenaars guys, worden schilderijen uitgecheckt en is een expressief geschilderde figuur zo 'op het doek geknald'. Het werkt behoorlijk goed. De interviews (met kopstukken als schilder Luc Tuymans, maar ook met lokale figuren als de Groningse bakbrommer-kunstenaar Mathieu Keuter) zijn ongedwongen, maar gaan niet altijd even diep (kan ook aan het format liggen); Bade en Krabbé zijn goed op elkaar ingespeeld, maar hun concluderende gesprekken voelen soms als toneelstukjes. Dat laatste lijken de presentatoren zelf ook doorgehad te hebben. Op sommige momenten hebben ze moeite hun lachen in te houden.

Tekst gaat verder onder de video.

Beeld Lars Deltrap

DE TONEELSPELER

Jeroen Krabbé
In het spoor van Picasso
2017

Hij heeft kennis van zaken - dat is één. Die stapel Picasso-boeken waarmee Jeroen Krabbé steevast uit zijn rode Volvo stapt: ze zijn ook daadwerkelijk allemaal gelezen, eerlijk. En toch is het niet zijn feitenkennis die hem kenmerkt. Dat is zijn achtergrond als acteur. Krabbé leeft zich in in Picasso's leven, zoals hij zich inleeft in een filmrol. Ontdekt hij aan een slaperig Spaans dorpspleintje de hotelkamer waar Pablo en Fernande hadden liggen beesten, dan speelt hij een man die een ontdekking doet; vertelt hij over de schilders zieke zusje, dan is hij daar, aan het sterfbed in Barcelona - en wij zijn er met hem. Daar moet je van houden. Pablo Picasso wordt soms een beetje aan het oog onttrokken door Pablo Jeroen. Maar wie zich over Krabbé's ego heen kan zetten, en over de ouderwetse neiging om werk en biografie aan elkaar gelijk te stellen (zit Pablo in een depressie, dan schildert hij blauw), ziet een kundige en bevlogen presentator aan het werk.

Tekst gaat verder onder de video.

Beeld Lars Deltrap

DE POSTERBOY

Wim Pijbes
Panorama Pijbes
2017

Dat ex-De Kunsthal-, ex-Rijksmuseum- en ex-Voorlinden-directeur Wim Pijbes ooit een programma zou presenteren liet zich voorspellen: Pijbes houdt van de camera en de camera houdt van Pijbes. Het haar, de pakken, de shawl en het leesbrilletje: waar Wim gaat, daar is het style galore. Panorama Pijbes is een fraai gefilmde reeks over het Nederlandse landschap. We zien Pijbes over het strand wandelen of door polders fietsen, schilderijlijst om de schouder; voor verdieping steekt hij zijn licht op bij fotografen en landschapsarchitecten. De presentatie is zoals we Pijbes kennen: droogkomisch, weinig hartstochtelijk, nuchter, bovenal. De koeienvlaai op Potters schilderij De stier heet gewoon een 'hoop stront'; een wandkleed van Claudy Jonstra mag soms worden beschouwd als 'eco-activisme'; voor hem is het vooral 'een mooi ding'. Schranderheid, oh Hollandse schranderheid. Opgediend met Drentse knauw.

Beeld Lars Deltrap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.