BoekenKlara en de zon

In de romans van Kazuo Ishiguro groeit het besef dat de verteller misschien niet alles vertelt

Hans Bouman kijkt uit naar de eerste roman van Kazuo Ishiguro sinds hij de Nobelprijs won - en naar zijn fluwelen mokerslag.  

Beeld Floor Rieder

Toen ik hem in september 1987 voor een zaaltje in Utrecht interviewde, kwamen daar ongeveer dertig mensen op af. Omdat Ad Fransen opnamen kwam maken voor het radioprogramma VPRO Boeken, was het bereik wat groter. Kazuo Ishiguro, geboren in Nagasaki maar sinds zijn 6de woonachtig in Groot-Brittannië, was geen grote naam in Nederland. Nergens eigenlijk.

Twee jaar later veranderde dat radicaal. Ishiguro’s derde roman, The Remains of the Day, werd niet alleen door de literaire kritiek bestempeld tot een van de beste boeken van het jaar, maar bovendien bekroond met de Booker Prize. Ishiguro’s naam was gemaakt, zeker toen zijn roman ook nog eens succesvol werd verfilmd met Anthony Hopkins in de hoofdrol. Dat hem in 2017 de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend was een kleine verrassing: zijn naam stond niet op de lijst van usual suspects en hij was voor Nobelprijsbegrippen met 62 jaar opmerkelijk jong. Maar anders dan bij Bob Dylan (2016) en Peter Handke (2019) was zijn bekroning onomstreden.

Kunstmatige Vriendin

In maart van dit jaar verschijnt, tegelijk in het Engels en het Nederlands, de eerste roman van Ishiguro-als-Nobelprijswinnaar: Klara and the Sun (Klara en de zon). Volgens de aanbiedingsteksten is Klara een zogenaamde Kunstmatige Vriendin ‘met een uitstekend waarnemingsvermogen, die vanaf haar plek in de winkel nauwkeurig het gedrag beschouwt van de kinderen die binnenkomen om rond te neuzen met hun ouders. Klara blijft hopen dat een kind haar zal kiezen’.

Wanneer dat uiteindelijk gebeurt, krijgt ze bij haar vertrek uit de winkel de waarschuwing dat ze mensen niet al te zeer op hun woord moet vertrouwen. Maar Klara, zo is de suggestie, durft de uitdaging wel aan. Haar verhaal gaat ons een blik geven van een veranderende wereld door de ogen van ‘een onvergetelijke buitenstaander’.

De buitenstaander: dat is in de wereld van Ishiguro een vertrouwde figuur. En die figuren hebben het nodige gemeen. In zeven romans die Ishiguro tot dusver publiceerde, hebben we telkens te maken met een vormelijk beleefde, enigszins terughoudende ik-verteller, die vrij snel de sympathie van de lezer weet te wekken. Maar als de roman vordert, groeit het besef dat deze verteller misschien niet alles vertelt wat er te vertellen valt. Dat hij of zij zaken anders voorstelt dan ze zijn, dingen achterhoudt, subtiel maar bewust rookgordijnen optrekt.

Oude butler

Neem butler Stevens, in The Remains of the Day. Hij neemt ons aanvankelijk voor zich in door de grenzeloze toewijding aan zijn beroep, de loyaliteit naar zijn werkgever en het stoïcisme waarmee hij zijn onmiskenbare fysieke aftakeling ondergaat. Maar gaandeweg krijgen we signalen dat dit boek veel meer behelst dan het weekje vakantie dat de oude butler met de auto van zijn baas mag doorbrengen in de Engelse West Country. Er komen gebeurtenissen uit het verleden naar boven die zaken in een geheel ander licht plaatsen.

Ook pianist Ryder in het bijna kafkaëske The Unconsoled (1995) is minder het niet-begrijpende slachtoffer in een wereld waarin iedereen hem voor zijn karretje probeert te spannen dan hij ons wil doen geloven. In When We Were Orphans (2000) keert het motief van het onverwerkte verleden terug als hoofdpersoon Banks (politieman? privédetective?) de zaak van zijn verdwenen ouders wil gaan oplossen.

Kazuo Ishiguro.Beeld Toronto Star via Getty Images

In Never Let Me Go (2005) is verteller Kathy ‘verzorgster’ van ‘donors’ in een revalidatiekliniek op het Engelse platteland. Zij doet haar best de lezer in het ongewisse te laten van wat er precies in die kliniek gebeurt. En ook zij is zwijgzaam over het verleden. Net als het ouderpaar Axl en Beatrice in Ishiguro’s meest recente roman, The Buried Giant (2015), dat – verrassend – in de vroege Middeleeuwen speelt.

Telkens opnieuw schetst Ishiguro in zijn boeken een schijnbaar kabbelende werkelijkheid, om uiteindelijk heel geleidelijk – dikwijls tergend – de gruwelijkheden die onder het oppervlak woekeren aan het licht te brengen. Telkens gaat dat gepaard met wat ik wel een ‘fluwelen mokerslag’ heb genoemd.

Klara and the Sun ontstond naar verluidt uit twee verhaalideeën: één over een eenzaam meisje dat op haar kamer met haar pop de zon ziet ondergaan (volgens Ishiguro’s dochter te zielig voor een kinderverhaal), en één over een gezin waarin een van de kinderen een robot lijkt te zijn. Centrale vraag: wat maakt ons mensen uniek? Ik reken op schoonheid, huivering en gestage ontluistering.

Kazuo Ishiguro: Klara en de zon. Uit het Engels vertaald door Peter Bergsma. Atlas Contact; 352 pagina’s; € 22,99. Verschijnt in maart. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden