INTERVIEW

'In de studio willen we als een sportploeg zijn'

Na een jaar vol vruchteloze studiodagen dachten The Maccabees zelfs al aan stoppen. Dankzij producent Laurie Latham presenteren ze nu een prachtplaat.

De bandleden van The Maccabees in hun Zuid-Londense Elephant studio. Beeld Evening Standard / eyevine

Lowlands!' roept Felix White, en de ogen van de Maccabees-gitarist beginnen te stralen. 'Drie jaar geleden was het geweldig daar. Tijdens zo'n festivaloptreden vier je alle energie en toewijding die je in je nieuwe muziek hebt gestoken.'

Klinkt als tamelijk alledaags enthousiasme, maar wie goed luistert, hoort de opluchting in Whites stem. Ja, er is een nieuwe plaat van The Maccabees: Marks To Prove It, vandaag verschenen, de vierde van de gitaarband uit Zuid-Londen. Ja, het is een prachtplaat geworden, een waardig opvolger van de succesplaat Given To The Wild, die de band introduceerde bij een breed publiek. En ja, er staat een tournee voor de deur die ook naar Biddinghuizen voert.

Maar wat was het een zware bevalling. Felix White (de geestdriftige met de priemende helderblauwe ogen) en de naast hem gezeten frontman Orlando Weeks (de bedachtzame artistiekeling van de groep) zullen er tijdens het gesprek vaak op terugkomen. White: 'Die vruchteloze studiodagen... Vreselijk vond ik ze. Ik heb gedacht aan stoppen.'

Weeks: 'Ik ook. Maar dat hebben we niet gedaan.'

Makkabeeën

De Makkabeeën waren een Joodse priesterfamilie die vanaf 167voor Christus een opstand leidde tegen het Seleucidische Rijk. Makkabeeën is ook de naam van een apocrief bijbelboek, maar The Maccabees wisten dat allemaal niet: ze zochten een bandnaam en besloten in een bijbel naar een intrigerend woord te zoeken. De bandleden zijn Joods noch christelijk; ze komen uit atheïstische nesten.

Moeizaam begin

Ze debuteerden in 2007 met Colour It In, een album dat met zijn krassende, puntige gitaartjes naadloos aansloot bij de door Franz Ferdinand aangevoerde postpunkrage van dat moment. Op elk album dat sindsdien is verschenen, maakte die stekeligheid nadrukkelijker plaats voor de intelligent geconstrueerde, gedragen gitaarpop die ze nu maken: de spanwijdte van British Sea Power, iets van Radioheads avonturierszin, maar ook een beetje van Coldplays popgevoeligheid.

Ze werden er steeds succesvoller mee. Het derde album Given To The Wild werd goud in Groot-Brittannië. Ze waren genomineerd voor de prestigieuze Mercury Prize. Bijna terloops (want zonder echte hit, of het zou de radiohit Pelican moeten zijn) was The Maccabees tot de populairste Engelse gitaarbands gaan behoren. Ook hier.

Succesalbum Given To The Wild kwam ook al moeizaam tot stand. Ze doken onder in een studio op het platteland van Wales, maar kwamen daar niet tot een bevredigend eindresultaat, waarna het album in de eigen Zuid-Londense Elephant Studio (bij het metrostation Elephant & Castle) moest worden voltooid. Een dure grap.

Weeks: 'En dus dachten we: waarom moeilijk doen, we weten hoe je een goede plaat maakt en we weten ook dat we het beste werk leveren in onze eigen studio. We dachten: dat komt wel goed.'

White: 'Niet dus. Voor het eerst gingen we de studio in zonder helder idee hoe de plaat eigenlijk moest klinken. Na een tijd werken moesten we vaststellen: we hebben geen idee wat we willen.'

Wanneer dat was? 'Na bijna een jaar werken', zegt White.

DE PRODUCER BEPAALT

Drie succes albums die werden 'gemaakt' (of gebroken?) door de producer.

Metallica: Metallica ('The Black Album') (1991)

Tot 1991 was Metallica een band voor metalfans. 'The Black Album' forceerde de doorbraak naar een breder rockpubliek. Verantwoordelijke producer: Bob Rock. Het leverde Metallica's meest toegankelijke en veruit succesvolste plaat op.

Johnny Cash: American Recordings (vanaf 1994)

De country veteraan was uitgerangeerd en echt mooi zingen kon hij niet meer, maar producer Rick Rubin maakte van Johnny Cash' zwaktes een kracht: goedgekozen covers, zang waarin het gehijg en gekraak van de oude man hoorbaar was.

Arctic Monkeys: Humbug (2009)

Arctic Monkeys wilde een totaal ander geluid. Producer Josh Homme (Kyuss, Queens Of The Stone Age) kon ze dat bezorgen: de 'Monkeys' op de stonerrocktoer. Andere songstructuren, andere spelstijl, ander geluid

Laurie Latham

The Maccabees zagen het niet meer. Ze hadden hulp nodig en belden na rijp beraad Laurie Latham, de productieveteraan die in de jaren zeventig en tachtig platen opnam met Ian Dury, Echo & The Bunnymen en The Stranglers, maar ook Paul Young en Monty Python.

'We waren hem tegengekomen tijdens een of andere borrel', zegt Weeks. 'Leuke kerel, heldere ideeën over muziek, geweldige smaak, maar vooral: een rustige en plezierige persoon. Misschien moeten we eens samenwerken, zeiden wij. Dat lijkt me geweldig, zei hij.'

Toen was het moment daar. De sfeer in de Elephant Studio grensde onderhand aan pure paniek, maar Latham nam de leiding op precies de wijze waarop The Maccabees hadden gehoopt: kalm, opbouwend, beslist.

White: 'Het leek ineens zo simpel: misschien zo, misschien dit, dit liedje is gewoon af, niet meer aankomen, dit liedje is te vol. Het was geen hogere wiskunde, maar wat hadden we het nodig.'

Dat The Maccabees hulp inriepen is niet zo uitzonderlijk: de popgeschiedenis is vergeven van platen die niet door de op de hoes vermelde artiest, maar door een producer werden vlotgetrokken. Bijzonder is dat The Maccabees het onomwonden toegeven, zelfs in de albuminformatie annex bandbiografie die naar journalisten wordt gestuurd. Het is een taboe, zoals sporters niet graag toegeven dat ze bij een psycholoog lopen. Het maakt kwetsbaar.

'Een verhaal ophangen over goddelijke inspiratie en een vorm van artistieke magie in de studio is veel makkelijker en misschien aantrekkelijker', zegt Weeks. 'Maar de realiteit is vaak weerbarstig. Het is schaven en worstelen. En soms hulp inroepen. We wilden er eerlijk over zijn, want het is een relevant aspect van deze plaat.'

Vastloopgevaar

Er ontvouwt zich een korte dialoog tussen Weeks en White, waarbij de interviewer even als buitenstaander kan meeluisteren: over hun 'democratische' werkwijze, waarbij iedereen songs of aanzetten tot songs aandraagt en iedereen over alles mag meedenken. Het is omslachtig, dat weten ze zelf ook. Misschien moet dat anders.

En misschien zijn ze wel te netjes, zegt White, de academieknul uit welgestelde Zuid-Londense kringen, die schoolgenoten als Jack Peñate en Florence Welch (Florence + The Machine) ook tot succesvolle muzikanten zag uitgroeien.

White, lachend: 'Toen ik een vriend vertelde dat het niet wilde vlotten met het nieuwe album, zei hij tegen me: lees eens wat oude interviews, dat zeggen jullie altijd. Dat is waar en het is ook echt zo. Soms denk ik: waren we maar als The Libertines. Dan sla je elkaar eens flink op de bek, val je elkaar grienend in de armen, maar is de lucht daarna wel geklaard. Bij hun is het explosiegevaar groter dan bij ons, maar het vastloopgevaar kleiner.'

Twee weken kwam Laurie Latham dagelijks langs. Toen zei hij: verder kunnen jullie het zelf. En inderdaad: het licht was weer aangegaan in de vanaf de straat zo onopvallende studio, die ooit eigendom was van The Jesus & Mary Chain. The Maccabees kochten de twee etages bij hun terugkeer naar Zuid-Londen, nadat ze een paar jaar in de bruisende bandjesstad Brighton hadden gewoond.

Elephant & Castle is zelfs het overkoepelende, gevoelsmatige thema geworden van Marks To Prove It, een titel die verwijst naar de talloze 'vingerafdrukken' op het na veel chirurgisch ingrijpen tóch geslaagde album, maar ook naar de wijk waarin het tot stand kwam. Ook daar zie je de littekens en de sporen van hard ingrijpen na jaren van verpaupering, leegstand en criminaliteit.

Londen pompte 4 miljard euro in het gebied, waar duizenden woningen tegen de vlakte gingen en nieuwe complexen verrezen. Nu ligt het Maccabees-hoofdkwartier in een onherkenbaar veranderde en, naar goed Londense traditie, vrijwel onbetaalbaar geworden wijk.

'Ook voor ons', zegt Weeks, de belezen kunstliefhebber. 'Het is dat we er al zaten. Er schuilt een groot gevaar in die ontwikkeling: in Londen zit voor muzikanten en andere creatieve mensen nauwelijks nog zuurstof in het water. Gevestigde namen kunnen er optreden en exposeren, maar nieuwe initiatieven? Kansloos, tenzij je een fortuin meebrengt.'

Félix White: 'In de studio willen we als een sportploeg zijn: geconcentreerd en gericht op de prestatie.' Beeld anp

Sportploeg

Marks To Prove It klinkt rauwer dan zijn directe voorganger. Met een beetje goede wil hoor je, in vergelijking met Given To The Wild, het lawaai en de drukte van Londen. In de titelsong keert het krassende, rafelige gitaargeluid uit de beginjaren terug. 'Seen it spinning round, out of all control', zingt Weeks in Spit It Out.

Heeft hun vriendschap het uitputtende opnameproces ongeschonden doorstaan? Ze kijken elkaar aan.

'Misschien niet', zegt Weeks, lichte aarzeling in zijn stem. 'Na zo'n lange worsteling ben je blij dat je even van elkaar bent verlost en ga je niet snel samen in de pub staan.'

'We proberen sowieso altijd de vriendschap buiten achter te laten wanneer we de studio ingaan', licht White toe. 'In de studio willen we als een sportploeg zijn: geconcentreerd en gericht op de prestatie. Vriendschap binnen een band is een beetje overschat. Je hoeft geen mates te zijn, het draait om iets belangrijkers: een diep onderling vertrouwen dat de angst voor ruzie feitelijk wegneemt. Als iemand het zwaar heeft, mag het best even ongezellig worden, maar moet hij zich toch volledig gesteund voelen door de rest. Dat overstijgt vriendschap. Het is broederschap en dát gevoel is tijdens het maken van deze plaat alleen maar sterker geworden.'

The Maccabees: Marks To Prove It. Fiction/Caroline.
Live: Lowlands, Biddinghuizen, 23 / 18.

Orlando Weeks: 'Na zo'n lange worsteling ben je blij dat je even van elkaar bent verlost en ga je niet snel samen in de pub staan.' Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden