Beschouwing Vrouwenvoetbal in de media

In de rij voor het interview met de voetbalvrouw

Nu de Oranjeleeuwinnen successen boeken, weten de media hen wel te vinden. Tien jaar geleden, bij het EK voetbal in 2009, was dat wel anders. Voetbalverslaggever Willem Vissers kreeg de lachers op zijn hand toen hij daarover wilde schrijven. Nu puilen de zalen bij persconferenties uit.

2013: Lege tribunes tijdens de oefeninterland van het Nederlandse vrouwenelftal tegen Australië. Beeld ANP/Robin Utrecht

Het proces richting victorie fascineert mij het meest in de sport. Hoe de sporter van niets iets wordt, van anonymus beroemdheid. Het zweet. De frustratie. Vallen. Opstaan. Tranen. Euforie.

Toenmalig chef van de sportredactie Marije Randewijk viel bijna van haar stoel toen ik me vrijwillig meldde voor het EK van 2009 in Finland, het debuut van de vrouwen op een voetbaltoernooi. Ze lachten me uit, collega’s. Die vrouwen verloren nog van een B-jeugdelftal van jongens. Stelde niets voor. Niets. Amateurs waren het. Het kon me niet verdommen. Het proces boeide. Hoe ging dat, snel beter willen worden door onbegrensd fanatisme, door een droom na te jagen? Voetbal is zo'n grote sport in Nederland, met geweldige faciliteiten overal. Wat de mannen konden, de wereldtop bereiken, moest met al dat potentieel toch ook lukken bij vrouwen. Al waren zij dan veredelde amateurs, vrijwel onbetaald. Met forse inspanning moesten ze snel progressie kunnen maken. Dat wilde ik zien.

Dat proces had ik al eens van dichtbij gevolgd en het was onvoorstelbaar mooi. Als broekie bij mijn vorige werkgever, het ANP, gaf de chef me de keuze tussen te volgen sporten: wielrennen, tennis of volleybal? Volleybal dus. Hij was verbaasd. Geen Tour, geen Wimbledon? Nou nee.

De Nederlandse volleyballers waren steengoed rond 1990. Steeds beter. Peter Blangé. Ron Zwerver. Edwin Benne. Monomane doordouwers. Bijna blinde volgers van eerst de charismatische trainer Arie Selinger, en later van Harry Brokking. Ze waren uit de competitie gestapt om keihard te trainen met elkaar en overal ter wereld tegen toplanden te spelen.

Met alleen ambitie als brandstof, met een minimumloon. Lange mannen stapten vliegtuig in vliegtuig uit en vouwden hun benen dubbel om ergens in een ver continent een paar wedstrijden te spelen op een niveau waarvan ze jaren eerder alleen droomden. Met de ‘lange mannen’ vloog ik de hele wereld over. Van Cuba naar Japan, van Canada naar Brazilië. Ik zat met de trainersstaf aan tafel, hoorde hun verhalen, raapte ballen tijdens de training, incasseerde kritiek als ze mijn stuk slecht vonden omdat ik te hard voor ze was of een technisch detail van de sport in hun ogen onderbelicht had gelaten. En ik oogstte lof toen ik als enige het plafond van de reusachtige sporthal Maracanazinho in Rio de Janeiro haalde met een omhoog geschoten volleybal.

Als een speler op mijn hoteldeur klopte, wilde hij zijn verhaal kwijt. Altijd zaten ze op elkaars lip. Ze wilden weleens een ander gesprek dan over een smash of een set-up. We gingen stappen samen. Soms stiekem. Nou ja, de volleyballer ging stiekem. Ik kreeg op mijn flikker van de dokter, toen ik spelers op een ijsje trakteerde tijdens een uitstapje naar tempels in Tokio. De spelers hadden wel ziek kunnen worden. En op 4 augustus 1996 huilden de spelers toen ze de gouden medaille veroverden bij de Olympische Spelen van Atlanta. Dit was dus topsport, van ontbering tot euforie. Ik had alles gezien. Zo dicht bij een sportteam komen, dat ging nooit meer lukken.

Of toch? Ook de voetbalvrouwen wilden prof worden, net als Sneijder of Robben, net als de volleyballers Zwerver en Blangé. Ze trainden bewust op strafschoppen voor dat EK van 2009, wat mannen altijd als onzinnig hadden afgedaan. Want de sfeer in het stadion was toch niet na te bootsen en de vermoeidheid na 120 minuten ook niet. Ze gingen na een wedstrijd in een bad liggen, om vermoeidheid sneller uit de spieren te laten wegvloeien. Niets naar vriendjes of vriendinnetjes na een wedstrijd, nergens zaakwaarnemers te bekennen. Pure sport.

Van media-aandacht was bijna geen sprake, daar in Finland. De kranten hadden hun jongste bediendes gestuurd, als ze al iemand afvaardigden. We waren met een vast groepje van vijf. Het meest bleef Welmoed de Lang me bij. Ze schreef als freelancer al jaren over vrouwenvoetbal, voor de KNVB en voor het Leidsch Dagblad. Ze was met een soort camper op reis. Soms sliep ze daarin, om de kosten laag te houden. Ze had net een boek geschreven over vrouwenvoetbal: De Voetbalvrouwen komen eraan, met als onderkop: hoe meisjesdromen werkelijkheid worden. Het was de biografie van Vera Pauw.

Bondscoach Vera Pauw. Beeld ANP/Vincent Jannink

Bondscoach Vera Pauw, dat vond ik een van de meest fascinerende mensen in de sport. Het fanatisme van Arie Selinger, de Amerikaanse trainer die naar Nederland was gekomen om de lange mannen naar de top te begeleiden, weerspiegeld in de ogen van een vrouw. Haar strijdlust. De tranen toen ze via Frankrijk de halve finales bereikte, na strafschoppen nota bene. De speelsters kregen de A-status van NOCNSF, waardoor ze waren verzekerd van een minimumsalaris. Ze begonnen eindelijk mee te tellen. En ja, toen kwamen ze alsnog ingevlogen, een aantal andere media, want hier was succes te vieren.

De Lang kijkt met een glimlach terug op die tijd, zeker als ze die vergelijkt met tien jaar later, nu alles aan het vrouwenvoetbal is gegroeid en de nationale ploeg op 7 juli de WK-finale bereikte. Het is in haar ogen wel heel erg serieus geworden. Ze hield vooral van amateurvoetbal. De ploeg van 2019 voetbalde veel beter dan die van 2009, die vooral verdedigde en via de snelle tegenaanval trachtte een doelpunt te maken. Wij van de media wisten ook niet precies hoe goed ze waren, in 2009, omdat we eigenlijk nog nooit naar vrouwenvoetbal hadden gekeken. Waarmee moest je dit voetbal in hemelsnaam vergelijken? Wat was de referentie? 

We schreven destijds over de puike resultaten. Persoonlijk vond ik vooral de achtergronden interessant, de opkomst, de weg naar de top. Bestuurders van de KNVB waren woedend toen ze bij een wedstrijd in Finland een defensieve ploeg zagen. Ze waren de mannen gewend, met hun aanvalsspel. Hiervoor waren ze toch niet gekomen, voor dat betonvoetbal? De media-aandacht nam sindsdien per toernooi toe. Bij het EK in 2017 in Nederland was het nog even afwachten, maar na de eerste zege ontstond de steeds massaler gevolgde triomftocht richting Europese titel. Steeds meer verhalen in de krant, tot de voorpagina’s toe, steeds meer zendtijd op televisie. En steeds minder vergelijkingen met de mannen. De vrouwen ontwikkelden hun eigen speelwijze, hun eigen cultuur.

Juni 2019: Fans voorafgaand aan de wedstrijd Nederland tegen Nieuw-Zeeland tijdens de eerste wedstrijd op het WK voetbal voor vrouwen in Frankrijk. Beeld ANP/Robin van Lonkhuijsen

Bij het recente WK was het al vanaf de eerste schrede in de voorbereiding feest, met tientallen journalisten, vooral van de NOS, maar ook van bijna elk programma en bijna elk blad dat je kon bedenken. Ze wilden alles weten, voordat het toernooi begon. Talkshows werden opgetuigd, met analisten. We moesten ons tijdens het toernooi inschrijven voor gesprekjes met speelsters. Soms kon je niet met Vivianne Miedema of Lieke Martens praten, omdat ze al te vaak waren aangevraagd. Naar de finale keken 5,5 miljoen Nederlanders. Bij persconferenties voor de duels met vooral Japan en de Verenigde Staten, landen die ook veel volgers hebben, zaten de zalen helemaal vol. 

Goede clubs

Keeper Sari van Veenendaal, uitgeroepen tot beste keeper van het WK in Frankrijk, was een van de weinige spelers die de afloop van het WK afwachtte alvorens een nieuw contract te tekenen. Ze vertrok deze zomer van Arsenal naar Atlético Madrid, een van de topclubs in Spanje. Ook andere internationals maakten goede transfers. Middenvelder Jackie Groenen verhuisde van Frankfurt naar Manchester United, dat promoveerde naar de hoogste divisie in Engeland. Op 7 september is haar eerste competitiewedstrijd, de derby bij Manchester City, in het grote stadion Etihad, bekend van de mannen. Verdediger Dominique Bloodworth ging juist de weg andersom: van Engeland (Arsenal) naar Duitsland (Wolfsburg). Sterspeler Lieke Martens verlengde haar contract bij Barcelona.

De nationale ploeg is geen hype. Een hype verdwijnt. De nationale ploeg heeft zijn naam gevestigd. Vrijwel alle interlands sinds het EK waren uitverkocht. De sfeer is apart. Blijmoedig, niet zo kritisch, met veel gezinnen en jonge kinderen. Menig traditioneel supporter uit het mannenvoetbal gruwt van het carnavaleske karakter. Een nieuw publiek is opgestaan. De vechtlust van het team is groot. De onbedorvenheid ook nog wel, al is ook hier de macht van het geld naar binnen geslopen, ook al vergeten de vrouwen in navolging van de geslepen mannen soms dat de camera alles registreert en ze ontmaskert bij simulatie, na vermeende overtredingen bijvoorbeeld.

De vrouwen hebben doorgaans een goede schoolopleiding genoten, omdat ze als kind dachten dat ze toch geen prof konden worden. Ze spreken in volzinnen. Welmoed de Lang is inmiddels afgehaakt. Ze zag veel van de liefhebbers uit haar tijd verdwijnen, weg uit de journalistiek, weg uit de bond. Vera Pauw, haar voorbeeld, verdween toen ze zich volgens de bond te veel met de commerciële ontwikkeling van het vrouwenvoetbal wilde bemoeien. Daar had de bond andere mensen voor. Een aantal vrouwen dat als liefhebber schreef voor websites als vrouwenvoetbalnederland.nl  kreeg geen accreditatie meer en was in Frankrijk als supporter aanwezig. 

Succesvolgers dienden zich aan. Journalisten met meer naam en faam. De Lang vond het al vreemd dat journalisten het in 2009 mooi vonden als er een relletje was, als mensen boos op elkaar waren. Dan konden ze mooiere stukken schrijven, zeiden ze. Het vrouwenvoetbal dat De Lang kende, ging vooral over de strijd om erkenning. Het stond lijnrecht tegenover de mannenbeleving van voetbal, met zijn cynisme en eeuwige verwijzingen naar geld.

De Lang heeft net een jaar vrijaf genomen. Ze is een andere weg ingeslagen. Ze is geïnteresseerd in energievelden, in spiritualiteit. Het voetbal volgt ze van een afstandje. Ze was alleen even boos toen ze hoorde dat bondscoach Sarina Wiegman als eerste vrouw een standbeeld krijgt in de beeldentuin van de KNVB in Zeist. Dat beeld had er allang moeten staan. Van Vera Pauw, de pionier. 

Dit stuk is geschreven naar aanleiding van het onlangs verschijnen van het boek Meisjesdromen, van EK-­debuut tot WK-finale in tien jaar van Willem Vissers. Het is de weerslag van tien jaar verslaggeving in de Volkskrant over vrouwenvoetbal, en schetst de ontwikkeling die de sport heeft doorgemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden