null

ReportageLiften

In de voetsporen van de kunstenares die haar kunstwerk niet overleefde

Beeld Waldthausen Marlena

In 2008 zouden twee kunstenaressen in bruidsjurk naar Jeruzalem liften. De boodschap: wie anderen vertrouwt, krijgt iets goeds terug. Een van hen werd vermoord. Sarah Venema volgde voor haar boek Bermdans in bruidsjurk in hun voetsporen om te ontdekken of risico’s nemen loont.

Tussen de korenvelden van west-Toscane, op nog geen 10 kilometer van de kust, ligt een kleine parkeerplaats, naast de E-80. Het is een oude strook asfalt met een pomp en een barretje, en aan het einde van deze verschoten strook, vlak voor het punt waar de auto’s de snelweg weer opdraaien, sta ik, met opgestoken duim. Ik tuur door de ramen van de passerende auto’s. Ik glimlach, al sta ik hier al een tijdje. Het zonlicht brandt in mijn ogen, maar het lijkt me beter om mijn zonnebril in mijn zak te laten. Ik zoek oogcontact.

Een man kijkt terug en remt af. Zijn auto komt voor mijn voeten tot stilstand. Op de ingeklapte achterbank zie ik een mountainbike liggen. Het zijraampje schuift omlaag.

‘Ik ga naar Genua’, zegt de man. Hij wijst op het bordje in mijn linkerhand.

‘GENUA’ staat er, inderdaad. Ik heb de slordige, blauwe blokletters een paar uur geleden eigenhandig op het karton gekrast. Genua is waar ik naartoe wil – en dus stap ik in. Ik klap het portier dicht en klik mijn gordel vast, al had ik eigenlijk met mezelf afgesproken dat ik dit niet zou doen: instappen bij een man.

Ik weet niet meer hoe het plan ontstond, maar opeens was het er. Ik zou gaan liften, vanuit de stad Rome, waar ik mijn vrienden kwam opzoeken, terug naar mijn nieuwe thuisstad, Parijs. Het was een ouderwets plan. Of erger nog: een romantisch plan. Ik had net mijn baan opgezegd en ik had het gevoel dat ik alle tijd van de wereld had. Ik was het zat om verveeld te wachten in volle vliegtuigslurven. Ik wilde wat beleven, zei ik tegen mijn vrienden.

Mijn enthousiasme werd niet gedeeld. Wie niet dacht dat ik dood zou worden teruggevonden, ergens in een greppel, vreesde minstens een verkrachting.

Ik begon te twijfelen. Op internet ging ik op zoek naar de ervaringen van andere liftende vrouwen. ‘Je gaat penissen zien’, las ik ergens. Ik vond weblogs waarop vrouwen vertelden hoe je het beste uit een rijdende auto kon springen en stelde me de sprong uit een vrachtwagen voor. Hoeveel botten zou ik breken? Moest ik een wapen meenemen? En ergens rond dat moment, toen de twijfel al flink aan het toenemen was, stuitte ik op een merkwaardig artikel. Het ging over het werk van twee Italiaanse kunstenaressen. Ze hadden van Milaan naar Jeruzalem willen liften, las ik, gekleed in witte bruidsjurken. Het was een kunstperformance. Ze hoopten aan te tonen dat wie de ander vertrouwde, iets goeds terugkreeg. Op 8 maart 2008 vertrokken ze. Drie weken later ging het mis. Een liftgever verkrachtte en vermoordde een van hen. De andere vrouw overleefde de reis.

null Beeld Waldthausen Marlena
Beeld Waldthausen Marlena

Ik schrok van dit verhaal. Misschien zouden mijn vrienden iets gezegd hebben als: ‘Zie je nou’, als ik had verteld wat mijn zoektocht had opgeleverd. Maar dat deed ik niet, want ik vond nog iets anders: een reactie van de familie van de vermoorde kunstenares. De nabestaanden van de 33-jarige Pippa Bacca bleken haar keuze om te liften nog altijd te verdedigen. Haar moeder zei dat ze haar moordenaar ook ergens anders had kunnen ontmoeten. En haar vier zussen waren zelf weer gaan liften, las ik, alsof er niets was gebeurd. Ik klapte mijn laptop dicht, dacht er nog even over na en besloot toch te gaan.

Terug naar de man met de mountainbike. Ik zou alleen met vrouwen of stelletjes meegaan, had ik bedacht, maar deze man heeft een vriendelijk gezicht. En ik wil door. De radio staat aan. Langs de ramen rollen diepgroene bergen en flitsen azuurblauwe zee. ’s Avonds beland ik met een glas rode wijn aan de houten tafel van een hut in de Franse alpen. De volgende ochtend kijk ik tegen besneeuwde bergtoppen aan en besef: als ik niet was gaan liften, had ik hier nooit geslapen.

Misschien is dat wat me het meest trekt aan liften: je kunt niet voorspellen wie je ontmoet of waar je terechtkomt, het toeval bepaalt. Ik kom veilig thuis.

Weken later denk ik nog steeds aan de liftende zussen van Pippa Bacca. Ze hebben hun zus verloren aan het zwartste scenario uit de waarschuwingen over liften en toch doen ze het zelf nog. Ik wil weten waarom.

Ik stel een bericht op, heel voorzichtig. Ik zou het begrijpen als ze geen zin hebben in contact. Als antwoord ontvang ik een uitnodiging om te komen logeren in Milaan. De oudste zus van Pippa Bacca haalt me op van het treinstation en brengt me naar het appartement van hun moeder, een gravin van achter in de 70. Ze is er niet. Ik breng de nacht in mijn eentje door in het lege appartement en kijk verbaasd op als de moeder van Pippa Bacca de volgende ochtend in haar pyjama de keuken binnenstapt. Ik heb haar niet horen thuiskomen. Ze gaat aan tafel zitten en begint te vertellen. Niet over haar overleden dochter, maar over liften. ‘Ik mis het ontzettend’, zegt ze. ‘Maar als je zo oud bent als ik, dan nemen ze je niet meer mee. Of ze denken dat je gestoord bent, of ze zeggen: ‘Kom mevrouw, ik breng u naar het station.’’ Ze schatert. Dan vertelt ze over de liftreizen die ze zelf maakte, als tienermeisje, en later als gescheiden vrouw. En ze vertelt over haar levensmotto. ‘Het leven is risico’, zegt ze. ‘De mate waarin je leeft, is afhankelijk van de mate waarin je riskeert.’

Zijn we te voorzichtig, met zijn allen? Zou het inderdaad de moeite waard kunnen zijn om risico’s gewoon te nemen? Ik besluit een boek te schrijven over de mislukte performance van kunstenaressen Pippa Bacca en Silvia Moro en reis ze achterna, langs Venetië, Gorizia, Sarajevo, Belgrado en Istanbul, waar het misging. Wat maakten ze mee toen ze langs de snelwegen trokken? Bij wie stapten ze in?

Één keer had ze gevaar gevoeld, zal Silvia Moro me vertellen. Ze stonden ergens in Kroatië en het begon al donker te worden. Een auto stopte. Silvia zag drie mannen zitten. Ze bestudeerde hun gezichten en stuurde de auto weg. Haar reisgenote werd kwaad. Dit paste niet bij hun vertrouwensboodschap, vond zij. ‘Volgens Pippa hadden we in iedere auto moeten stappen die voor ons zou zijn gestopt’, zegt Silvia. ‘Welke auto dan ook.’

Haar adem stokt. Het verdriet dat ik bij de familie van Pippa Bacca had verwacht, tref ik aan bij haar reisgenote. Silvia Moro maakt geen kunst meer. Het lukt haar niet, vertelt ze. De reis naar Jeruzalem was ook haar laatste kunstwerk. Ze zegt: ‘Als kunstenares ben ik met dit project gestorven.’

Ik schrijf het op en weet niet zo zeker meer of ik zelf nog met opgestoken duim in de berm durf te staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden