Recensie Toneel

In de optimistische toneelbewerking van Jeroen Brouwers’ Het hout mag net als in de roman de taal de hoofdrol spelen (vier sterren)

Het misbruik van de jongens is daarentegen geabstraheerd en gestileerd. 

Bart Slegers en Joep Paddenburg in Het Hout Beeld Foto Henri Verhoef

In de magistrale roman Het Hout bouwt Jeroen Brouwers een kathedraal van taal. Zijn zinnen zijn zo overvol dat de lezer al op de eerste bladzijde een gevoel van beklemming bekruipt, passend bij de uitzichtloosheid die verteller broeder Bonaventura ervaart binnen de muren van de Franciscaner kloosterorde waar hij, niet per se uit overtuiging, toe behoort. Dat die kloeke, zinnelijke taal ook buitengewoon geestig is, houdt de lezer aan het boek gekluisterd. Spannend dus, wat van dit literaire spel overeind zou blijven op toneel, in het regiedebuut van filmmaker Michiel van Erp bij Internationaal Theater Amsterdam (ITA).

Zodra Aus Greidanus jr. als Bonaventura begint te vertellen over zijn monnikspij, dat jeukende lompengewaad in ‘faecaal bruin’, en de gemeenschappelijke kloosteronderbroek waarin het ‘benedenbuikse sieraad’ schuilgaat, is duidelijk: bewerker Jibbe Willems eert Brouwers’ taal en heeft, ondanks grote, onvermijdelijke ingrepen, de juiste toon weten te behouden. In het uiterst steriele decor van grijze matglazen schuifwanden behoudt de taal de hoofdrol: die mag sprankelen, hunkeren, pesten, flemen, ironiseren en aanklagen.

Maria Kraakman en Aus Greidanus jr. in Het Hout Beeld Foto Henri Verhoef

Broeder Bonaventura is een buitenstaander, één met zondige gedachten bovendien, en kan als zodanig met ironische distantie op het rechtlijnige kloosterleven reflecteren. Hem plaagt sinds kort het contrast tussen zijn belofte van kuisheid en zijn ontmoeting met Patricia, een libidineuze jonge weduwe in de ‘profane wereld’. Regisseur Van Erp laat Maria Kraakman als Patricia meteen vanaf het begin van achter de schermen tegen Bonaventura praten; haar warme, uitnodigende stem is een welkome afwisseling in die kille mannenwereld. ‘Kom hier’, zegt ze, ‘trek dat malle ding uit, jij bent dat niet.’ En Bonaventura wikt en weegt, en aarzelt en weifelt. Greidanus geeft mooi hulpeloos vorm aan diens inertie.

Het is niet enkel angst die Bonaventura binnenhoudt, ook verantwoordelijkheidsgevoel. Want hij is gesteld op een paar jongens op het internaat dat door de monniken wordt geleid. Hij is ook een van de weinigen die zich niet aan hen vergrijpen – Bonaventura betast alleen zichzelf en denkt daarbij aan Patricia, of, zoals dat onder de kloosterlingen heet, ‘iemand van het andere geslacht’. ‘Zo iemand heet een vrouw!’, roept Kraakman hem vrolijk toe vanuit de coulissen, haar stem een en al verlokking. Maar Bonaventura maakt zich zorgen om de verdwijning van een van de jongens, Mark Freelink, en om het verdriet van een ander, zijn vriend Wil van Lanschot. Hij kan die jongens niet in de steek laten, denkt hij. Dan zou hij ze al helemaal uitleveren aan dat monsterlijke pedo-gespuis.

Maria Kraakman en Aus Greidanus jr. in Het Hout Beeld Foto Henri Verhoef

In de roman wijdt Brouwers vele pagina’s aan de gruwelijke vormen van misbruik waaraan de jongens ten prooi zijn. Op toneel is dat begrijpelijkerwijs beperkt, en het wordt overwegend abstract en gestileerd getoond. Dat maakt het niet minder afschuwwekkend. Stuitend is bijvoorbeeld Jules Croiset als broeder Vianney, die met zijn warme, grootvaderlijke timbre verschrikkelijke dingen zegt, die nog erger doen vermoeden. ‘Steek je tong eens uit? Kun jij daarmee goed likken? Zoals een katje dat zijn melk drinkt?’

In één scène, de reconstructie van wat er met Mark Freelink is gebeurd, gaan alle remmen los. Hier mag Bart Slegers zich als het sadistische schoolhoofd Mansuetus van zijn schrikwekkendste kant laten zien. Tot dan was hij een imposante, dreigende, veelal zwijgende aanwezigheid. Maar op het moment dat hij zich probeert te vergrijpen aan Freelink verandert hij in een beest. Groot, naakt en intimiderend is hij, één brok vlees en spieren, dat zich grommend, grauwend en knorrend op de engelachtige jongeling stort. Het is bijna ondraaglijk om naar te kijken, en overweldigend goed gespeeld.

Bart Slegers en Joep Paddenburg in Het Hout Beeld Foto Henri Verhoef

De scène krijgt een troostrijke tegenhanger in de even schuchtere als onstuimige seksscène tussen Bonaventura en Patricia. Sowieso gaat de zon schijnen zodra Kraakman het toneel betreedt; huppelend en heupwiegend, liefdevol en onbevreesd. Comic relief komt daarnaast ook van Gijs Scholten van Aschat (broeder Benedictus) met malle bril en bloempotkapsel, die als een soort Yoda uit Star Wars op onnavolgbare wijze zijn zinnen hoogst komisch verhaspeld.

Zo behoudt Het Hout ook op toneel knap het midden tussen huiveringwekkend en hoopvol. Tot de roerende slotscène, waarin de hoop uiteindelijk overwint.

Het Hout

Theater

Vier sterren

Het hout van Jeroen Brouwers door Internationaal Theater Amsterdam, regie Michiel van Erp

4/11, Stadsschouwburg Amsterdam. Daar t/m 10/11, daarna tournee

Filmregisseurs maken toneel.

Met Het hout maakt documentairemaker Michiel van Erp, die eerder al eens bij Mugmetdegoudentand regisseerde, bij ITA zijn debuut in de grote zaal. Eerder debuteerde ook filmmaker Nanouk Leopold (Guernsey, Cobain), als toneelregisseur bij ITA, met de Bergman-bewerking Uit het leven van marionetten. Bij Toneelgroep Maastricht zal ook Pieter Kuijpers (Van God los, Riphagen) zich wagen aan zijn eerste toneelregie. Hij regisseert bij het gezelschap een thrillertrilogie op verschillende locaties in Noord-Limburg. Het eerste deel, Zwart Water, gaat op 1 december in première. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.